Geen tradities... en dan? (2)
1989-01-20
- Jaargang 33
- nummer 2
In het vorige nummer zagen we hoe het begrip traditie (overlevering) in de Bijbel voorkomt. Negatief, als het om tradities gaat die de omgang met God in de weg staan. Maar ook positief, als de goede waarden van het evangelie overgedragen worden. We lazen In 1 Timotheüs, dat Paulus zijn geestelijk kind: Timotheüs aanspoort om vast te houden aan het goede dat het overgeleverd is. Op dit punt is Paulus, denk ik, voor veel vaders en moeders heel herkenbaar.
Wat wil je dat graag: dat je kinderen het goede dat hun Is toevertrouwd, bewaren zullen I Juist op dit punt zullen veel ouders hun zorgen hebben.
Geloofsoverdracht
Nu kan ik deze zorgen niet zomaar wegnemen. Maar ik kan wel bijbelwoorden noemen, die daarbij helpen kunnen. Bijvoorbeeld Deuteronomium 6: 4-7, een tekst die voor grootmoeder Lóïs en moeder Eunice ongetwijfeld heel bekend is geweest: "Hoor, Israël: de HERE is onze God; de HERE is één! Gij zult de HERE, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht. Wat ik u heden gebied, zal in uw hart zijn, gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij nederligt en wanneer gij opstaat".
Dit gedeelte gaat uitdrukkelijk over de geloofsoverdracht aan kinderen.
Het eerste dat ik u eruit wil aanwijzen is dat er een onomkeerbare volgorde is: "Wat ik u heden gebied zal in uw hart zijn, gij zult het uw kinderen inprenten". Dat betekent dat niemand de liefde tot God aan zijn kinderen kan overdragen als die liefde niet eerst in zijn eigen hart is.
De tradities die de buitenkant vormen, raken wij gegarandeerd steeds meer kwijt in de tijd waarin wij leven en in de tijd die komt. Er zal meer dan ooit bij nodig zijn wat we hier lezen: laat het in uw hart zijn om het aan uw kinderen over te dragen. En ook uitdrukkelijk: spreek er met hen over.
In de tweede plaats valt op wàt er nu eigenlijk valt over te dragen. Het gaat om het gebod van de HERE: "Wat ik u heden gebied". Maar dan is de inhoud van dat gebod wel heel opmerkelijk. Het zijn niet de gebodsbepalingen van Deuteronomium, zelfs niet de Tien Woorden van Horeb.
Nee, de inhoud van het gebod is: "Gij zult de HERE; uw God, liefhebben". Het gaat dus om de liefde tot God. En dat leent zich niet voor veruiterlijking, dat valt niette vertalen in uiterlljke tradities. Nu komen hier wel tal van praktische geboden achteraan, als uitwerking. Maar de liefde tot God blijft het centrum.
Vragen staat vrij
In de derde plaats treft het, dat er wat verderop (Deuteronomium 6: 20-25) gesproken wordt over de vragen waar je kinderen mee aankomen.
Ik ging daar elders (1) uitvoeriger op in. Hier wil ik er in elk geval op wijzen, dat vragen van jongeren positief te waarderen zijn. Ook als het kritische, lastige vragen zijn.
Tradities verdragen geen vragen, het geloof juist. wel. Tradities zijn een weergave van "zo is het nu eenmaal", maar waar het geloof een levende zaak is valt er terdege over te praten. Bij het licht van Gods woord. Ouders hebben in dit opzicht een belangrijke taak en een unieke kans. Wij geloven, dat Gods woord het zwaard des Geestes is. Hét middel om staande te blijven in een verwarrende tijd. Maar zoals met ieder wapen moet je ook hiermee om leren te gaan. En ouders hebben in dat opzicht een belangrijk voordeel boven de dominee en de mensen van de kerk. Als een dominee vertelt wat er in de Bijbel staat en hoe je de Bijbel moet gebruiken, dan bevestigt dat vaak de gedachte: dat is prettig geregeld, we hebben in elk geval mensen bij de hand die wél weten wat er in de Bijbel staat.
Specialisten, die het als hun vak hebben. Maar zó is dat niet bedoeld!
Ouders hebben meer kans om duidelijk te maken dat het gaat om dingen die je zélf moet kennen.
Gezag van Gods woord
Wanneer we deze dingen bespreken, moeten we het ook over het gezag van Gods woord hebben. In hoeverre kun je je kinderen nu een praktische kennis van Gods woord overdragen? Wat is er bindend voor ons, normatief, en wat is achterhaald?
Als ik aan catechisanten het verbod op het ijdel gebruik van Gods naam duidelijk maak, dan zeg ik er altijd bij: een christen zoekt niet uit hoever hij kan gaan in zijn woorden, welke krachttermen nog net door de beugel kunnen. Nee, hij blijft daar zover mogelijk vandaan.
Zo is het toch ook met de omgang met Gods woord? We gaan toch niet kijken wat er nog net vanaf kan, wat we nog net kunnen weglaten uit Gods woord om het belangrijkste vast te houden? We zullen de Bijbel loyaal en met vertrouwen gebruiken als een praktisch boek, dat de gezonde leer bevat, ook voor vandaag.
Ik geloof niet zo in het peuteren aan de rand met het oogmerk om daardoor de kern te beschermen. Dat heeft nog nooit gewerkt. Een bloem heeft een hart en bloemblaadjes erom heen. Het weghalen van die bloemblaadjes vergroot het zicht op de kern bepaald niet. Eerbied voor de Schepper zal er veeleer toe leiden dat we de bloem als geheel respecteren. Zo is het ook met Gods woord. Niemand loopt er schade van op als hij uit eerbied een deel van Gods woord zou gehoorzamen,datmisschien eigenlijk inmiddels anders gebruikt zou kunnen worden.
De openbaring van Gods liefde in prediking en onderwijs die we in de Bijbel hebben biedt ons de betrouwbare weg tot het heil. "Alleen Gods weg kan tot het doel geleiden, zijn woord is waar en zuiver t' allen tijde. Hij is een schild, een schuilplaats in de strijd, voor al wie bij Hem zoekt naar veiligheid" (Psalm 18:9 berijmd). Waar het op aankomt is, dat we bouwen op:.het ene fundament.
Als de een daar wat anders op bouwt dan de ander, moeten we daar maar niet te hard over oordelen.
Naar Paulus' woord zal de dag wel doen blijken wat er stand houdt en wat niet (1 Kor. 3:13).
Gezag van ouders
Wat is in de overdracht van het geloof het gezag van de ouders, en welke rol spelen tradities daarbij?
Om te beginnen dit: 'ouders moeten zichzelf niet zien als mensen met een heel complex aan gewoonten, waarbij ze dan zouden gaan kijken: welke gewoonten zijn, het nu waard om ze door te geven en welke zijn dat niet? Ze mogen en moeten andersom beginnen. Ouders hebben .
een ambt, een hun opgedragen taak. Kinderen grootbrengen is een ambt, dat God ons heeft opgelegd.
Dat ambt houdt in om, zover net in ons vermogen ligt, kinderen van het verbond op te voeden tot volwassen kinderen van God.' Bij de uitvoering van die taak hebben ouders een eigen verantwoordelijkheid.
En dan is het echt niet zo, dat u alleen maar voor mag schrijven wat duidelijk zo in de Bijbel staat. Het moet uitgewerkt, concreet gemaakt worden en dat hoort tot het ambt van ouders. Hoe zullen kinderen leren dat ze Gods woord gehoorzamen moeten als ze niet eerst leren hun ouders te gehoorzamen?
Daarom hebben ouders ook het recht (en de plicht) om bepaalde gewoonten in te stellen in het eigen gezin. In dit blad heeft H. Algra meermalen gewezen op het belang van betekenisvolle gewoonten op jeugdige leeftijd, bijvoorbeeld op de lagere school. Gewoonten die wat waard zijn. Bijvoorbeeld om samen te bidden, om geregeld naar de kerk te gaan, om zelf uit de Bijbel te lezen als ze wat ouder worden. Betekenisvolle gewoonten houden hun waarde tot ver in het volwassen leven.
Alleen is het met gewoonten zo, dat ze nooit een nieuwe wet mogen worden. Ik bedoel: niet een wet die liet zicht op Gods woord belemmert.
De bedoeling is, dat gewoonten helpende structuren zijn. Transparant gemaakt, doorzichtig tot op Gods woord. Daarom verdragen gewoonten ook verandering. Er staat nergens in de Bijbel op welk moment van de dag je geregeld zult bidden. Ouders moeten in hun gezin maar zoeken naar gelegenheden waarbij je de benodigde rust kunt vinden.
Daniël en zijn gewoonten
Maar dát er gewoonten zijn, als helpende structuren, is wel belangrijk.
Je zou kunnen zeggen, dat Daniël behouden is door de gewoonte die hij had. De gewoonte om driemaal daags te bidden met het aangezicht naar Jeruzalem. Dat wordt nergens in de Bijbel voorgeschreven, maar toen de koning van Babel het bidden verbood had Daniël een gewoonte die hem overeind hield. Als hij alleen maar gebeden had wanneer hem dat spontaan inviel, dan had hij het ook nog wel een dagje uitgesteld.
Ter overweging noem ik een paar van die gewoonten. Je kunt kinderen al vroeg leren dat het geld dat ze (verdiend) hebben niet alleen voor eigen consumptie is. Hetzij voor speelgoed hetzij voor cd's. Maar dat geld ook bedoeld is om er van weg te geven. Zet daar maar vroeg een potje voor neer, dan kan dat een waardevolle gewoonte worden voor het leven.
Zoals het met geld is, zo is het met tijd. Kinderen moeten leren dat er dingen zijn die moeten wijken voor de dienst van God. De sportvereniging of de club gaan niet altijd voor.
Daar hoort natuurlijk ook een geregelde kerkgang bij. Dat is een van de weinige dingen, waar de Here Jezus traditioneel in was. We lezen, dat de Here "volgens zijn gewoonte op de sabbatdag naar de synagoge" ging (Lukas 4:16). Het is ècht een bijbelse opdracht: "Laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis" (I Petrus 2:5) en "Wij moeten onze eigen bijeenkomst niet verzuimen zoals sommigen dat gewoon zijn" (Hebreeën 10:25). De kunst is om deze helpende structuren doorzichtig te maken tot op de liefde van God. Dat wordt gezien, dat wordt .herkend. Ik zie het aan de catechisanten of de ouders eigenlijk van mening zijn dat ze de kerkdiensten niet nodig hebben.
Een laatste voorbeeld: ouders moeten er ook voor zorgen dat er goede lektuur in huis komt. Het is toch een rare zaak om de verantwoordelijkheid daarvoor helemaal op de schouders van je kinderen te leggen?
Als voorbeeld noem ik nu eens het jeugdblad 'Verkenning' (16 jaar en ouder), dat wij in onze kerken kennen. Weet u dat daar nog geen 900 abonnees op zijn? Want het is nu eenmaal geen gewoonte onder ons, dat ouders zich afvragen of er goede lektuur in huis is. Het is wel gewoonte, dat jongeren alles mogen lezen wat los en vast zit. Maar niet dat de ouders hierin eens meedenken.
Ik noem dat ronduit onverantwoordelijk, en ik pin dat heus niet alleen op dit ene jeugdblad vast. Ik weet best: als er weer eens een situàtie komt, waarin wij gaan 'vertrouwen' op onze eigen bladen en eigen organisaties, dan moet dáár tegen gewaarschuwd worden. Dat het 'm daar niet in zit. Maar het evenwicht zijn we bepaald kwijt.
Levende omgang met God
Tenslotte, nu al deze voorbeelden gegeven zijn wil ik nog wel onderstrepen: meer dan voorbeelden zijn het niet. Bedoeld als illustraties bij de hoge verantwoordelijkheid die het ambt van ouders met zich mee brengt. Wij mogen die voorbeelden alleen gebruiken als we ons bewust blijven, dat we gedragen worden door Christus die in ons leven regeert.
Als dat de kern niet is, dan wordt de· beste gewoonte nog een traditie in de slechte zin van het woord. Dit is de kern van het Nieuwe Verbond, dat God met ons sloot: dat God zijn Geest in onze harten gegeven heeft. Dat betekent, dat je gaat willen wat God wil, van binnen uit en niet vanuit de geschreven of ongeschreven regeltjes. Herkennen we dat in ons leven, dan werkt Gods Geest in ons en dan mogen we ook wachten op de vrucht van de Geest. De Geest wil iets doen groeien in ons leven. En niemand kan deze vrucht verwachten van regels en tradities. Het is alleen de levende omgang met God, waardoor de Geest gaat werken en waardoor er vrucht gaat groeien, zodat je kunt zeggen: aan de vruchten herkent men de boom!
Noot 1: De Bijbel over jongeren, in: "In de kerk - uit de kerk", red. A.G. Knevel, Kok-Kampen, 1988.