Vraag naar heilshistorische prediking (2)
1990-05-25
Afgoderij met de geschiedenis- Jaargang 34
- nummer 11
Bezig met de heilshistorische prediking waarnaar in de Verenigde Staten vraag blijkt te bestaan, hebben we het nu over de geschiedenis als zodanig, over haar karakter. Voor ons geloof is de kategorie 'geschiedenis' van uitermate groot gewicht.
Denk maar eens even aan het christelijke Credo waarin een reeks van historische feiten - vooral betreffende onze Here Jezus - als grondleggend voor ons geloof beleden wordt. ,,...ontvangen van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria; die geleden heeft, onder Pontius Pilatus is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle, ten derden dage wederom opgestaan van de doden, opgevaren ten hemel .." Daar hebben we het historisch karakter van ons geloof en dat is voor ons absoluut onopgeefbaar.
Tegelijk zeg ik: als dan de geschiedenis van zo groot gewicht is voor het geloof, komt het er op aan van die geschiedenis een zo klaar en duidelijk mogelijke voorstelling te hebben. Want historie, geschiedenis - het is wel een beduimeld begrip.
Het is ook niet alleen het christelijk geloof dat zo buitengewoon geïnteresseerd is in geschiedenis, ook geweldenaars grijpen ernaar - om het in evangelie-taal te zeggen. Ook de gesekulariseerde wereld eist haar voor zich op. Zonder overdrijven zou je zelfs kunnen zeggen dat de wereld met de geschiedenis afgoderij bedrijft. Was het in vroeger tijd 'Deus sive natura', dat is: 'God ofwel de natuur', waarbij dus de natuur vergoddelijkt werd, heden ten dage is het, bijvoorbeeld in de bevrijdingstheologie, 'Deus sive historia', dat is: 'God, ofwel de geschiedenis', waarbij het de geschiedenis is die een goddelijk stempel krijgt opgedrukt.
Het een is even heidens als het ander.
Let 's make history, laten we geschiedenis maken! Die instelling bedoel ik als ik 't over de vergoddelijking van de geschiedenis heb.
Alsof de mens de schepper daarvan is. Alsof de geschiedenis een stuurbaar proces is waar de mens via de wet van oorzaak en gevolg greep op heeft. De ontwikkelingen van het afgelopen jaar in de Oostbloklanden hebben wel laten zien hoe beperkt deze visie houdbaar is. De historie en zeker de heilshistorie is een gebeuren dat als 't erop aankomt even maagdelijk geboren wordt als onze Here Jezus zelf. De heilshistorie wordt aangedreven door impulsen van Omhoog. Dat betekent dat als je de grote heilsfeiten opsomt, zoals in ons Credo gebeurt, je het onderlinge verband waarin ze staan meer moet geloven dan dat je het kunt aanwijzen.
In ieder geval vloeien die feiten niet uit elkaar, het ene uit het andere, voort. Dat zal dan ook wel de reden zijn waarom het maar steeds niet lukt of gelukt is, van het leven van Jezus - dat zo vol heilsfeiten iseen historische beschrijving te geven.
De sekuliere geschiedenisbenadering breekt erop stuk. En geldt dat eigenlijk niet van de hele bijbel?
Daarop lettend mag je vragen of 'geschiedenis' eigenlijk wel zo'n bruikbaar woord is voor ons, wanneer we willen nadenken over het in deze wereld plaats grijpende heil.
Belooft ook het woord 'heilsgeschiedenis' niet meer dan het kan geven?
Is het niet bescheidener om van de daden (acta, handelingen) van God te spreken? Daden van God waarvan de samenhang slechts gel66fd kan worden? En opeens herinneren we ons dat het woord 'geschiedenis' ook niet eens in de Schrift voorkomt.
Wel het woord 'geschieden' (en dat zelfs in ruime mate!), maar niet 'geschiedenis'.
Zou dat opzettelijk zijn?
Zouden woorden als 'geschiedenis' en 'heilsgeschiedenis' misschien een menselijke vermetelheid herbergen die niet rust voor ze God de touwtjes van het gebeuren uit handen gegrist heeft en die er niet voor terugdeinst het geheimenis van de maagdelijkheid van het gebeuren te schennen?
De sabbatdag en de sabbatsgedachte
We moeten aan het voorgaande nog iets toevoegen ..Het geheel eigen karakter van de bijbelse geschiedenis (we blijven dit woord bij gebrek aan beter toch maar gebruiken) blijkt uit het feit dat daarin de sabbat is opgenomen. En dat niet maar als een te isoleren onderbreking van het tijdsverloop - je kunt hem onderhouden of niet - maar als een gist in de zuurdesem van de tijd. Zoals ik dat vorige maal in de eerste wereldweek van Genesis 1 probeerde aan te wijzen. De sabbat was daarin, zagen we, eindpunt én midden en de rest van de dagen was daarnaar toegeordend. De sabbat, als dag en als gedachte, bepaalt ons door zijn rust bij het niet-essentiële van beweging en ontwikkeling. Hij wijst de voortgang van de tijd aan als een worden van wat al is. De Brief aan de Hebreeën leidt uit het feit dat de sabbat al op de eerste bladzijde van de bijbel genoemd wordt af dat God aan het begin, bij de grondlegging der wereld, al gereed was met zijn werk (Hebr. 4 : 3 en.a). Ik hoor in dat opzienbarende woord een geweldige relativering van de geschiedenis en een klap in het gezicht van degenen die haar ophemelen als het een en het al. Het is waar - en het is ook goed - dat we op de sabbat (zondag) terug zien op wat was en vooruit zien op wat komen gaat, maar de belangrijkste bezigheid op die dag is toch het opzien naar de Here om Die door zijn Geest in ons te laten werken. Zo bepaalt de sabbat ons bij de vertikaliteit van de geschiedenis en het is precies deze vertikaliteit die onze aarzeling ten aanzien van het woord 'geschiedenis' nog eens te meer versterkt.
Het vertikale is eerst daarna het horizontale
De vertikaal van de geschiedenis is belangrijker dan de horizontaal.
Opnieuw ga ik daarvoor een illustratie kiezen uit de Brief aan de Hebreeën.
Deze Brief zou je de Magna Charta van de heilsgeschiedenis kunnen noemen ... Door de wereld gaat een woord en het drijft de mensen voort". Dat is de melodie die in je hoofd gaat zingen als je het machtige elfde hoofdstuk leest. Toch kun je ook van deze Brief niet zeggen dat hij voorrang aan de geschiedenis geeft. Niet het horizontale maar het vertikale domineert. Immers, het heil maakt wel geschiedenis maar de geschiedenis maakt geen heil.
Het heil moet daarom telkens weer van Boven af geschieden. Ik wil in dit verband wijzen op een bijna terloopse opmerking van de Brief in het eerste hoofdstuk. Het gaat daar over de Christus die verheven is boven de engelen. Dit geloofsstuk wordt met verschillende getuigenissen uit het Oude Testament onderbouwd en één daarvan, een psalmwoord, wordt als volgt ingeleid: ..En wanneer Hij wederom de eerstgeborene in de wereld brengt, zegt Hij: en Hem moeten alle engelen Gods huldigen" (Hebr. 1:6). 'De eerstgeborene' is hier wel een aanduiding van de Christus. De gedachte is dat de Here God bij elk woord dat Hij spreekt, bij iedere openbaring die Hij geeft, bezig is Christus in de wereld te brengen. De heilsgeschiedenis verschijnt hier dus niet als een horizontaal voortgaand proces dat in fases verloopt, maar als een vertikaal van Boven af plaats' grijpen van steeds hetzelfde. De heilsgeschiedenis ziet er aldus meer vertikaal dan horizontaal uit, zodat je je met het woord 'geschiedenis' in verlegenheid gebracht voelt. Zou je hier inderdaad niet beter kunnen spreken van het ene hei Iswerk waarvan de onderdelen blijkbaar tegelijk het geheel kunnen vertegenwoordigen?
