Post uit Rwanda

1990-06-08
  • Jaargang 34
  • nummer 12
Zandvlo
"Mamma kijk eens, mijn voet kriebelt zo," zegt Jonathan. Hij houdt zijn blote tenen onder mijn neus. Ik kijk en ja hoor, ik zie het al: een zandvlo. Die lelijkerd! Zandvlooien zitten in het zand buiten. Je ziet ze niet, ze zijn piepklein, maar als ze de kans krijgen kruipen ze in de zool van je voet. Daar eten ze lekker hun buikje rond en om hen heen ontstaat een gat, vol met etter. Het gekke is: je voelt er niks van, het kriebelt alleen een beetje. Maar het diertje moet er wel uit. Je kunt je voet toch niet op laten eten!
Ik ga warm water halen en een naald om het holletje van de zandvlo open te maken, want er zit gewoon vel overheen. "Nee", roept Jonathan, "laat maar hoor." Maar hij weet best dat het moet. Het is een heel gepeuter en het doet ook wel een beetje zeer, maar na even is het beestje eruit en de etter ook. Jodium erop en Jonathan kan weer gaan spelen.
Hij heeft eigenlijk geluk. De meeste kinderen hier lopen altijd op blote voeten. En ze wassen die voeten niet elke dag zoals wij dat doen, omdat ze thuis niet zoveel water en zeep hebben. Dan zitten hun voetjes soms helemaal vol met zandvlooien, meestal onder de nagels. Dat doet pijn. De hele nagel moet eraf en in de teen zit een gat. Hé, wat kriebelt daar onder mijn voet? Ik zie niks. Dat krijg je van zulke verhalen: de kriebels.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief