Samen in de kerk of samen aan het werk?

1989-01-06
  • Jaargang 33
  • nummer 1
Stond op de themadag van het NGJ in Nijkerk (zie 'Opbouw' 2 december 1988) de verhouding tussen reformatorische kerken en evangelische groeperingen centraal, nog geen maand later organiseerde het NGJC in Amsterdam een forumdiscussie over de verhouding tussen enkele reformatorische kerken onderling. Daarbij ging het vooral om de vraag hoe belangrijk kerkelijke eenheid is. Of moeten we als christenen op een andere wijze met elkaar samenwerken?

Wat is het NGdC?
De forumdiscussie was belegd ter gelegenheid van het tien-jarig bestaan van het Nederlands Gereformeerd Jongeren Contact. Bij deze vereniging zijn jongeren uit de regio Amsterdam aangesloten. De bedoeling van het NGJC is om het kontakt tussen (vaak op kamers wonende) jonge leden van de Nederlands Gereformeerde kerken te versterken. Men belegt regelmatig avonden met sprekers van buiten, terwijl de eigen leden thema's inleiden over bijbelse onderwerpen.
Dat het NGJC af en toe stevig aan de weg timmert bleek uit de forumdiscussie die men op 17 december 1988 had georganiseerd met als thema 'Samenwerking ondanks kerkelijke verdeeldheid'. Evenals de themadag in Nijkerk trok ook deze forumdiscussie ruim de aandacht van de christelijke pers.

Drie lorumleden en een voorzitter
Even de drie forumleden voorstellen.
Alhoewel: introduktie hebben ze nauwelijks nodig. Het zijn: drs.
A. Kamsteeg (adjunct-hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad, buitenland-commentator van de EO, vrijgemaaktgereformeerd), drs. A. Knevel (evenals drs. Kamsteeg een bekend televisie-gezicht; eind redakteur van de EO-aktualiteitenrubriek Tijdsein en lid van het christelijkgereformeerde deputaatschap voor de eenheid van gereformeerde belijders) en drs. H. de Jong (predikant van de Nederlands Gereformeerde kerk van Amsterdam-Centrum, betrokken bij de Theologische Studie Begeleiding, redacteur van Opbouw). Aan de heer P. Beukema de taak om de discussie tussen deze drie heren onderling en met de zaal in goede banen te leiden.
B.
Een christelijke natie?
De discussie was in drie afzonderlijke gedeelten opgesplitst, waarbij het eerste half uur werd besteed aan de huidige situatie van de Nederlandse samenleving. Als meest typerende kenmerk van de huidige samenleving noemde Ds.
de Jong het feit dat de publieke geldigheid van Gods geboden niet meer wordt erkend: de Naam van Christus is van de straat verdwenen.
Drs. Knevel stelde dat de enige oplossing voor Nederland is gelegen in een reveil, een daadwerkelijke bekering. Hij karakteriseerde onze tijd als een tijdperk waarin de mens centraal staat en het individualisme hoogtij viert. De mens probeert zijn behoeften maximaal te botvieren. De ik-gerichtheid komt vooral tot uiting in de zelfbeschikking over het leven (abortus en euthanasie).
Drs. Knevel zag weinig heil in 'christelijke aktiegroepen', omdat de grote meerderheid van de bevolking de argumentatie die vanuit christelijke zijde wordt aangedragen niet meer verstaat.
Christelijke organisaties zouden zich vooral moeten richten op daadwerkelijke hulpverlening "bij de puinhoop van de sekularisatie".
Zowel drs. Kamsteeg als Ds. de Jong maakten bezwaar tegen deze stellingname van de heer Knevel.
Ds. de Jong merkte op dat christenen geroepen zijn tot het getuigen van de Naam van Christus, ook als men daar geen resultaat van ziet.
De heer Kamsteeg stelde dat Gods geboden heilzaam zijn voor de samenleving en dat er toch altijd mensen zijn die daarop "via het gezonde verstand" aanspreekbaar zijn.

Kerkelijke verdeeldheid
De meeste reacties vanuit de zaal kwamen op de discussie over de kerkelijke verdeeldheid. In deze discussie nam drs. Knevel het voortouw door de verwachting uit te spreken dat eenwording van zijn kerkgenootschap met de beide andere kerken 'tot in lengte van jaren' niet haalbaar zou zijn.
Enigszins de discussie prikkelend zei hij nooit te hebben begrepen waarom vrijgemaakten en Nederlands Gereformeerden niet tot hereniging waren gekomen. De heer Knevel konstateerde dat de vraag naar eenwording binnen zijn eigen kerkgenootschap nauwelijks leeft. Hij verklaarde dit uit wezenlijke verschillen in (subjektieve) geloofsbeleving. Objektief gezien is men het met elkaar eens over het Woord van God en over de belijdenis, maar er bestaat een groot verschil in visie op het verbond en op de gemeente (richt de prediking zich op wedergeboren en nietwedergeboren leden van de gemeente?) en in de visie op de toeëigening van het heil (hoe krijgt iemand deel aan de gemeenschap met Christus?) Ter voorbereiding van deze forumdiscussie had de heer Knevel een aantal preken van vrijgemaakt-Gereformeerde en Nederlands Gereformeerde zijde gelezen en hij was tot de conclusie gekomen dat hij zich onder deze prediking moeilijk thuis zou kunnen voelen. Kortom: eenwording lijkt nauwelijks haalbaar, en, zo voegde hij toe: "ik zeg niet dat die eenheid er helaas niet zal komen..."

Lichtpuntjes
Drs. Kamsteeg zag wel plaatselijke lichtpuntjes in het nader tot elkaar komen van Nederlands gereformeerden, vrijgemaakt gereformeerden en christelijk gereformeerden. Hij gaf toe dat men vaak nog leeft met een karikatuur van elkaar, maar merkte tevens op dat we het belang van hernieuwde kontakten niet mogen onderschatten.
Ds. de Jong waarschuwde tegen het geforceerd werken naar eenwording.
Voor hem was kerkelijke eenwording momenteel een te hoog gegrepen ideaal. Wel merkte hij op dat iedere gelegenheid moet worden aangegrepen om wat goed is ook goed te noemen. Als voorbeeld noemde hij de schuldbelijdenis van de Gereformeerde Synode ten aanzien van 1944, waarop zijns inziens vanuit vrijgemaakt gereformeerde en Nederlands Gereformeerde zijde te zuinig was gereageerd. Volgens Ds. de Jong is er door die schuldbelijdenis (ondanks alle theologische verschillen) toch een hindernis weggehaald, waardoor de christelijke geest tussen de kerken bevorderd kan worden. Dit geeft de mogelijkheid om op een positieve manier met elkaar mee te denken en elkaar te steunen.
Meerdere malen werd opgemerkt dat samenwerking op plaatselijk nivo belangrijk is en het gesprek op landelijk nivo veel moeizamer verloopt. Plaatselijk zijn er goede kontakten, waarbij bv. gezamenlijke bijeenkomsten over allerlei onderwerpen worden belegd, waardoor men elkaar ook beter leert. kennen.

Eén avondmaalstafel
Was drs. Knevel het meest nadrukkelijk in zijn uitspraken over de (on-)mogelijkheden tot kerkelijke eenwording, hij liet zich tegelijkertijd zeer positief uit over de vele vormen van organisatorische samenwerking tussen christenen.
Hij noemde een dertigtal organisaties (zoals EO, RPF, Koers, EO, VBOK, Evangelische Hogeschool) en konstateerde dat er nauwelijks een terrein binnen de samenleving is waarop christenen niet met elkaar samenwerken.
De heer Kamsteeg was geen tegenstander van organisatorische samenwerking, maar hij benadrukte dat de kerkelijke eenwording prioriteit verdient. "Eén doopvont, één kansel en één avondmaalstafel moeten het uiteindelijke doel zijn."

Het goede zoeken voor héél Gods volk
Was de heer Knevel het meest nadrukkelijk geweest in zijn opmerking dat hij samensmelting van zijn eigen kerk met andere kerken niet haalbaar achtte, de meeste vragen werden toch op drs. Kamsteeg afgevuurd. De breuk van 1968 en de geslotenheid van veel vrijgemaakte organisaties zat kennelijk ook jongeren nog hoog. Zo werd de vraag gesteld hoe het mogelijk is dat de vrijgemaakt gereformeerden zeggen dat kerkelijke eenwording (o.a.) met Nederlands gereformeerden als ideaal wordt gezien, terwijl er van andere kerken wordt gevraagd om de kontakten met de Nederlands Gereformeerde kerken te verbreken.
Het was uiteindelijk Ds. de Jong die het geheel van deze discussie in een algemener kader plaatste.
"Doe wat er gedaan kán worden.
Wanneer je na jarenlange gesprekken merkt dat er niets op gang komt, doe iets anders voor Gods koninkrijk. Maar zorg er wel voor dat er - wanneer je later je Meester ontmoet - niet tegen je wordt gezegd dat je de kloof tussen christenen hebt vergroot. Zoek dus het goede voor héél Gods volk!"

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief