Skye Boat Song

1990-05-25
  • Jaargang 34
  • nummer 11
Vandaag eens een 'werelds' lied: het lied over de boot, die prins Charles Edward Stuart in 1745 van het eiland Skye naar het vasteland bracht.
Prins Charles, kroonpretendent, had getracht de in Engelse handen geraakte troon van Groot-Brittannië voor zijn vader terug te winnen. Het werd een heroïsche opstand van de Schotse clans, die vandaag nog de Schotten zeer hoog zit. 'Bonny prince Charles' scheen met enorm succes tot London te kunnen doorstoten, elke Engelse tegenstand doorbrekend. Maar zijn Schotse officieren waren beducht voor de lange verbindingswegen en wilden eerst het leger reconstrueren, alvorens naar London door te stoten. Ze trokken dus terug toen de eindoverwinning al in zicht was. De protesterende prins Charles kwam als laatste in Schotland terug.

Wat hij had voorzien gebeurde. De Engelsen konden intussen hun troepen ordenen en de Schotse adel werd in CulIoden (bij Inverness) vreselijk verslagen. Prins Charlesenige tijd op het eiland Skye verborgen en, ondanks de fabelachtige prijs vanf 30.000 op zijn hoofd, nimmer verraden - moest, verkleed als kamermeisje van een adellijke Schotse dame, naar Frankrijk vluchten.
De nostalgische Schot zingt nog altijd met heimwee over deze vlucht, die de laatste kans op Schotlands onafhankelijkheid in rook deed opgaan.

Hoewel dus een politiek-historisch lied, wordt de melodie van Skye Boat Song ook graag in de kerk gebruikt; voor een geestelijke tekst uiteraard, maar toch even buiten ons boekje. En ook deze melodie is geput uit de vijftoons- of pentatonische ladder. Een lied dat u, een halve toon hoger, op de zwarte toetsen van uw klavier kunt spelen. En doet u dat maar; u zult onder de indruk komen van de Schotse nostalgie; ook ervaart u het zesachtste ritme van de barcarolle, het boot-lied.
We kunnen nooit zeggen: sorry, ik ben niet muzikaal, pentatonisch-en zo gaat boven mijn pet. U zet de televisie ook niet af, wanneer die u zijn wijsheid over onverzadigde rechtsdraaiende vetzuren tracht te verkopen. Nu maken die vetzuren u niet wijzer - maar iets te weten van onze kerkzang is nooit weg.

Woestijnvolk
De Israëlieten op hun 40-jarige woestijnreis waren niet de enige eigenaars van de vijftoonsladder.
Zoals reeds gezegd brachten ze die kennis van de pentatonische reeks mee uit Egypte; dat hun trouwens alle cultuur leende, inclusief de bouw van een Godshuis, van zilveren trompetten en van offerdienst.
Alleen exclusief de kennis van de Heere, die zich aan Mozes openbaarde als de God van hun vaderen.
Gods volk verlaagt zich immers niet door van de wereldse cultuur gebruik te maken - het heft die cultuur wel op, door ze voor de dienst van de Heere te mobiliseren.

Maar de kennis van deze 5 tonen en hun onderling verband, de middelpuntzoekende en middelpuntvliedende tendensen in elke melodie, bestond verder dan Egypte. Ook in China bijvoorbeeld gebruikte men in de oudheid dezelfde vijf tonen (en geen halve trappen); maar ook de Kelten, immers nazaten van Efraim, brachten de pentatonische ladder mee naar Europa; waarmee ze de basis legden voor alle Europese en andere Westerse muziek.

Om compleet te zijn: er is nog een andere 5-toons-reeks, die wél halve trappen kent. Het is de reeks b-c-e-fg (si-do-mi-fa-sol), die in Japan en Indonesië bij de gamelang wordt (werd) gebruikt.
Het staat vast - en de Joodse musicoloog prof. A.Z. Idelsohn heeft het aangetoond - dat alle Psalmen tot in Davids tijd werden gezongen op de tonen, welke nu op ons klavier de zwarte toetsen heten. Idelsohn heeft in tal van geïsoleerde synagogenvan Vemen bijvoorbeeld - psalmodieën opgenomen en met moderne synagogale zangen vergeleken. Hij stelde vast dat het gregoriaans de voortzetting is van de oudtestamentische psalmzang.

Continuïteit
Dat moet voor ons kerkvolk toch een verrassing zijn? Dat de Geneefse melodieën, laatstelijk in 1562 in opdracht van Calvijn vastgesteld, ten nauwste samenhangen met de levitische koorzang uit Davids tijd? Er is vergaande continuïteit in de eeuwige kerkzang. Het nieuwe element dat Calvijn aanbracht was: dat heel het kerkvolk zijn aandeel in de nieuwtestamentische kerkzang kreeg. Niet langer waren het de levitische zangers en speellieden, die de toon voerden. Alle gelovigen, koningen, profeten en priesters, werden bevorderd tot kerkelijke zangers en speellieden!
Maar de teksten bleven dezelfde.
Het muzikale materiaal bleef hetzelfde. De eeuwenoude lofzangen Israëls werden, aangepast aan het moderne culturele besef, voortgezet in samenspel met de kerk aller eeuwen.
Dat moderne culturele besef is een apart hoofdstukje waard. Want de 5-toons ladder, die in wezen bewaard bleef, is in de loop der eeuwen wel uitgebreid met enkele tussentonen.

Grote en kleine terts
Er is aan de melodie van Skye Boat Song nog iets heel opmerkelijks. Het eerste deel (tot aan fine) staat duidelijk in de toonaard F; de tweede helft in de toonsoort d. Aangezien na het 2e deel het eerste herhaald wordt, krijgen we de tegenstelling F-d-F.
Voor het eerste deel kiezen we de hoofdletter, want dat deel noemen we F grote terts; het tweede in d schrijven we met een kleine letter: we noemen dit namelijk kleine terts.

Moeilijk? Helemaal niet. Wanneer F de hoofdtoon is, dan is de terts van F (terts betekent derde) een A. En nu de afstand van F tot A 4 halve tonen bedraagt spreken we van een groteterts-toonsoort. In het tweede deel overheerst de d, wier terts een fis; en de afstand van d tot f is niet 4 maar 3 halve tonen. Ineens wordt duidelijk dat -een stuk in een groteterts-toonsoort vrolijker, of zonniger, of krachtiger klinkt - dan' een stuk in een kleine-terts-toonsoort; de laatste klinkt droeviger, of ernstiger of schaduwrijker.
U mag het noemen zoals u wilt. De Fransen spreken van majeur en mineur (groot en klein), de Duitsers van Dur en Moll (hard en zacht). Alles wat u onthoudt is: wanneer de terts (derde vanaf do) 4 halve tonen hoger ligt spreken we van een grote terts; wanneer de terts (derde vanaf re) slechts 3 halve tonen telt noemen wij het stuk kleine terts of mineur.

Ai, dat was even een nummertje theorie. Maar het invullen van een belastingbiljet is veel en veel moeilijker.
En het voorgaande is bovendien de sleutel, om de aard van onze psalmwijzen te gaan verstaan. Met dit stukje theorie gaat een wereld voor u open.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief