Post uit Rwanda

1990-07-06
  • Jaargang 34
  • nummer 14
Naar school (1)
Solange kan haast niet slapen. Ze ligt op haar slaapmatje in het kleine huis van leem. Het is bijna donker maar de maan geeft net genoeg licht om de tafel te kunnen zien. Ze moet er maar steeds naar kijken. Op de tafel ligt haar nieuwe jurk, haar schooljurk en daarnaast liggen twee schriften en een potlood. Morgen gaat ze naar school, voor het eerst.
In de andere hoek van de kamer staat een bed. Daar slaapt moeder.
De vader van Solange woont hier niet. Die woont bij een andere mevrouw, al heel lang. Solange is er niet erg verdrietig om. Vader sloeg haar moeder vaak en zoveel vaders zijn weggegaan of hebben nooit bij hun kinderen gewoond. Ze is heus niet de enige. Moeder zorgt goed voor haar en haar grote broer en zus. Maar het leven is niet altijd gemakkelijk. Ze hebben geen eigen huis en geen akker waarop ze eten kunnen verbouwen. Elke dag, behalve zondag, gaat moeder werken bij blanke mensen. Zo verdient ze geld. Daarmee kunnen ze de huur van hun huisje betalen, eten kopen en houtskool voor het oventje waarop ze koken, en olie voor de olielamp. Solange is zes jaar, maar ze kookt soms al helemaal alleen eten. En kleren wassen, dat is haar werk, elke dag. Naar school gaan kost ook geld. Solange is zo bang geweest dat ze niet naar school zou kunnen omdat het te duur is. Alle kinderen moeten school kleren aan.
Een blauwe jurk voor de meisjes en een kaki broek en bloes voor de jongens. Dat kost geld. Maar moeder heeft een jurk laten maken, hoor.
Niet alleen blauw, maar ook nog met een mooi wit randje erop, de mooiste schooljurk van de hele wereld.
Moeder moest ook nog naar het dorp waar zij geboren is - een heel eind weg - om een papiertje te halen van de burgemeester. Zo'n papiertje heb je nodig als je kinderen naar school gaan. Moeder was de hele dag weg.
Ze kwam pas laat thuis. "Heb je het papiertje?" vroeg Solange meteen.
"Nee", zuchtte moeder, "de burgemeester wil het niet geven als ik hem geen geld geef. Ik had niet genoeg bij me." "Gemeen'" riep Solange, ze begon zowat te huilen.
"Gemeen." "Stil", zei moeder, "dat mag je niet zeggen van zo'n belangrijke meneer. Ach ja, iedereen houdt van geld. Ik zal wel kijken of ik het vind." Een week later ging ze weer.
"Weet je zeker dat je genoeg hebt?"
vroeg Solange angstig. "Wacht maar af", zei moeder. Solange werkte de hele dag om het huis. Er was niet zoveel te doen, daarom deed ze alles maar twee of drie keer. Vegen tenminste. Ze kon natuurlijk niet twee keer kleren wassen, dan zou de zeep te snel opgaan. Ondertussen liep ze maar steeds te mompelen.
Ze bad tot God: ,,O Heer, laat het lukken, help ons Heer." Het was weer laat toen moeder terugkwam.
"Heb je het papiertje, mama, heb je het?" Solange vroeg het heel zachtjes, want moeder keek helemaal niet blij. "Ja", zei moeder toen en legde het briefje met een stempel op tafel.
"Maar je opa is erg ziek. Ik heb geld voor hem moeten achterlaten." "Ook de 300 frank voor school?" Solange keek moeder benauwd aan en toen moeder haar hoofd schudde was ze zo opgelucht dat moeder snibbig zei: "Hoe kun je nou zo blij zijn als je opa erg ziek is." Op haar slaapmatje doet Solange haar ogen dicht. Nu wil ze slapen. Alles is in orde. Morgen gaan ze samen naar school, moeder en zij. De 300 frank zit in moeders rok. Die moeten ze betalen bij het inschrijven. En op de tafel liggen de jurk en de schriften en het potlood.
Solange zal heel erg haar best doen.
Ze wil heel goed leren, zodat ze later werk kan krijgen waarmee je veel verdient. Dan zal ze nooit meer arm wezen en moeder ook niet.
Slaap lekker, Solange!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief