Zending

1990-06-22
  • Jaargang 34
  • nummer 13
De stad en het evangelie (3 en slot)
De omvang van de nood
De vorige keer is al gesteld dat het grote aantal (nog steeds dramatisch groeiende) grote steden in onze wereld onze aandacht moet hebben.
Ook (jat er 'een (door de hele Christenheid gedeelde) visie op de omvang van de ons gestelde uitdaging' nodig is en 'een herkenbare strategie hoe we die vele miljoenen zouden willen bereiken'.
Dat is gemakkelijk hier even te zeggen, maar uiteraard een buitengewoon veelomvattende vraag. Want de snelst groeiende steden liggen veelal in de armere landen, zeker niet in gebieden waar de Christelijke Kerkgestalsmatig sterk is.
De problemen van het leven in de stad - de volte en drukte, het leeftempo, de kans dat je er je identiteit verliest en opgaat in de massa - zijn van een nieuwe en ongekende omvang.
Ook de mate van culturele mengeling en van taalkundige verscheidenheid zijn bijna zonder precedent in onze wereld, al hebben steden als Rome, Alexandrië en Antiochië in de Oudheid er al mee te maken gehad.

De omvang van de kansen
Maar dat zijn dan wel precies de steden waarin het Christelijk geloof is 'groot gewordyn'! In de stadscentra werd het eerst het Evangelie verkondigd; kijk maar in het boek Handelingen, waar de apostel Paulus de grote wegen van het Rijk bereist om in de grote bevolkingscentra 'het Woord te planten'. (Vermoedelijk zou hij, op missionairstrategische gronden, de neiging van veel Christenen om Uit de stad weg te gaan niet hebben aangemoedigd ...) Er is niet alleen een bevolkingsconcentratie die problemen oproept, er is er ook een waar geweldige kansen voor het Evangelie liggen. Ook daarvan een paar voorbeelden.

* In Mexico Stad, met zijn ruim 20 miljoen mensen, heeft een aanzienlijke groep evangelische Christenen zich een opmerkelijk doel gesteld.
Men wil er in tien jaar tijd liefst tienduizend nieuwe (huis-)gemeenten stichten! NU heb ik daar wel een aantal vragen bij (kán een groep gelovigen zich zo'n doel stellen, is dat niet het werk van de Heilige Geest? Is het wel zo gelukkig om zoiets te willen doen vóór het jaar 2000, alsof dat een 'eindtijd-grens' zou zijn? en nog zo wat vragen) Maar, één ding is duidelijk: hier zijn mensen bezig met visie! Ze zien de mogelijkheden en vragen van de Here om hen in het uitwerken van die visie te helpen.

* De 'Southern Baptist Home Mission' in Los Angeles heeft programma's in 26 talen! Die talen worden in de stad gesproken; in die talen wordt in Los Angeles het Evangelie uitgedragen.
En in het werk van een andere kerk in Chicago zijn er 22 taalgroepen, die men probeert te bereiken.
Het 'zendingsveld' is ook op ons eigen erf komen te liggen, in meer dan één betekenis.

Dr. Ray Bakke, aan wie ik deze voorbeelden ontleen (Hij komt uit de V.S., dus zijn voorbeelden komen daar ook vandaan) geeft dan als commentaar: "We moeten vandaag de dag denken aan zendingswerk in termen van mensen die geografisch ver bij ons vandaan wonen - waarin ruim een miljard mensen ver van de kerk vandaan woont - én de nieuwe terreinen, waar we mensen ontmoeten die cultureel van verre staan, die tweeëneenhalf miljard mensen die leven in de schaduw van bestaande kerken. Nog steeds moeten zendelingen zeeën, bergen en woestijnen over om onbereikte volkeren te bereiken.
Het nieuwe zendingsterrein wordt echter gevormd door de steden van onze tijd, die ontstaan zijn door massa-emigratie en bevolkingsexplosie'.

Maar hoe dan?
Bakke zegt dan, wat drastisch wellicht: "Als ik onderwijs geef in 'urban missions' (Iett. 'stadszending') moeten mijn studenten een half uur lang in een supermarkt gewoon staan kijken wat er te zien is. Ze komen terug en vertellen wat voor veranderingen hebben plaatsgevonden in de wijk, op het punt van voedselbevoorrading, in de laatste dertig, of zelfs 15 jaar. Veel winkels (het is opnieuw een voorbeeld uit de V.S., PJvK) zijn het hele etmaal open. Alles is gecomputeriseerd.
De prijzen zijn omhoog gegaan. Waar winkels vroeger 8000 producten aan de man brachten, zijn het er nu 24.000. Ze hebben afdelingen voor mensen uit Azië, uit Latijns-Amerika, voor oude mensen, voor mensen met zoutarm dieet, etc.
Verderop heb je eén afdeling die helemaal toegespitst is op met de magnetron bereid voedsel. Ze hebben mensen achter de kassa die diverse talen spreken en hun mogelijkheden om met betaalkaarten te werken zijn groter dan bij de gemiddelde bank. De dagen zijn voorbij, waarop de slager kon zeggen: 'na 6 uur verkopen we niets meer'.
Dan laat ik mijn studenten naar een kerk in de buurt gaan, en kijken naar het bord met aankondigingen. En wat zien we dan? Om 11 uur op zondagmorgen is er een dienst. Want zo is het altijd geweest.
De vraag die ik heb: Hoe kan een supermarkt zonder Gods Geest doen wat de Kerk met de werking des Geestes niet klaar lijkt te krijgen?
Hoe kan de Kerk zo vrij worden dat ze de stad bereikt? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat zendingsgenootschappen, die altijd in het buitenland hebben gewerkt, een 'verbond' aangaan met evangelisten, met mensen van de 'inwendige zending'? Hoe kunnen we van hen leren hoe om te gaan met mensen van een andere cultuur en taal? Voor de meesten van ons is dat namelijk een enorme barrière, die groter is dan zelfs de Islam." (a.w. p. 48,49)

En verder nodig
Verder nodig, naar de opvatting van Ray Bakke, is een aantal zaken, die ik zonder veel commentaar weergeef: Nodig is studie. Hoe kunnen we doordenken wat echt nodig is om mensen te bereiken. In de woorden van de Schotse schrijver Sir Walter Scott: "voor een Christen is èèn boek genoeg, maar duizend boeken zijn desondanks niet teveel". Er moet worden gestudeerd op de inhoud van de Bijbel, op de inhoud van onze verkondiging, op de diverse geloofsopvattingen die we in de stad tegenkomen. "Inderdaad ben je met je Bijbelschoolopleiding in heel wat dorpen de meest ontwikkelde persoon", zegt Bakke ervan, .." maar in veel gevallen eist de verkondiging in de stad veel en veel mèèr kennis en ontwikkeling". Doordenken dus, om verantwoord te kunnen spreken.
Nodig is moed. Moed om de stad niet te vrezen. Bakke vergelijkt de moed van veel zendingspioniers met de moed van mensen nu om eventueel hun gezin in de stad te laten opgroeien. De risico's dat je kinderen in de stad mislukken valt te vergelijken met het risico dat vooral mensen in vorige eeuwen namen dat ze hun kinderen in een ander klimaat ten grave zouden moeten dragen.
Toch ..we hebben wanhopte behoefte aan gezinnen in de stad.
We hebben de kinderen nodig, want ze passen zich gemakkelijk aan de cultuur aan en geven ons ouders daar ook toegang toe. We hebben christenen nodig in de woonwijken, op de speelplaatsen en gymnasia.
We kunnen ons niet permitteren dat ze allemaal verdwijnen."
Nodig is ook een doorbreken van kerkelijke grenzen, meent Bakke.
Veel kerken zijn blank en 'middleclass'.
"Wij zijn de stad ontvlucht op het moment dat God de hele wereld daar net heenbracht. .. De omvang van de nood èn de kansen noodzaakt ons onze gemeentestructuren te heroverwegen ... Laat me u vertellen dat, toen u de stad de rug toekeerde, de Heilige Geest de stad niet verliet. In onze wereld zijn de gemeenten die het snelst groeien vaak gemeenten, waar men een zwarte huidskleur heeft, Spaans of Koreaans speekt, waar men veelal dienst heeft in een andere taal dan de oorspronkelijke taal van het land." Bakke's conclusie: ..U hoeft niet als een Messias naar de stad terug te keren, om de stad te redden.
U hoeft u alleen maar aan te sluiten bij werk dat daar al gebeurt."

Ter afsluiting
Bakke geeft aan het einde van zijn betoog een ..persoonlijke vraag", die ik bij dezen ook doorgeef ... Ik wil u graag persoonlijk bij uw leven bepalen, bij wat u doet. U zult in de stad altijd in de minderheid zijn, misschien qua ras, maar zeker geestelijk en qua ideologie, politiek en op bijna elk ander gebied. Bent u daarvoor klaar? Denk aan Romeinen 8 : 31: Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?"
Het lijkt me goed een en ander verder te overwegen.

---------------------------------------------------------------

B. Wielenga, Richmond, Zuid-Afrika

Anti-semitisme in Zuid-Afrika?
Anti-semitisme is geen onbekend verschijnsel in Zuid-Afrika. Het Afrikaner nationalisme van de jaren 1930-40 kan niet los gemaakt worden van invloeden uit Nazi-Duitsland, waar latere leiders als Meyer, Verwoerd, Diederichs, Cronjé en anderen gestudeerd hadden. Ook iemand als de jonge Van Wyk Louw, een thans gevierd Afrikaner literator, was geboeid door Nazi-Duitsland.
Dat wil niet zeggen dat de hier genoemde personen zelf ook antisemitisch waren. Maar het maakt duidelijk dat er in Afrikaner kringen in die jaren een duidelijke voedingsbodem was voor anti-semitisme. En onder de aanhangers van fascistische bewegingen als de Ossewa-Brandwag waren heel wat antisemieten.
Het verbaast dan ook niet dat er in hedendaagse groepen als de Afrikaner Weerstandbeweging een sterk anti-semitische trend aanwijsbaar is. De AWB is een beweging die zich fel verzet - en zelfs dreigt met geweld - tegen het hervormingsbeleid van president F.W.de Klerk" men zou het een moderne variant Van de Ossewa-Brandwag kunnen noemen, semi-nazistisch.

Verschillende anti-semitische incidenten haalden de landelijke pers: in het door de Konservatiewe Party van dr. A. Treurnicht beheerste Boksburg aan de Oost-Rand werd een in een joodse vlag gewikkelde varkenskop gelegd in de zaal waar een gerespekteerd joods raadslid altijd zijn plaats inneemt in de gemeenteraad.
Het haalde ook het Nederlands Dagblad.
En zo zijn er nog wel meer van die weerzinwekkende uitingen van antisemitisme onder de Ver Rechtsen in Zuid-Afrika. Daar is bepaald een verband tussen dit anti-semitisme en de Ver Rechtse ideologie, gebaseerd als die is op een al dan niet verscholen rassenleer.
Toch heeft dit de gemoederen nog niet eens zo zeer in beweging gebracht in de joodse gemeenschap in Zuid-Afrika. Die wordt niet echt bedreigd door een sterk in opkomst zijnd anti-semitisme, al is het dan wel aanwezig. Veel meer opschudding veroorzaakte een uitspraak van Nelson Mandela over de positie van de Palestijnen in Israël vergeleken met de Zwarten in Zuid-Afrika. Daar is het laatste woord nog niet over gesproken, zeker nu Mandela onlangs een reis gemaakt heeft door Afrika en ook Gadaffi heeft bezocht.

Mandela en de Joden
Kort na zijn vrijlating bezocht Mandela in Zambia zijn afrikaanse vrienden en supporters; vele leiders uit de wereldwijde bevrijdingsgemeenschap ontmoetten hem daar, onder wie Yasser Arafat. De foto waarop zij beiden in hartelijke omhelzing stonden afgebeeld, werd in Zuid-Afrika met gemengde gevoelens bekeken.
En Mandela's verklaring solidair te zijn met de bevrijdingsstrijd van het palestijnse volk werd vooral in de joodse gemeenschap met argwaan beluisterd. De zuidafrikaanse Jood heeft nu eenmaal een dubbele loyaliteit: een aan Zuid-Afrika, maar de andere daaraan gelijk is die aan de staat Israël. En alles wat de veiligheid van de staat Israël bedreigt, wordt door hem met het grootste wantrouwen bejegend. De vergelijking die Mandela trok tussen de positie van de Zwarten in Zuid-Afrika en de Palestijnen in Israël werd dan ook verontwaardigd van de hand gewezen. Israël en Zuid-Afrika behoren toch niet in dezelfde kategorie van landen thuis?
Het kwam des te harder aan onder de Joden in Zuid-Afrika, omdat velen van hen zich hebben ingezet voor een vrij en demokratisch Zuid-Afrika.
Helen Suzman, Harry Schwarz en vele anderen hebben een leven lang een vaak erg moeilijke strijd geleverd tegen Apartheid. Ook in de ANC-SACP alliantie zelf komen Joden in leiderschapsposities voor: Joe Slovo, Albie Sachs, om nu maar een enkele naam te noemen.

Er zijn dan ook meteen gesprekken gevoerd om misverstanden te voorkomen, en om joodse vrees voor anti-semitisme bij iemand als Mandela weg te nemen. Niettemin is Mandela's opmerking volledig in overeenstemming met de overheersende perceptie onder de zwarte bevolking op de palestijnse problematiek, althans dat deel van de bevolking dat zich bewust identificeert met de ANC-idealen; ook in kringen van de bevrijdingstheologie is dat niet anders.

Bisschop Tutu en Israël
In het Nederlands Dagblad van 3 januari 1990 stond op de Kerkpagina een klein berichtje over Tutu's bezoek aan Israël. Een van de orthodoxe rabbijnen van Zuid-Afrika was boos over uitspraken door Tutu gedaan in Israël over de positie van de Palestijnen. Maar reeds tijdens een vroeger bezoek in 1985 hadTutu zich al kritisch uitgelaten over de relatie van Israël met Zuid-Afrika. Hij betreurde het dat Israël Pretoria steunde, en dat tegen de internationale gemeenschap in. En inderdaad, het door de Verenigde Naties in 1977 tegen Zuid-Afrika afgekondigde wapen-embargo is door Israël nooit gehouden. Op militair gebied hebben beide landen intensief samengewerkt, om van allerlei andere gebieden maar te zwijgen. Voor de zwarte oppositie-beweging was en is dit een kwalijke zaak tot op heden toe.
Deze stand van zaken deed de zwarte oppositie-beweging meer en meer oog krijgen voor de palestijnse strijd. Zelf hoorde ik eens een zwarte theoloog vertellen van zijn bezoek aan palestijnse vluchtelingenkampen onder vuur van Israëlische geveChtsvliegtuigen. Er was voor hem geen twijfel mogelijk: de Israëliërs en de Afrikaners waren uit het zelfde hout gesneden. Mandela's uitspraak moet tegen deze achtergrond gezien worden. Het was maar geen vriendelijk gebaar jegens een medestander; het is voor hem zo duidelijk als wat: Zwarten in Zuid-Atrika en Palestijnen in Israël voeren een zelfde strijd tegen gel ijksoortige tegenstanders. Er is geen sprake van anti-semitisme bij iemand als Mandela of Tutu of wie ook. Ook wordt het lijden van het joodse volk in bijvoorbeeld de holocaust niet ontkend of geminimaliseerd.
Maar de staat Israël wordt gezien als even onderdrukkend als Zuid-Afrika. Men is dus wel terdege anti-zionistisch in zwarte bevrijdingskringen.
Mandela's bezoek aan Gadaffi onlangs bevestigt dit alleen maar.
Het zou trouwens de moeite waard zijn na te gaan of en in hoeverre het Zionisme en het Afrikaner nationalisme van hetzelfde laken een pak zijn. Bepaalde vormen van Israëltheologie lijken als twee druppels water op de theologie van apartheid.
Daar hoop ik nog wel eens op terug te komen. Maar de dubbele loyaliteit van de zuidafrikaanse Jood zal het in het Nieuwe Zuid-Afrika van De Klerk en Mandela nog wel eens zwaar te verduren kunnen krijgen.
De buitenlandse politiek van dat Nieuwe Zuid-Afrika - als het komt en wanneer het komt - zal ten aanzien van de joodse staat beslist veranderen, als ik eens een profetie mag wagen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief