Parel

1990-07-06
  • Jaargang 34
  • nummer 14
Prof. W. ter Horst (de auteur van een boek over christelijke geloofsopvoeding) vertelde onlangs dat hij hoorde hoe kinderen het lied leerden: "Weet je dat je een parel bent, een parel in Gods hand?" Hij vroeg aan de leiding of ze de kinderen ook werkelijk een parel hadden laten zien. Dat was niet gebeurd. "Dan hebben ze ook niet echt begrepen wat de inhoud van het lied is", zo was (ongeveer) zijn reaktie.
Nu heeft niet iedereen een parel bij de hand. En ook begrijpen kinderen meer van onze taal dan we soms zelf door hebben. Toch mag de boodschap van Ter Horst ons niet ontgaan. In onze tijd doen alle media een beroep op het visuele (het zichtbare) om kinderen iets duidelijk te maken. Dat kunnen goede boodschappen zijn, maar ook zaken waarvan we als christenen liever zouden zien dat onze kinderen er niet mee in aanraking komen.
Er woedt - om het op die speciale manier te zeggen - een strijd om het (bezit van het) kind. Je kunt je afvragen of we er bij de geloofsoverdracht wel voldoende van doordrongen zijn hoe groot de invloed van het visuele, het beeldende, is op het denken van het kind. En: als anderen die middelen wèl gebruiken, of de kerk niet kansen laat liggen.
Ik weet wel: daar gaat het niet alleen om. Het is ook niet de essentie van de verkondiging. Maar toch: kijk eens hoe mooi een parel is. Iets mooiers bestaat er bijna niet. Zo mooi ben jij voor God. Heel uniek: een parel in Gods hand. Van zo'n voorbeeld kunnen ook de volwassenen iets Ieren ...

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief