De opdracht
1989-01-20
De gelijkenis van de ponden uit Luc. 19 lijkt veel op de gelijkenis van de talenten uit Matth. 25. Het gevaar bestaat dat we de ene gelijkenis door de bril van de andere gaan lezen. In dit geval: de gelijkenis van de ponden door de bril van de meer bekende gelijkenis van de talenten.- Jaargang 33
- nummer 2
Maar, als we deze gelijkenis zö lezen, missen we toch een paar belangrijke accenten van de gelijkenis van de ponden. Want op een aantal punten verschillen de beide gelijkenissen opvallend. We lopen nu eerst deze gelijkenis bij langs en zullen.
dan, aan de hand van een paar verschillen, proberen het eigene van de gelijkenis van de ponden op het spoor te komen.
De gelijkenis
Een vorst gaat op reis naar een ver land om daar de koningstitel in ontvangst te nemen. Voordat de vorst vertrekt roept hij tien van zijn slaven bij zich. Elk van hen geeft hij een hoeveelheid geld, een pond.
Waarom krijgen ze dit bedrag? Niet als een aardig presentje. Ze moeten ermee aan het werk gaan. Ze krijgen een opdracht: drijf handel met dit geld tot ik terug ben. De vorst komt na een tijdje terug, als koning.
En meteen roept hij dan weer die tien slaven bij zich. Hij wil weten wat zij met het geld gedaan hebben.
De eerste slaaf blijkt met het ene pond tien ponden winst te hebben gemaakt. Goed zo, zegt de koning, en hij geeft hem gezag over tien steden. Voor de tweede slaaf geldt hetzelfde: zijn pond heeft vijf ponden winst gemaakt. Ook hij mag nu deelnemen aan de regering van het rijk.
Een derde slaaf verschijnt. Deze was niet aan de slag gegaan. Hij had het pond in een doek gestopt en bewaard. Hij voelt.wel, dat hij nu een verklaring schuldig is. Hij zegt: ik was bang, want u bent een streng mens, u bent zo'n harde, ueigent u toe waar u geen recht op hebt, u bent niet eerlijk, dáárom heb ik niets gedaan. De koning hoort. dit alles aan en zegt dan: "uit uw eigen mond zal ik u oordelen". Hij geeft niet toe dat hij een streng mens is, maar gaat een eindje met de redenering, die uit de mond van de slaaf klonk, mee... om dan' tot de conclusie te komen: man, het klopt niet wat jij zegt! Als jij werkelijk bang voor mij was geweest, dan had je wel iets gedaan om mijn toorn te ontlopen. Met andere woorden: je liegt! Je was niet bang, je was lui, je bent onverschillig, het is gebrek aan trouw jegens mij, dáárom heb je geen poot uitgestoken!
De vorst gebiedt een paar dienaren: neem hem het pond af en geef het aan de slaaf die er ondertussen tien heeft. En als de dienaren tegensputteren, motiveert de vorst zijn bevel.
met: "ik zeg u, aan een ieder, die heeft, zal gegevèn worden, en hem die niet heeft zal ontnomen worden ook wat hij heeft". Dat zijn bekende woorden, die we vaker horen uit de mond van Jezus.' En steeds gaat het dan om een radikale scheiding tussen twee groepen mensen. Ook hier. Tot zover de gelijkenis. Nu een paar belangrijke verschillen met de gelijkenis van de talenten.
Het moment
In de eerste plaats letten we op het moment, waarop Jezus deze gelijkenissen vertelt. Bij het uitspreken van de gelijkenis van de talenten is Jezus al in Jeruzalem. Hij heeft gesproken over de laatste dingen en over zijn wederkomst. Daarna vertelt Hij nog twee gelijkenissen: die van de wijze ende dwaze meisjes én die van de talenten. Deze gelijkenissen worden verbonden door het typerende zinnetje: "Waakt dan, want gij weet de dag, noch het uur." Voor de gelijkenis van detalenten betekent dat: aan de slag met die talenten, want de Here kan elk moment terugkomen!
Bij het uitspreken van de gelijkenis van de ponden is Jezus nog in Jericho. Hij is wel op weg naar Jeruzalem en komt er al in de buurt. Maar Jezus weet van de verwachtingen onder de mensen. Ze denken: straks in Jeruzalem, dáár zal het gebeuren. Nog eventjes en dan...! Zie maar in vers 11. En op dat moment, heel bewust, krijgt het volk van Jezus de gelijkenis van de ponden te horen..Om duidelijk te maken: Ik moet eerst nog weg, eerst komt er nog een tijd, dat Ik niet bij jullie zal zijn, een vrij lange tijd zelfs, de vorst van de gelijkenis moest immers naar een vér land?!
Bij de gelijkenis van de talenten dus: Waakt, want het kan ieder moment zijn. Bij de gelijkenis van de ponden: eerst moet Ik moet nog weg en het kan wel even duren zelfs.
Er zit iets van spanning tussen deze beide waarheden, Het is eigenlijk dezelfde spanning,. waarin wij als christenen nog steeds verkeren. Wij weten dat wij waakzaam moeten zijn, want de Here komt terug 'als een dief in de nacht'. En tegelijk hebben wij gemerkt, dat het inderdaad wel even kon duren, voor Hij terugkwam. Er zijn inmiddels bijna twintig eeuwen verstreken. Als je daaraan denkt, kan de twijfel je soms bekruipen: het duurt wel lang!
Hij komt toch wel? Ons geloof is toch geen vergissing? Maar het is juist op deze twijfel, die ook al in de eerste christelijke gemeenten boven kwam, dat Jezus zijn volgelingen wil voorbereiden. Hij wil hen en ons duidelijk maken: het kan wel even duren, maar wanhoop niet, Ik kom terug! En later kan Hij tegen de twijfelaars zeggen: kende je de gelijkenis van de ponden dan niet? Ik heb je toch voorbereid!
Dat was het eerste verschil: 'Waakt dan, want gij weet de dag, noch het uur' én: het kan nog wel even duren. Twee boodschappen van de Here, die we niet tegen elkaar moeten uitspelen, maar beide moeten laten staan, ook al brengt dat spanning mee.
De opdracht
Het tweede verschil sluit aan bij het eerste. Want we stellen nu de vraag: waaróm blijft de Here Jezus dan nog een tijd weg?
Ook in de gelijkenis van de talenten moesten de slaven natuurlijk met het geld aan de slag gaan. Maar alleen bij de gelijkenis van de ponden horen we nadrukkelijk de opdracht daartoe. De vorst zegt: "Drijft handel, totdat Ik terugkom."
Wat betekent dat voor de discipelen en voor de kerk?
Het betekent: in die tijd tussen mijn vertrek en mijn wederkomst (die tijd, die dus wel even duren kan), in die tijd mogen jullie niet met de armen over elkaar blijven zitten, alleen maar wachten, alleen maar naar de hemel staren. Het is voor jullie de tijd van de opdracht. Geen lege tijd, maar gevulde tijd: de gemeente van Christus heeft een taak te vervullen.
Welke taak?
Net vóór de gelijkenis zeggen we: "de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden". In die lijn ligt ook onze opdracht. De Zoon des mensen heeft zijn taak op aarde volbracht...
en daarvan moeten de zijnen nu getuigen. Niet alleen onderling, maar naar de wereld toe: de wereld moet weten, dat er een God is, die de wereld zo lief had, dat Hij zijn eniggeboren Zoon overgaf in de dood. Niet Jeruzalem is het eindpunt van het evangelie. Dat dacht de schare in Jezus' dagen. Maar Lucas moest later nog een deel 11 van zijn evangelie schrijven. Om te laten zien hoe het evangelie van de Zoon des mensen met kracht vanuit Jeruzalem de stad Rome bereikte.
Hoe vaak zijn bij ons de kerkdeuren het eindpunt van het evangelie?
Terwijl de Here ermee naar de uitersten der aarde wil! De blijde boodschap moet overal doordringen tot , in de diepste en donkerste plekken in ons land en in afgelegen gebieden.
"Drijft handel, totdat Ik terug kom"!
En dat ... terwijl de Koning Zélf afwezig is! Wij hebben een opdracht te vervullen bij afwezigheid van de ' Opdrachtgever. Dat geeft aan onze verantwoordelijkheid een speciale kleur. Hoe gemakkelijk kom je niet in de verleiding de kantjes er vanaf te lopen, zeker als het langer gaat duren voordat de Opdrachtgever terugkomt?! Zo gaat het in de klas toch ook, als de leraar even weg moet en het 'even' wordt een half uur?!
