Jacob weer op de vlucht

1990-06-22
  • Jaargang 34
  • nummer 13
Jaren geleden hield wijlen miJn collega Marten Bakker een preek over Jacob uit een van de hoofdstukken uit Genesis. Iemand herinnerde zich de eerste, trefzekere zin van die preek. "Broeders en zusters", zei ds. Bakker, "er Is tussen God en Jacob altijd een twist geweest over de vraag: ijjjijofrijlk?"
Dat lijkt miJ Inderdaad de kern van dit deel van de heilsgeschiedenis.
En elke keer als Jacob God het stuur uit handen neemt, raakt Jacob diep In de problemen.

Intriges
In zo'n situatie verkeert hij ook nu weer. Door een dubieus contract met Laban met geestelijk voorbehoud (hoe interpreteer je de letter?) en diverse kunstgrepen - zeg maar door bedrog - is Jacob rijk geworden: ..die man brak gansch zeer uit (in menigte), en hij had vele kudden, en dienstmaagden, en dienstknechten, en kemelen en ezelen", aldus nadrukkelijk de Statenvertaling op Gen. 3:43. Labans verwijzing naar de zegen des HEREN wordt door Jacob grif overgenomen en uitgebuit - ligt dat niet exact in de lijn van wat God aan vader Abraham toezegde (Gen.
12:2, 3)? Jacob had om zo te zeggen de Schrift op de hand! En weinig subtiel laat hij in die context schoonvader Laban weten, dat deze voordien niet veel meer dan een armoedzaaier was ...
Waar Jacob verschijnt breidt ook Labans bezit zich uit in menigte (30:29, 30). Een goed moment voor Jacob om nu ook eens voor zichzelf te beginnen.
Maar de intriges rond het ogenschijnlijk waterdichte contract stapelen zich op. Laban bijv. zorgt voor een afstand van drie dagreizen tussen zijn en Jacobs kudden. Jacob neemt zijn toevlucht tot trucs en zorgt bovendien, dat alleen de sterke dieren voor vermeerdering van zijn kudden in aanmerking komen (30:41, 42).

Groeiende afgunst
Maar dan komen de problemen: ..En hij hoorde de zonen van Laban (zijn zwagers dus) zeggen: Jacob heeft zich alles toegeëigend wat van onze vader was, en uit hetgeen van onze vader was heeft hij zich al deze rijkdom gevormd." Jacob is een man van gewicht geworden (31:1).
Abraham was rijk (13:2; 24:35), Izaäk was rijk (26:13) en Jacob wilde er niet voor onder doen. Hij was niet van plan met lege handen (zoals hij gekomen was) naar Kanaän terug te keren.
Izaäks rijkdom wekte de nijd en afgunst van de Filistijnen op. Toch waren zijn rijke graanoogsten alleen maar het gevolg van Gods zegen (26:12, vgl. Ef. 2:14). Maar Jacob was 'bij het vergaren van zijn rijkdom met bedrog te werk gegaan: hij had de afgunst in feite aal"! zichzelf te wijten.
Niet alleen diens zonen - Laban zelf liet zijn ongenoegen ook blijken: ..Ook lette Jacob op het gezicht van Laban, en zie, het was jegens hem niet als gisteren en eergisteren. De grond begon heet te worden onder Jacobs voeten ...
Op dát punt neemt God het stuur (weer) in handen: ..Toen zei de HERE tot Jacob: keer terug naar het land uwer vaderen (vgl. 12:1!) en naar uw maagschap (familie, verwanten) en Ik zal met u zijn." Zoals in Bethel beloofd en gevraagd. Het keerpunt in Jacobs 'ballingschap'.
Onverdiend maar conform Gods trouw aan zichzelf.
God zegt niet: je eigen schuld, je hebt erom gevraagd, zie maar dat je je er nu ook uitredt. Nee, Hij zegt Jacob zijn bijstand toe. Maar zoals eerder (30:43) rijst opnieuw de vraag: zegent God het bedrog en zorgt Hij nu ook nog voor een gunstige afloop, voor Jacobs ontsnapping?
Daarover straks nog iets.

God met mij?
Nu moet Jacob Rachel en Lea (de volgorde van zijn voorkeur) zover zien te krijgen dat zij - met de kinderen - met hem meegaan naar Kanaän.
Jacob gaat 'bijsturen'! Hij ontbiedt ze 'naar hetveld': daar kunnen ze ongehinderd praten.
Natuurlijk moest hij de nodige maatregelen treffen, maar de manier waarop rechtvaardigt iemands (Van Selms') opmerking hierbij: gratia non tollit naturam. Oftewel: de vos verliest zijn streken niet...
Eerst attendeert hij op Labans (haar vaders) veranderde houding en bejegEming.
Maar wat weet hij dan handig Gods doen in te .passen: .....maar de God mijns vaders is met mij geweest'" Zo'n tactiek zie je overigens maar al te vaak toepassen.
God voor je karretje spannen; met een beroep op God je eigen straatje schoonpraten, de kreukels van eigen intriges en slimmigheden gladstrijken. Zoiets als: het doelheiligt (achteraf) de middelen. In Gods naam mag er veel en kan er veel goedgepraat worden achterafzelfs onheilige middelen. Dan kun je naderhand altijd toegeven: van onze kant was het niet altijd helemaal netjes; natuurlijk, wij hebben 66k fouten gemaakt - máár ... En met dat 'maar' kun je alles laten zoals het was ...
"Maar de God mijns vaders is met mij geweest": Jacob haakt in op Gods eigen woorden, maar hij geeft er wel mooi een draai aan. Het is waar en tegelijk niet waar ...
Daarna attendeert hij direct weer op zichzelf - hoe hard hij voor vader Laban wel gewerkt heeft. Maar Laban komt er minder goed af - die was onbetrouwbaar. En weer duikt het woord bedrog op: jullie vader heeft mij bedrogen en mijn loon tien(!) maal veranderd. Bedrog met het contract - alsof Jacob zélf op dat punt te vertrouwen was geweest: een contract met ingebouwde trucs!
Opnieuw mag God 'dienst doen' in zijn verhaal - daar win je aan overtuigingskracht mee: "doch God heeft hem niet toegelaten mij te benadelen ..." En nog eens, na vermelding van Labans manipulaties, heet het: "zo heeft God de kudde van jullie vader weggenomen en mij gegeven."

Oja? Alweer: het is waar én niet waar. Zijn eigen rol daarbij vergeet Jacob nadrukkelijk te vermeiden ...
Nu klinkt het als "God alleen zij de eer" maar met een valse klank, een schrille disharmonie.

Waar en niet waar
Misschien hebben Rachel en Lea zich wel eens afgevraagd: hoe kon dat allemaal zo gebeuren? Of ze hebben thuis haar broers erover horen praten en mokken (31:1). Maar ook dan heeft Jacob zijn antwoord en zijn verweer klaar. Zijn eigen manipulaties en trucs bedt hij in in een fraaie maar aangepaste reconstructie: "Het gebeurde eens ... en ik zag in de droom ... en de engel (bode) Gods zei tot mij ... want Ik heb gezien alles wat Laban u (nog steeds) aandoet ..." En daarmee is Jacob gerechtvaardigd, vrijgesproken.
Zoiets als: ,,'t Is uw zaak,O Hoofd en Heer ..." God heéft een twist met Laban. Ja - 't is waar en niet waar. Hoe handig weet Jacob de (korte, vs 3) droom die hij had uit te buiten en uit te breiden. De feiten geven hem toch gelijk? Kijk maar naar zijn bezit ... 't Is een kwestie van 'goed' de feiten interpreteren!
Jacob geeft daar nog een mooi staaltje van als hij en passant zijn droom te Bethel (28:10-22) weergeeft.
Van belang is wat hij vertelt en nog meer wat hij weglaat! Zijn relaas luidt als volgt: "Ik ben de God van (die u verschenen is te) Bethel."
Dat is waar en wat volgt is ó6k waar: "waar gij mij een gelofte hebt gedaan."
Inderdaad, maar de inhoud van 'die gelofte vermeldt Jacob niet. Die luidde zo: "Indien God met mij zal zijn, en mij behoeden zal op deze weg, die ik ga, mij zal geven brood om te eten en klederen om aan te trekken, en ik behouden tot mijns vaders huis wederkeer, dan zal de HERE mij tot een God zijn ... en van alles wat Gij mij schenken zult, zal ik U stipt de tienden geven." Voedsel, kleding en wat God hem verder zou geven. T6en een erkenning van volstrekte afhankelijkheid (met lege handen). Daarna het stuur in eigen handen nemen. Overigens na veertien jaar knecht te zijn geweest, maar wel ziende dat Gods zegen hem op de voet volgde ten gunste van Laban.

Overtuigd - maar hoe…
En nu de clou - daar waar hij komen wilde. Eerst heeft hij Rachel en Lea getracht te overtuigen dat God onmiskenbaar aan zijn zijde staat. Dan kan nu volgen wat deze God van Bethel hem in een droom heeft gezegd: "welnu, maak u reisvaardig, ga uit dit land weg en keer naar het land uwer maagschap terug." Nu is hij waar hij wezen wilde. Hij had een droom en de boodschap was (na twintig jaar): keer terug! Dat hij die droom wat uitbreiding gaf, was tenslotte voor een goed doel. Dat hij daarmee van alles op Gods rekening schoof - wie zou hem tegenspreken?
De feiten spreken voor zichzelf!
Rachel en Lea zijn overtuigd. Ze zeggen openlijk dat zij ten opzichte van haar vader Laban als vreemden zijn, die geen deel hebben in de erfenis - dochters erven niet als er zonen zijn. En over de behandeling door Laban zijn ze ook ontevreden: "Zijn wij door hem niet als vreemden geacht, omdat hij ons verkocht heeft? Ook heeft hij ons geld geheel en al opgemaakt." Ons geld: de bruidsschat, de prijs die Laban van Jacob ontving in de vorm van gekapitaliseerde arbeid.
Ook zij zien dat het Laban niet naar den vieze gaat. Maar op dit punt vallen zij Jacob geheel en al bij: "doch al de rijkdom, die God van onze vader weggenomen heeft, die behoort ons en onze kinderen; nu dan, doe al wat God u gezegd heeft."
Weliswaar brengen ze God ter sprake (hoe hebben ze Hem leren kennen??) en ze zullen met Jacob meegaan blijkbaar. Maar de motivatie ligt op het vlak van gekrenkte trots en materieel gewin.

Dubbele diefstal
Het pad is door Jacob kundig en handig (zeg maar goochem) geëffend.
De terugtocht naar Kanaän kon beginnen. Gepreciseerd: terug naar vader Izaäk - zo'n twintig jaar ligt daartussen.
Het tafereel ontvouwt zich: "Toen maakte Jacob zich reisvaardig, zette zijn kinderen en zijn vrouwen op de kamelen, en dreef zijn gehele kudde voort en al de have, die hij verworven had, de kudde die zijn eigendom was, die hij in Paddan-Aram verworven had, om te gaan naar zijn vader Izaäk, naar het land Kanaän.
Dat klinkt goed: drievoudige nadruk op het eigen (verworven) bezit van Jacob. Niets van Laban neemt hij mee. 't Lijkt allemaal perfect in orde.
Maar de verteller kan ons nog meer vertellen. Hij heeft nog een (dubbele) verrassing in petto. Om niet te zeggen een dubbele diefstal.
Laban is ver van huis, om de schapen te scheren - dat duurt wel een paar dagen. 't Moment van vertrek is goed overwogen. Rachel (uitgerekend de vrouw van Jacobs voorkeur) maakt van die omstandigheid gebruik: zij steelt de terafim van haar vader en neemt die mee. Maar er is n6g een dief: Jacob "stal het hart van (misleidde) Laban door hem niet te vertellen, dat hij wilde vluchten."
Een exacte weergave is in onze taal niet mogelijk (zo ook in 31:26). Maar zoveel is duidelijk: Laban is de bestolene, de gedupeerde doordat hem de kennis, het weten van het vertrek onthouden wordt. Even verder geeft Laban dan ook zelf als parallel "dat gij ... mijn dochters als krijgsgevangenen weggevoerd hebt" (31:26). AI dan niet terecht acht hij zich bestolen.

Weer op de vlucht
Argeloos lezend denk je: Jacob ontsnapt met de zijnen aan Laban.
Maar de verteller zegt 't ons zo: Rachel steelt, Jacob steelt. Jacob wilde vluchten en Jacob vluchtte. Dát is de woordkeus ais het gaat om aartsvader Jacob en aartsmoeder Rachel. Het vertrek uit Paddan-Aram wordt precies zo gekenmerkt als zijn vertrek destijds uit Kanaän: vluchten (27:43).
Z6 zien dus Israëls voorouders eruit.
Z6, in die termen wordt Gods heilsgeschiedenis gespeld. Wie kan volhouden dat bedrog gezegend wordt?
Het valt te begrijpen, dat Paulus zowel Israël als de kerk bepaalt bij het "niet uit de werken" maar krachtens Gods roepingsdaad. Wij moeten maar heel nederig over de kerk en over onszelf denken. En bedenken dat ook deze dingen 6ns tot lering zijn beschreven. Tot lering én tot waarschuwing, 1 Cor. 10:1-13- "deze gebeurtenissen zijn ons ten voorbeeld geschied, opdat wij geen tust tot het kwade zouden hebben."
Want wat stelt de kerk nu helemaal voor? Vaak onderlinge geschillen, soms tot prestigekwesties te herleiden - maar altijd gedekt door teksten: we spelen op safe. 't Zelfde geldt van alle mogelijke gangbare meningen. We luisteren naar het Woord en knikken instemmend.
Maar wat verandert er nu eigenlijk in ons, in onze gemeente? leder houdt aan zijn eigen eindje vast of keert zich boos af. Waar is het geduld, het groeien van inzicht, wijsheid, fijngevoeligheid - kortom bekering? Leven we bij de gratie van eigen inzicht, handigheid, slimheid of laten we het wederbarende (tot nieuw leven brengende) Woord zijn werk doen? Zodat de gezindheid van Christus, nederigheid in plaats van hoogmoed, haar intree doet? De enige hoop en zekerheid van de kerk is inderdaad gelegen in het absolute genadekarakter van Gods verkiezend handelen. God zal zijn plan, het werk dat Hij begon, niet onafgemaakt laten liggen. Hij blijft zichzelf trouw. '

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief