Tussen kerk en keuken
1990-07-06
Vroeger- Jaargang 34
- nummer 14
"Het lijkt mij enig om in die tijd geleefd te hebben," zei Janneke. "Kijk die kleren eensl" We zaten samen, niet gehinderd door de aanwezigheid van man/vader en zonen/broers te kijken naar een romantische film, die speelde in 1750-1800.
Bij deze films is het mannelijke deel van de familie ongewenst, want op de meest indrukwekkende momenten, terwijl wij met tranen in de ogen zitten, gaan ze ritselen met de krant of, nog erger, ze leveren commentaar op de gebeurtenissen waar wij net zo heerlijk om kunnen grienen.
Die films moeten natuurlijk wel goed aflopen, want niets maakt me zo razend als de heldin of de held die het loodje legt, in plaats van lang en gelukkig verder te leven.
Ik weet het... Het is niet levensecht, maar daarvoor kijk ik ook niet naar zo'n film. Dan kun je beter in je buurt rondkijken of een boek lezen.
Over het scherm dansten rissen meisjes en vrouwen. De één nog mooier gekleed dan de ander. Toen Janneke de aantrekkelijkheid van die tijd bepeinsde, zag ze zichzelf in zo'n jurk mee deinen met de groep.
Ik verschoot van kleur bij het idee dat ik in die tijd zou moeten leven.
Voor mijn oog doemde een keuken op, met pannen die altijd zwarte korsten op de bodem hadden. En wie denkt u dat die pannen moest schuren?
Drie keer raden. En wat dacht u van het zand dat op de keukenvloer werd gestrooid? In mooie patroontjes, dat wel. Maar je zal even in de haast een lepel laten vallen. Volgens mij knarste het eten vroeger geweldig!
Net of je altijd op het strand moest dineren.
Ik heb dat ook wel eens door iemand horen zeggen over de tijd dat de Here Jezus op aarde leefde: "Ik wou dat ik er toen bij was geweest." Hij ging er daarbij van uit, dat hij tot de schare had behoord die de Heer volgde. Hij zag zichzelf als een vrije visser, die z'n boot een paar dagen kon laten rusten. Een melaatse, een slaaf of een Farizeeër verschenen niet in beeld.
Ik heb daar toen lang over nagedacht.
Leven in die tijd. Stel dat je getrouwd was met een Farizeeër.
Thuis, terwijl je het eten opdiende (mee eten was er niet bij hoor, zusters) hoorde je je man en zijn vrienden veel over Hem praten, want reken maar dat de Heer Het onderwerp van gesprek was in die tijd. Als je naar marktplein ging met het dienstmeisje, hoorde je heel anders over Hem praten. Daar ging het over de blinde, die genezen werd en de melaatsen die zich in de tempel moesten laten zien ... Als je daar over Jezus hoorde praten leek het of ze het over een ander mens hadden.
Misschien kreeg je de kans wel om Hem zelf eens te horen. Misschien zou je aarzelend de woorden van de Here Jezus geloven en Hem zien als de beloofde Messias.
Wat een verscheurd mens zou je geweest zijn, na alle gebeurtenissen.
Hoe moest je naar je man en zijn vrienden kijken, als die hadden geroepen om Zijn dood!
Wat een geluk dat een mens het zelf niet voor het zeggen heeft. Wat een geluk als je voorouders geloofden, zodat je geloofswaarden met de paplepel naar binnen hebt gekregen.
Wat een geluk om in de tijd te leven die de Heer voor jou geschikt vond.