Maar juist zó komt Jezus er achter wie getrouw is en wie niet. Want dáárom gaat het in deze gelijkenis van van de ponden. De tijd tussen hemelvaart en wederkomst van Jezus is de tijd van de opdracht, maar ook de tijd van de scheiding. De grootste verleiding voor de gemeente is niet, dat we het ons toevertrouwde verkwisten: we zijn heus wel fatsoenlijke mensen en natuurlijk gaan we naar de kerk. De grootste verleiding is, dat we het ons toevertrouwde in een doek verstoppen, er niet mee aan de slag gaan, gewoon verder leven alsof er niets gebeurd is en geen opdracht hebben. Het is zo menselijk, als christen genoegen te nemen met braaf burgermanschap.
Zeker als het uitvoeren van de opdracht risico's met zich mee brengt.
En dat doet het, want deze Koningen heeft vijanden! Vraagt Jezus dan niet te veel van ons? Kunnen wij deze opdracht wel aan?
Een klein bedrag
Om die vraag te beantwoorden letten we op een derde verschil tussen de beide gelijkenissen: het verschil in bedrag. Een pond is nog geen honderd gulden. Een talent heeft een waarde van enkele duizenden guldens. In onze gelijkenis krijgt elke slaaf dus maar een opvallend klein bedrag.
Daarbij sluiten de woorden van de vorst "omdat gij in het minste getrouw geweest zijn" aan. In Luc. 16 vers 10 staan bijna dezelfde woorden, maar dan met een verhelderende aanvulling: "Wie in zeer weinig getrouw is, is ook in veel getrouw". Het was dus blijkbaar een soort' test, toen de vorst tien, slaven een pond met een opdracht gaf.
Nu kan dat zo klinken van: "oh, het is dus niet serieus. Maar dan vergissen wij ons, want het is een test op leven en dood. Maar het kleine bedrag kan ons wel bewaren voor krampachtigheid en wanhoop bij het uitvoeren van de opdracht: Koning Jezus heeft niet álles uit handen gegeven, de uiteindelijke komst van zijn Rijk hangt niet van onze prestaties af, Hij is er Zélf ook nog. Aandacht voor het kleine bedrag haalt niet de spanning uit onze opdracht, maar wel alle óverspanning.
Allemaal hetzelfde bedrag
Een laatste verschil. In de gelijkenis van de ponden krijgt elke slaaf hetzelfde bedrag: één pond.
In de gelijkenis van de talenten is dat anders: de één krijgt vijf talenten, de ander twee en een derde één talent. Dat heeft vaak aanleiding gegeven tot de uitleg: de één heeft nu eenmaal, meer gaven dan de ander, Het is nog maar de vraag of het daarom gaat in de gelijkenis van de talenten.
In de gelijkenis van de ponden is die uitlég in elk geval bij voorbaat onmogelijk: ieder krijgt precies hetzelfde.
Het gaat bij dat ene pond niet om de gaven, die wij hebben, maar om de ene opdracht, die wij allemaal hebben, die voor ieder in principe gelijk is. Natuurlijk heeft de ene gelovige dan meer mogelijkheden dan de andere en een volgende meer gelegenheid.
Er is een heleboel verschil in gaven, verschil ook in positie.
Maar wezenlijk is, dat ieder op zijn eigen plaats en met zijn eigen mogelijkheden, deel heeft aan dezelfde opdracht: "drijft handel, totdat Ik terugkom", weest mijn getuigen, met woord en daad, midden in de wereld.
De één zal dan meer resultaat op zijn werk zien, dan de ander, maar ook dát is in de gelijkenis niet het belangrijkste. Het gaat om: trouw aan deze opdracht of niet. De Here zal later niet vragen: hoeveel heb je er nou mee bereikt? De scheiding, die Hij zal aanbrengen is deze: tegen de trouwe slaven zal Hij zeggen: heb deel aan de regering van mijn Koninkrijk. En tegen de ontrouwe slaven: neem hem het pond af, zij zijn laks geweest, zij hebben hun opdracht verstopt, zij hebben niet echt ontzag voor Mij gehad, zij hebben Mij niet echt liefgehad. De Koning kómt terug en zal zo ieder van ons ter verantwoording roepen.