Vooral het herhalingswoordje 'wederom' is hier prikkelend voor wie gewend is lineair-historisch te denken.
Dat 'wederom' schijnt met de voortgangs-gedachte te spotten en in ieder geval relativeert het die. De hele ruimte van de geschiedenis is op eenmaal gevuld met een vertikaal gebeuren: het brengen van de eerstgeborene in de wereld. De uitdrukkingswijze van de tekst is juist in haar terloopsheid een opmerkelijk getuigenis van hoe de Schrift de oudtestamentische heilsgeschiedenis beleeft: als een komen van Christus die er ook al is.
Afstand en gelijktijdigheid
De geschiedenisbeleving die we in de Schrift zelf ontmoeten is in staat de afstand die wij ervaren tussen het 'toen' van de bijbel en het 'nu' van onszelf drastisch in te korten. Het is eigenlijk zo dat de distantie doorkruist wordt door gelijktijdigheid.
Nee, de distantie wordt niet opgeheven, maar naast de ervaring van afstand komt die van gelijktijdigheid te staan. En dan verbeeld ik me dat die afstand meer bij het bijkomstige van de bijbel een rol speelt, terwijl in het essentiële van de bijbeltekst, in het centrum ervan, de gelijktijdigheid over je komt. Een leuk voorbeeld van hoe de sterk historisch denkende Brief aan de Hebreeën de afstand tussen de tijden gewoon kan vergeten, vind je in 11 : 26. Daar wordt van Mozes gezegd dat hij de smaad van Christus voor groter rijkdom gehouden heeft dan de schatten van Egypte. De smaad van Christus? In Mozes' dagen? Is dat geen anachronisme? Blijkbaar was de schrijver toen hij dit zo formuleerde met zijn gedachten heel sterk bij zijn geadresseerden die met die smaad van Christus elke dag te maken hadden (10: 33). Mozes werd nu als een van hen beschreven. En, kàn dat ook niet, in een brief die ook de uitspraak bevat dat Jezus Christus gisteren en heden dezelfde is en tot in eeuwigheid? (13 : 8).
Er is bijbels gezien iets met de historie aan de hand dat niet zo gemakkelijk onder woorden te brengen valt. Uitdrukkingen als 'de ruimtelijkheid van de tijd' en 'de vertikaliteit van de geschiedenis' die ik tastenderwijs gebruik om dat raadselachtige te benaderen, kunnen bij de lezer een indruk van verwardheid achterlaten. En zeker voor het begrip 'gelijktijdigheid' zijn we huiverig.
Wij zijn in het calvinisme streng geschoold om gehoorzaam aan de leiband van de tijd te lopen. Dat betekende bijvoorbeeld ook dat in de berijming van de Psalmen het verschil in bedeling tussen Oude en Nieuwe Testament kompromisloos aangehouden moest worden en dat er geen nieuwtestamentische noties.
in de oudtestamentische psalm mochten worden ingedragen. Luther was wat dit betreft veel onbekommerder en schaatste zingend door de beide bedelingen heen. Het is dan ook wel aan zijn invloed toe te schrijven dat we nu in de nieuwe berijming bij Psalm 23 van het 'nachtmaal der genade' zingen en dat we in de Lijdenspsalm een van de kruiswoorden aantreffen: .....dat Hij 't volbracht!" (Ps. 22:13, ber.).
Onnodig te zeggen dat ik deze invloed van Luther niet betreur. Zou het kunnen zijn dat hij in zijn tijdsopvatting intuïtief minder gesekulariseerd is geweest dan Calvijn?
Ik ben intussen nog niet klaar.