Terloops

1989-01-06
  • Jaargang 33
  • nummer 1
Mattheüs 24 is een hoofdstuk vol geladen zinnen. De vertalers hebben boven dit hoofdstuk gezet 'rede over de laatste dingen'. Het is geen gemakkelijk hoofdstuk. De discipelen willen weten, wat het teken van de wederkomst van de Here Jezus zal zijn en ook hoe het zal gaan met 'de voleinding der wereld'. Jezus komt eens in heerlijkheid, maar dat gebeurt niet 'zo maar'. Er moet eerst heel wat gebeuren.
Voordat Jezus een opsomming geeft van een aantal gebeurtenissen, wijst Hij erop, dat er valse leraars zullen komen. Jeremia had het hier ook over (14:14): "Leugenachtig profeteren de profeten in mijn naam..." Profeten, die niet door God zijn gezonden, van Hem geen opdracht hebben ontvangen.
En dan volgt er een heel rijtje: oorlogen en geruchten van oorlogen, hongersnoden, aardbevingen.
Er zal echter meer op de gelovigen afkomen. Er zal verdrukking zijn.
Dat is niet zo vreemd. Reeds eerder had de Heiland erop gewezen, dat een slaaf niet boven zijn heer staat en dat de vervolging niet alleen Hem, maar ook de volgelingen zal treffen (Joh. 15:20). De wetsverachting zal toenemen en de liefdeloosheid zal bloeien. Velen zullen het geloof er bij verliezen, maar wie volhardt, die zal worden behouden. Dat is een kern van het evangelie en dat blijde evangelie moet eerst overal op de wereld worden verkondigd.
Het vervolg van het hoofdstuk is niet minder geladen. Dan komt onverwacht de verwijzing naar de vijgeboom. Vijgebomen zijn er heel wat in Israel. Er zijn er die bijna 10 meter hoog worden. In de zomer heeft deze boom dikke bladeren, gemakkelijk om kleren van te maken (Gen. 3:7). De takken hangen door het gewicht dicht naar de aarde en in de schaduw is het heerlijk toeven, als de zon hoog aan de hemel staat (denk aan Nathanaël (Joh. 1:49). In de herfst is de vijgeboom kaal en in april begint die weer uit te lopen.
Let op de vijgeboom, zegt Jezus.
Als het hout week wordt en het begin van de bladeren er is, dan weten jullie dat de zomer er aankomt.
De vijgeboom leert ons om op de tekenen te letten, de tekenen van Jezus' komst. Lucas wijst in dit verband op alle bomen.
Jezus wil, dat we op de door Hem gegeven tekenen letten, maar Hij zegt er meteen bij, dat niemand de dag en het uur weet. Er is de eeuwen door heel wat gerekend en er zijn voorspellingen gedaan. De komst van Jezus is wel nabij, maar 2000 jaren zijn een hele tijd.
Ik -knipte jaren geleden eens een gedicht uit. Het volgt hier: Een vakantieherinnering Een reisgids kwam op weg een bijbel tegen, ze zaten beide in een weekendtas.
De reisgids was een tikkeltje beduimeld, de bijbel of hij pas gebonden was.
'Zeg', sprak de reisgids aarz'lend tot de bijbel - en uit zijn stem klonk zachtjes een verwijt'. Jij blijft zo nieuw ondanks het vele reizen, terwijl ik bijna zienderogen slijt...
Zij moeten mij natuurlijk veel gebruiken op mijn gegevens kun je altijd aan, de mens zegt waar hij heen wil reizen ik geef vertrek- en halteplaatsen aan'.
Toen sprak de bijbel en hij zuchtte even: 'Ik ben de mensen niet zo naar de zin.
'k Wijs wel de weg, maar, wat zij lastig vinden: bij mij staan er geen aankomsttijden in!'

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief