Geest-drift

1989-01-20
  • Jaargang 33
  • nummer 2
Toen wij naar de kerk van Dalmally gingen, het was oktober jl. en het dorp stond in gloeiende najaarskleuren - kwamen gelijk met ons een paar mensen aan, wier auto geen Schots kenteken voerde. Niettemin schenen ze ons te kennen want ze bleven op ons wachten toen wij de ouderlingen begroetten. Daarna kwamen ze met uitgestoken hand op ons toe: we kennen elkaarl

Kleine verwarring: hoe ook weer? waar ook weer? - Bij het huwelijk van onze dochter Belinda die hier woont, hebt u orgel gespeeld, Drie, vier jaar geleden. - o ja, toèn moeten we elkaar ontmoet hebben.
Leuk, u bent op bezoek bij de kinderen?.- Ja, verre tocht, komen niet vaak. - Waar vandaan? - Van Dorsetshire, helemaal Zuiden. Zo, jullie bent Sassenach? - Jawel.
(Sassenacht, een Keltisch woord voor Saksers, slaat op alle zuiderlingen die geen Schotten zijn.) Na wederkerige goede wensen voor een gezegende kerkdienst vonden we elk onze zitplaatsen. Een predikant uit Paisley viel in voor onze dominee, die de kerk van het eiland Muil zou dienen. En nauwelijks was de dienst begonnen of de dominee deelde mee, dat een 'broeder uit Zuid-Engeland met verlof van de ouderlingen enkele woorden zou spreken.
Het was een simpele geloofsgetuigenis van een vurig man, die zich door Jezus Christus had laten vinden en nu door de Geest gedreven werd. Zijn vrouwen hij waren opgegroeid als nominale leden van een Baptistenkerk, maar zonder enige diepgang. "Integendeel', zei de man, "ik was een nog al wilde jongen. Tot mijn vrouw op een dag gegrepen werd door het lezen van de Schrift en in.een groep gelovigen terecht kwam.." Het waren 'covenanters', mensen die leven in Gods verbond.*) Na drie jaar van bijbellezen en gebed was ook de man gegrepen: liet zich dopen, trad toe tot de groep gelovigen en nam deel aan de christelijke arbeid.
Dit had hun leven totaal veranderd.
Niet alleen gingen ze hun dagelijks werk zien als dienst in Gods koninkrijk', maar ze leerden hun hemelse Vader en hun Heiland dagelijks beter kennen, lieten zich door de Geest leiden, streden tegen hun zonden, trachtten een zout in de corrupte wereld te zijn, beoefenden de naastenliefde en... zongen dagelijks van Gods grote werken, van de opgang der zon tot haar ondergang!
Hun omgeving maakte het hun gemakkelijk, want er was een algemene 'revival' gaande, waaraan men zich moeilijk kon onttrekken zonder grote schade.
Alles een beetje ongewoon. Het leek op het Leger des Heils. Maar wel verwarmend, hartverwarmend. Je zou wensen dat in ons arme Schotland, in ons rijke Nederland, meer te zien was van de werking van Gods Geest. We keken ons groepje kerkgangers eens aan: hoe vaak hebben we elkaar opgewekt te bidden om een revival, een geestelijke opleving, zo mogelijk een late nieuwe bloei in dit post-christelijke land? En daar komt iemand van twee dagreizen ver om ons te vertellen dat het kan, dat het mag, dat de Heere het wenst.

De predikant dankte hem, eenvoudig en hartelijk, en de dienst ging verder. Maar er werd anders geluisterd, anders gezongen. Er was iets blijven hangen van het getuigenis.
We zongen: 'Ik hef mijn ogen op naar de bergen - mijn hulp is van de Heere'; wat hier een geliefde psalm is. Daarna Hoe lieflijk zijn uw woninqenen 'O God van Bethel, door wiens hand uw volk steeds is gevoed' (Gen. 28); ook 'Ik schaam mij niet de Heer toe te behoren' (2 Tim. 1). De slotzang was the old hundredth 'Alle mensen die de aarde bewonen, prijst de Heere'.
Alles samen twee en twintig coupletten, staande gezonden.
Achter uit het kerkje klonk een prachtige sopraan, die het hele groepje opvoerde; en een heldentenor zong met geestdrift. Onze mensen gingen ook anders en beter zingen, overtuigd en overtuigend.
Onze oude Margareth met haar gebroken sopraan kreeg weer de, toon van vroeger; Dorothy, die vandaag niet orgel speelde, kwam met een goede altstem naar voren ook al zo'n vrouw die het meent, als ze zingt. En dan waren er vaste en toevallige kerkgangers, die het vandaag troffen; en de ouderlingen, van wie nooit veel geestkracht uitgaat, maar die trouw op hun post zijn, ze zóngen vandaag. En ja, onze vroegere kosteres, slecht ter been, ook in haar zang onvast, hangt er meestel een terts of wat tegen aan... ze zong met overgave. (Een vrome ziel, zorgt levenslang voor haar geestelijk gebrekkige tweelingbroer). Dit alles vanwege het ongewone getuigenis!
Wat dacht u, zouden we dit echtpaar na kerktijd niet op de koffie hebben genodigd? Ja dat hebben we. Ze wilden graag en ze brachten grote zegen mee in ons vakantiestuipje.
Ze vertelden van de grote werken Gods in dat verre Dorset.
Hoe de kern van gelovigen, "door de Geest gedoopten", zich snel uitbreidt. Als of een vuur door Zuid-Engeland laait. Hoe er duizenden' mensen naar de kerk gaan en 'op maandag geloven': praktiserende doordeweekse christenen zijn geworden.
Ze stalden heerlijke schatten van Gods Woord uit, waarin ze doorkneed bleken te zijn; geen bezeten Jehovagetuigen, maar mensen die uit de Geest zijn gaan leven.
Met glanzende ogen spraken ze over een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, over gerechtigheid; zuivere naastenliefde, het einde van alle zonde en goddeloosheid, en vrede op aarde. Om God te mogen zien en zijn Zoon en de profeten!
Wij dachten aan Paulus, die in Efeze een dozijn discipelen ontmoette, aan wie hij vroeg: hebben jullie ook de Geest ontvangen? (Hd. 19). Daar hadden die mensen nog nooit van gehoord. Ze waren gedoopt "met de doop van Johannes", dat wil zeggen dat ze niet alleen als proselieten tot de groep van. 'de Weg' waren toegetreden, maar bovendien ernst maakten met hun bekering; een dubbele doop dus, zoals door de secte der Essenen in Kumran werd gepreekt. Maar . ondanks deze dubbele doop waren ze nog niet aan ,de kennis van de Geest toegekomen. Geen wonder, want hun leraar was Apollos geweest, die zelf (18:25) ook nog veel ·onderwijs bleek nodig te hebben.
Maar toen Paulus dit dozijn overdoopte en de handen oplegde, kwam de Geest over hen en gingen ze zelf van de grote werken Gods profeteren. Toen ontwikkelden ze zicht tot die kerk, wier werken en inspanning en volharding en getuigenis en strijd tegen het rijk van de Satan bij God de Heer bekend werden (Openb. 2). Een kerk, die tot grote hoogte steeg.
En wij dachten met dankbaarheid aan die kernen, die overal ter wereld uitblinken in geestdrift. Lichten Gods, die andere lichten aansteken.
In het Zwitserse Huémoz, in het Franse Taizé, in het Nederlands Eck en Wiel. De EO heeft soms verrassende voorbeelden. In Haarlem worden samenkomsten gehouden - meldt men ons - waar mensen uit verschillende kerken studeren, profeteren en zingen. In onze eigen kleine thuiskerk is onlangs, naast twee bijbelkringen, een speciale jeugdbijbelkring gevormd. Er zijn 'wolkjes als eens mans hand' te zien aan de hemel. Het begint te leven; ondergronds misschien maar ondergronds vuur is ook vuur en komt eenmaal voor de dag. Waar de Geest werkt worden willoze en onwillige schepsels bezield. De velden zijn wit om te oogsten. Alleen ons gebed is nodig om arbeiders, die de wereld verbeteren en bij zichzelf beginnen. En naast de Bijbel beschikken we vandaag over planken vol goede boeken, handleidingen die ons nader en breder onderwijzen en de weg doen vinden bij onze bijbelstudie.
We kunnen van brood alleen niet leven. Om geestelijk overeind te blijven moeten we de Bijbel lezen, van voor naar achter en van achter naar voor. Om een lichtje in de wereld te zijn moeten we aansluiting op de netspanning van de Geest hebben.
Hoe? Die Geest komt altijd met het Woord mee. Het ligt er maar aan of we onze handen uitsteken. Of we bidden. En leren we eenmaal onze handen uit te steken, dan blijkt heel onze omgeving op ons te wachten: dat wij als nuttige instrumenten Gods aan de vernieuwing van deze schepping deelnemen. De een door ziekenbezoeken: hij krijgt er spoedig slag van te luisteren en heeft Gods antwoorden bij de hand. De tweede door sociale of opvoedkundige of speciale adviezen, waar die nodig zijn. De derde door zijn ambtswerk in de gemeente. De vierde door op haar huisgezin goede acht te geven, door weduwen en wezen te kleden, of in gebroken huwelijken de steun en wijsheid van Gods Woord te brengen. De vijfde door dagelijks tijd te reserveren voor gebeden ten behoeve van allen die dat nodig hebben. De elfde door zijn lezers te dienen met vruchten van gelovige studie. Deze allen vormen samen het lichaam, waarvan Jezus Christus het hoofd is. Ze zijn zoutend zout, lichten op kandelaars, leesbare brieven van Gods blijde boodschap, stormvogels van de Geest: om een wereld te redden van de ondergang.
Dat was de boodschap van twee getuigen uit Dorsetshire.

*) De uitdrukking gaat historisch terug tot 1580 en 1640.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief