Bij nader inzien

1989-01-20
  • Jaargang 33
  • nummer 2
Het probleem met magie is niet of ze functioneert, maar dát ze functioneert.
Wij heksen weten van vieren.
Onze feesten zijn goed en geweldig.
Heks betekent dat je bedolven kennis in je hebt, dat je je van je eigen energieën bewust wordt, over magie beschikt.
(deelnemers aan 'wicca')

Kan het?
Wie de tegenwoordig zo veel voorkomende literatuur over 'het magische' doorneemt, zal getroffen worden door het steeds weerkerende geloof dat je op diepere wijze deel kan krijgen aan de werkingen en de krachten van de natuur.
De 'nieuwe heksen' bijvoorbeeld gelóven in de effectiviteit van hun rituelen; en met bepaalde reserves geloof ik persoonlijk ook dat hier energieën en krachten kunnen worden aangeboord.

Mag het?
Anders dan de heksen en de nieuwe magiërs ben ik echter niet van mening dat het hier om gewettigde dingen gaat. Voor wie in de Here gelooft geldt dat hij/zij luisteren moet naar het woord van God. En dan valt op hoeveel in de Bijbel over dit soort dingen gezegd wordt.
Hieronder gewoon maar eens een opsomming van relevante teksten, over magiërs, spiritisten, natuuraanbidders, enz.

Rondom Israël
In de landen rondom Israël werd, in de tijd van het Oude Testament, veel gedaan aan magie, voorspellen van de toekomst, etc. Ook werden er, voor diverse doeleinden, geesten opgeroepen. We lezen. dan meest van 'tovenaars'. In Egypte kwam dat voor: vgl. Exodus 7:11; 7:22 en 8: 18.
Ook in Babylonië en Assyrië: vgl. Ezechië I 21:21; Daniël 1:20; 2:2, 10, 27; 4:7; 5:7,11,15. Jesaja 47:9-13.
Ook in het oude Griekenland en Rome kwam dit soort praktijken voor, vgl. Homerus' Odyssee, boek IX. De Kanaänitische volken deden er ook aan mee. Het hele occulte terrein staat niet op gespannen voet met het heidendom!

Maar Israël zelf…
Het volk IsraëI mocht daar echter niet aan meedoen. Te midden van teksten die op breder terrein 'betrekking hebben noem ik: Exodus 22:18 een tovenares zult gij niet in leven laten.

Leviticus 19:31 gij zult u niet wenden tot de geesten van de doden of tot waarzeggende geesten, gij zult hen niet zoeken, om u met hen te verontreinigen: Ik ben de HERE, uw God.

Leviticus 20:6, 7 En iemand die zich tot de geesten van doden of tot waarzeggende geesten wendt om die overspelig na te lopen - tegen zo iemand zal Ik mijn aangezicht keren en hem uit het midden van zijn volk uitroeien. Heiligt u dan, en weest heilig, want Ik ben de HERE, uw God.

Leviticus 20:36, 27 Weest Mij heilig, want heilig ben Ik, de HERE, en Ik heb u afgezonderd van de volken, opdat gij Mij zoudt toebehoren. Wanneer een man of een vrouw door zich de geest van een dode laat spreken of een· waarzeggende geest bezit, zullen zij zeker ter dood gebracht worden; stenigen zal men hen, hun bloed is op hen.

Deuteronomium 18:9-13 Wanneer gij gekomen zijt in het land dat de HERE; uw God, u geven zal, dan zult gij niet leren doen naar de gruwelen van die volken. Onder u zal er niemand worden aangetroffen, die zijn zoon of zijn dochter door het vuur doet gaan, die waarzeggerij pleegt, geen wichelaar, uitlegger van voortekenen, of tovenaar, geen bezweerder, niemand die de geest van een dode of een waarzeggende geest ondervraagt of die de doden raadpleegt. Want ieder die deze dingen doet is de HERE een gruwel, en terwille van deze gruwelen drijft de HERE, uw God, hen voor u weg. Gij zult onberispelijk staan tegenover de HERE, uw God, want deze volken, die gij verdrijven zult, luisteren naar wichelaars en waarzeggers, maar u heeft de HERE, uw God, dit niet toegelaten.

Wel of niet?
Een aantal Israëlieten houdt zich aan Gods opdracht, anderen niet.
Wel
Saul. zie 1Samuël 28:3 Hiskia zie 2 Koningen 18:4-6

niet
Saul. zie 1 Samuël 28:7,8 Manasse 1 Koningen 21:1-15 2 Kronieken 33:1-9
Josia. 2 Koningen 23:3-16, 24,25 2 Kronieken 34:1-7 .
N.B. Deze teksten zijn slechts een greep uit de mogelijke Schriftplaatsen!

Gruwelen en Straf
De term 'gruwelen' valt geregeld als het gaat om zulke praktijken (net als b.v. het nuttigen van onrein voedsel en het aangaan van tegennatuurlijke seksuele relaties. Deut. 7:25, 26; Deut. 12:30, 31; Deut. 18:9, 13; Deut. 27:15; Deut. 32:16, 17; Ezra 9:11. Vooral in Jesaja, Jeremia en EzechiëI komt dit woord veel voor.
Maar Gods straf hierop is duidelijk; God wil dit niet; de doodstraf staat op zulk gedrag. De duidelijkste tekst is, naast al eerder genoemde teksten, 1 Kronieken 10:13, 14.
"Zo stierf Saul, omdat hij de HERE ontrouw geweest was, omdat hij het woord des HEREN niet in acht had genomen, ja, zelfs de geest van een dode ondervraagd en geraadpleegd had, en niet de HERE had geraadpleegd.
Daarom doodde Hij hem en deed het koningschap overgaan op David... (Was het zonde ten dode?
zie 1 Johannes 5:16).

En dus…
Wie beziet wat de (heel ruim genomen) occulte en New Age-Iectuur over dit hele terrein zegt merkt op dat er sprake is van een duidelijke tweedeling: die van het zichtbare tegenover het onzichtbare. Of, als men dat zo wil zeggen, de tegenstelling tussen het geestelijke en materiële.
Die tegenstelling zien we ook al veel eerder, in de Oosterse religies, in de gnostiek, in de hele esoterische traditie.
In de Bijbel zie je óók een tweedeling, maar die gaat een andere kant op. Daar gaat het steeds over de tegenstelling tussen een heilige God en een onheilige mens. In de Bijbel blijkt dat er inderdaad een geestelijke wereld is. Maar die geestelijke wereld is als zodanig in twee delen te onderscheiden: een wereld die van God is, die de Here dient. En een wereld die aan de Schepper vijandig is. Nagenoeg alle teksten die ons mensen tegen magische praktijken waarschuwen doen dat omdat we zo met die (inderdaad aanwezige, maar aan God vijandige) geestelijke machten in aanraking komen. Met gevolgen, die kennelijk psychisch, maar ook geestelijk - in onze relatie tot God rakend – verstaan kunnen worden.



Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief