Opbouw
1990-06-22
Er bestaat een oud gebruik, dat de redactie zich op dit soort dagen even presenteert - al ware het slechts om een adres te leveren voor wensen, op- en aanmerkingen; of om vast te stellen wat we aan elkaar hebben.') - Jaargang 34
- nummer 13
Vandaag is het mijn beurt. Laat me daarom nog eens enkele gedachten ventileren over het bestaan en wezen van ons goede blad.
Ons periodiek heet te dienen tot opbouw van het gereformeerde leven.
Die ondertitel is met zorg gekozen.
1. Opbouw van ons leven betekent: dat we het volmaakte niet bereikt hebben, maar ons blijven inspannen om "te grijpen, omdat wij gegrepen zijn," Phil. 3:12. Die inspanning verwachten onze lezers terecht van hun schrijvers - diezelfde inspanning verwachten uw. schrijvers evenzeer van u. Niemand van ons staat immers op zichzelf: samen mogen we bouwen aan het lichaam van Christus.
Uw schrijvers doen dat door te studeren op het onderwerp, waarmee zij u hopen te dienen. Zij trachten hun lezers aan het denken te krijgen.
Want wanneer alle lezers het voetstoots eens zijn met hun schrijvers, is het blad vergeefs geschreven.
Pas wanneer lezers nadenken, meedenken, vaak ook doordenken, kan de gewenste uitwisseling ontstaan, die tot opbouw leidt. Vandaar ook die aardige slagzin: "U hoeft het er niet mee eens te zijn, om er achter te staan".
2. Het tweede woord uit onze ondertitelluidt 'gereformeerd'. Dat woord is, taalkundig gesproken, een verleden deelwoord. Het slaat op mensen, groepen of instellingen, die hun oorspronkelijke vorm hervonden hebben.
Hun vorm is vernieuwd - nu moet hun inhoud nog vernieuwd worden.
Daarom sprak Calvijn over een ecclesia reformata semper reformanda.
Een kerk die gereformeerd is moet zich steeds verder reformeren.
Naast het verleden deelwoord plaatste Calvijn een tegenwoordig deelwoord.
Misschien mag van onze kinderen vandaag niet meer verwacht worden, dat zij het verschil tussen een verleden en een tegenwoordig deelwoord kennen. Des te meer komt het er dan voor ons op aan: van dat tegenwoordig deelwoord werk te maken. Dan geven we onze kinderen geen taalles - maar practische voorbeelden van levensvernieuwing. Dan maken we onze kinderen (en elkaar) duidelijk: dat het etiket gereformeerd weinig zegt - wanneer we daar niet de daad van onze dagelijks bekering aan toevoegen.
En vooral wanneer ons periodiek de opbouw van het gereformeerde leven op het oog heeft, moeten we ons bij lezen en schrijven laten leiden door dit beginsel: een blad, persoon of groep, die het woord gereformeerd op zijn voorhoofd heeft staan, zal dat moeten bewijzen door zich steeds meer te reformeren. Anders is gereformeerd een waardeloos etiket.
Het moet u wel eens opvallen, dat in de kop van ons blad niet de naam der Nederl. Gereformeerde Kerken voorkomt. Het blad is dus niet officïeel orgaan van deze kerkengroep, al komt het hoofdzakelijk uit die kerken op; zonder zich daar officieel aan te binden. Ik geloof dat dit met wijs beleid is gekozen. De kerkgeschiedenis van de laatste eeuw heeft ons losgemaakt van ons bodemloos vertrouwen in een kerkelijke organisatie, laat staan hiërarchie.
Ook gereformeerd leven buiten onze kerken komt immers binnen ons blikveld. En als men zoekt naar onze identiteit, zal dat rn.i. moeten zijn: "wij zijn een vriend, wij zijn een metgezel van allen die Uw naam ootmoedig vrezen en léven naar Uw Goddelijk bevel". Daarbij klemt des te meer de noodzaak voor schrijvers en lezers, om zich individueel te hechten aan het eeuwige Woord.
Ook om critisch te staan tegenover elk traditionalisme. Het Woord verandert niet, al kunnen we ons inzicht in het Woord ontwikkelen. Maar tradities, zelfs gereformeerde tradities, kunnen verouderen. Die blijken niet altijd houdbaar te zijn. Dan moeten ze van tijd tot tijd worden bijgesteld.
3. Het derde woord uit onze ondertitel is het woord 'leven'. Ons goede blad mikt op ons leven, ons totale leven, ons gereformeerde leven van de wieg tot het graf. Ik vind dat woord leven erg belangrijk en hoop dat u dat ook vindt.
Er is een tijd geweest, dat onze kerkelijke bladen slechts een deel, vaak een klein deel, van ons leven bestreken.
Dat deel was een stukje vroomheid voor de zogenaamde leken; voorts het kerkelijk nieuws (door wijlen br. N. Baas het ziekenrapport van dominees genaamd); vervolgens een aantal pagina's gewijd aan valse leer (elders) en zuivere leer (bij ons); tenslotte het tijdloos kabbelend gekibbel van theologen, alleen voor ingewijden verstaanbaar.
Bij de oprichting van ons blad 'Opbouw' - en we spreken uit persoonlijke ervaring en aanwezigheid zelfs bij de voorbereidingen - is bewust gekozen voor een blad van een ander karakter.
Zowel Jager als Veen hof stelden vast, dat ons blad zich niet in de polemiek zou begeven; dat het geen professioneel theologenblad mocht worden, maar dat het verstaanbaar moest zijn ook voor minder ontwikkelde kerkleden. Ook zou ons blad openstaan voor zelfcritiek; hoe zou het anders kunnen meehelpen aan een doorgaande reformatie?
En vooral werd vastgesteld: dat ons blad zou werken aan ons totale culturele leven! Nader gepreciseerd: 50 procent Schrift en kerk - 50 procent cultuur. Bij cultuur werden Schrift en kerken natuurlijk niet buitengesloten - maar wel werd afgesproken dat ons blad ruime aandacht zou schenken aan ons totale leven voorzover dat boven eten, drinken en slapen uitgaat.
Want ook ons sociale leven, ons huwelijk, ons ethisch denken, onze kunstbeoefening, onze schoonheidsnormen, onze politiek en architectuur, ons taalgebruik, ons onderwijs, ons begrip van recht en onrecht, van gezag en gehoorzaamheid, ons huis-, tuin- en keukenchristendom moeten naar Gods normen gereformeerd zijn - en steeds meer gereformeerd worden.
Er is veel afgepraat en -geschreven, eer de toenmalige redactie deze afspraak kon realiseren. Het aanbod van theologische artikelen was immers jarenlang een veelvoud van de culturele artikelen. Ons lezend volk vroeg wel eens: is dit-of-dat nu een onderwerp voor 'Opbouw'? Men was dat niet gewend, cultuur op te steken uit een kerkelijk blad.
Maar vandaag hebben mensen als Algra en Hoekstra hun eigen band met onze lezers: proza en poëzie, taal, onderwijs, psychologie inclusief zorg voor misdeelden, krijgen nu volle aandacht. Meulink bestrijkt met gezag onze politieke vorming; Van Kampen verruimt onze horizon tot ver over de grenzen. Van der Wal houdt ons op de hoogte met nieuws uit eigen en breder kring. Terwijl uw spreker van heden zich bezighoudt met de uitverkoop van resterende onderwerpen, in alle soorten, kwaliteiten, maten en prijzen. Tegenover een sterke theologische meerderheid in het verleden - zien we nu zes niet-theologen naast 3 predikanten; afgedacht van de voorpagina en van onze medewerkers.U hoort me niet zeggen dat dit enkel wi nst is; het evenwicht van fifty-fifty zal wel eens moeten worden hersteld.
Maar wel wil ik persoonlijk zeggen: dankbaar te zijn dat ons blad alle aandacht geeft aan ons totale leven, en dat leven helpt reformeren.
Schilder, onder meer schrijver van 'Christus en Cultuur', wordt dit jaar ijverig herdacht, zelfs van onvermoede zijde. In zijn boek 'Ontmoetingen met Schilder' geeft Puchinger alleen al in zijn inleiding 4x het woord 'cultuur' en christelijke cultuurgeschiedenis.
Zelfs herinnert hij aan Schilders woord uit 1941: "dat het barthianisme ons heeft geleerd, dat wij in onze belijdenis erg verouderd zijn" ... (p. 33); zelfs vandaag nog is er moed toe nodig dit te beweren"), In zijn zelfde boek zegt Schilder, dat wij nog niet toekwamen aan het toneel - dit gebied voorlopig aan anderen overlieten; ook al een uitdagend gezegde.
En om nog even bij Schilder te vertoeven: deze knappe theoloog en strijdbaar schrijver had een voorbeeldige, brede culturele interesse.
Puchingers boek noemt namen van Gerritson, Jeremias de Decker, AIbert Verwey, Hilarion Thans, Carel Scharten, Frans Erens, Thomson, Schiller, Novalis, Alfred de Vigny, Kierkegaard, Nietzsche, Shaftesbury, Windelband, Michelangelo, Thorwaldsen, Botticelli, Titiaan, Rembrandt, Toorop (p. 29), ook Juvenalis en keizer Domitianus, Greshoff, du Perron, ter Braak (p. 31), en als u goed duizelt van dit illustere en zeer gemengde gezelschap dan dringt het tot u door, dat nog geen enkele theoloog is genoemd! Schilder had een ruimer blik dan zijn eigen vakdiscipline.
Wij hebben allen veel aan Schilder te danken; laten we dat even uitspreken.
En - hoewel hij gewoon was zijn kolommen te vullen met theologie en polemieken - misschien hebben we de brede culturele basis van 'Opbouw' toch wel mede aan hem te danken. Al was het maar omdat Jager zei: maar zo gaan we niet verder!
Ons blad - het zij ten leste male gezegd - wil werken aan de opbouw van ons totale gereformeerde, dat is ons aan Christus onderworpen leven.
') speech namens redactie op jaarvergadering 12-5-1990
2) iets voor ds. H. de Jong!