Post uit Rwanda
1990-05-25
Foto- Jaargang 34
- nummer 11
Heb jij wel eens een foto van jezelf gezien? Natuurlijk? Nou, zo natuurlijk is dat niet hoor. Luister maar eens. Mijn vader en moeder kwamen op bezoek. De opa en oma van Jonathan, Matthijs en Gersom. We hadden elkaar al heel lang niet gezien, want Rwanda is heel ver van Nederland.
Je moet met het vliegtuig en dat is heel duur. Een kaartje om heen en terug te gaan kost ongeveer tweeduizend gulden. Daar moet je een tijd voor sparen, zelfs als je een groot mens bent. Maar mijn vader en moeder hadden het er best voor over. Ze wilden graag kijken hoe wij hier leven en wonen en werken.
Daar schrijf ik wel over in brieven, maar dan voel je toch niet echt hoe het is. Nu hebben ze het zelf meegemaakt en het is net of we nu niet meer zo heel ver uit elkaar wonen.
Maar goed, ik zou over foto's praten.
Luister. Mijn vader en moeder maakten foto's, erg veel foto's. Ze wilden van alles een foto hebben om thuis te Ikunnen bekijken en aan anderen te laten zien.
Ze maakten foto's van ons huis, met ons erin natuurlijk, van Jonathan en Matthijs op school, van Gersom en mij in de keuken bij het brood maken, van Dick terwijl hij les gaf en van nog veel meer. Mijn moeder wilde ook een foto maken van mij met de groenteman, die met een grote mand achter op zijn fiets bij ons huis komt. "Mag het?", vroeg ze aan de groenteman. "Jawel, maar dan wil ik ook een foto", zei de man.
"Ik zal een sturen", beloofde mijn moeder en -klik- we stonden erop.
Het duurde een hele tijd voordat we de foto zagen. Eerst moesten de fotorolletjes mee naar Nederland.
Bijna elke dag vroeg de groenteman: "Hebt u al een foto voor me?"
en elke keer zei ik: "Nee, dat duurt wel even hoor." En toen kwamen ze: een dikke brief vol foto's. De volgende dag liet ik aan de groenteman zijn foto zien. Hij pakte hem aan en keek er lang naar. Hij keek naar de foto en toen naar mij en toen weer naar de foto. "Dat bent u", zei hij en wees. Toen keek hij nog een lange tijd. Hij keek naar zijn fiets en naar de mand achterop en naar de trui die hij aanhad. Dezelfde als op de foto. Toen begon hij te laetten. "Dat ben ik!" riep hij uit. Hij had nog nooit eerder een foto van zichzelf gezien en thuis heeft hij ook vast geen spiegels.
Hoe moet hij weten hoe hij eruit ziet? Hij was heel blij met de foto en borg hem goed weg.