Het voor en tegen van de demokratische regel (1)

1989-02-03
  • Jaargang 33
  • nummer 3

De beslissing aan de meerderheid
Het voordeel van het demokratische systeem is - zo las ik eens ergens - dat je daarbij tenminste geen méérderheden kunt onderdrukken!
Deze gedachte kwam voort uit de grote demokratische regel, dat over alle zaken bij meerderheid van stemmen wordt beslist. We weten daar alles van met ons parlementaire systeem. De volksvertegenwoordiging gaat zeer regelmatig naar dat meerderheidssysteem te werk en bij de verkiezingen doen we dat van tijd tot tijd als stemgerechtigde burgers allemaal.
Het genoemde voordeel is niet gering, al is het ook niet àlles! Vergeleken bij alle andere systemen is het demokratische systeem te prefereren.
En tegen allerlei onrecht en ongelijkheid biedt het nog de beste garanties. Toch mag men er ook weer niet mee dwepen. En men kan er ook niet in geloven. Het demokratische systeem kan niet en nooit garanderen, dat het publieke leven zich voltrekt naar de wil van de Here. Zijn degenen, die het systeem hanteren, christenen, dan heeft men een goede kans op een christelijke richting en op christelijke beslissingen.
Maar wordt het systeem gehanteerd door niet-christenen, dan kan men zijn verwachtingen niet al te hoog spannen. De wil van de meerderheid is nu eenmaal niet gelijk te stellen met de wil van God. Men .mag aan de kreet 'Vox populi vox Dei' ('De stem van het volk is de stem van God') geen werkelijke waarde toekennen.

Het harmonie-geloof van de 'Verlichting'
De theoloog Paul Tillich schreef een belangrijk boek, getiteld 'Perspectives on Nineteenth and Twentieth Century Protestant Theology'. In dat boek bespreekt hij de belangrijkste geestelijke stromingen, waarbij hij zich vaak (gelukkig) weinig aantrekt van de tijdsbeperking in de boektitel, maar veel verder in de geschiedenis teruggrijpt. Hij spreekt in zijn boek ook uitvoerig over de 'Verlichting' en noemt als één van de kenmerkende gedachten daarvan 'the Concept of Harmony'. Eigenlijk zou je dat concept of dat geloof kunnen zien als een vervànger van het geloof in de Here en Zijn voorzienig bestel, zoals dat zo mooi onder woorden wordt gebracht in Art. 13 Ned. Gel.Bel.: "Want Zijn macht en goedheid zijn groot en onvoorstelbaar, dat Hij Zijn werk zeer goed en rechtvaardig beschikt en doet, ook al handelen de duivelen en goddelozen onrechtvaardig". God doet Zijn werk in en tegenóver en door alle mensenwerk héén rechtvaardig en goed! Dat geeft ons vertrouwen. Nu wilde de 'Verlichting' niets weten van een God, die werkelijk regeert en die in het wereld leven werkelijk kan ingrijpen. Maar zij wilde en kon toch ook niet zonder het vertrouwen in de triomf van goedheid en gerechtigheid!
God de Here werd vervangen door ... het universele, het generale, het algemene. Men sprak van de'universele Rede'. Rousseau had het over de 'volonté générale', de algemene wil. En men nam aan, dat die universele rede en die algemene wil zich als het ware realiseerden in de gedachtengangen en de botsingen-van-overtuigingen en in de wilslijnen en de botsingen-van-begeerten, die we in het mensenleven aantreffen. Als een soort 'resultante' van al die krachten van rede en wil. En men geloofde (in een humanistische vervanging van het christelijke Godsgeloof), dat die resultante waar en goed en wijs moest zijn! Een ongeloof dat ook een geloof is. Geloof aan en in de uiteindelijke harmonie!
Maar waar neemt nu die universele rede en waar neemt nu die algemene wil konkreet gestalte aan? In het gevoelen, in de wil, in de beslissing van de meerderheid! In de meerderheid wordt immers het universele nog het meest benaderd!
En zo wordt de meerderheid gekroond met een half-religieus aureool!
Merkwaardig is dat! In voorbije tijden bedreef men afgoderij met de 'goddelijke' koning. Hoe primitief toch! Maar ook de 'verlichte' man van de regering-doorhet-volk kan kennelijk zijn 'god' niet missen. Het gevoelen van de meerderheid ontvangt een 'wijding'. In dat gevoelen komt openbaar wat waar en goed is. Een door en door humanistisch geloof! Maar dat is ook een geloof, zij het dan ook een ón-geloof.

De stem van het volksgeweten
De demokratische regel is een behoorlijke en een goede regel. Ook in de praktijk van het leven een onmisbare regel. Men moet immers op de weg voort en knopen dienen te worden doorgehakt! Maar het wordt wel zeer bedenkelijk, als men met die regel en daarbij met de meerderheid een soort afgoderij gaat bedrijven.
Alsof in en door het gevoelen van de volksmeerderheid de stem van God wordt gehoord en Zijn wil in het licht treedt! Een sprekend voorbeeld kan toelichten, hoe zeer men dan in de fout gaat. In de tijd van de debatten over de 'abortus provocatus' werd de stelregel vaak gehoord, dat je een bepaalde (oude) wet niet kunt handhaven, als die wet geen weerklank meer vindt in het volksgeweten!
Vanuit een louter demokratisch standpunt is tegen deze bewering eigenlijk niets in te brengen. De genoemde stelregel is zo demokratisch als wat! Alleen maar... wat is bij deze gedachtengang de plaats van een wet nog? De wet dient allereerst te zijn een beschrijving van wat leeft in het geweten van (de meerderheid van) het volk. En dan gaat men vervolgens van die beschrijving een régel maken. En die regel geldt dan, zolang er in dat geweten van (de meerderheid van) het volk geen belangrijke verandering plaatsvindt. Want bij zulk een verandering dient de wet weer te worden bijgesteld! Staat de wet bóven ons? Alleen maar, als ze alleréérst achter ons aankomt en 'nederig' noteert wat wij van het punt in kwestie denken en gevoelen!
Hier hebben we te doen met een wet zonder God! Hier hebben we te doen in feite alleen met onszèIf!
Geef de demokratische regel in handen van mensen, die bij meerderheid niet meer buigen voor het Woord van de Here, en het leven zal geheel en al aan de Here onttrokken worden. Als degenen, die de regel hanteren niet meer spreken van God, dan kan die demokratische regel God ook niet meer in het beeld brengen! Dat is de grote zwakheid, (ook) van het systeem-van-de-demokratie.
Maar stel je dan toch voor, dat men wéér gaat geloven, dat het meerderheidsgevoelen, dat de algemeenheid het dichtst benadert, als een stem van God zou moeten worden beschouwd! En toch kan dat zomaar wéér gebeuren! Ik denk dan aan de moderne stroming in de theologie, die ook vandaag weer zegt niet te kunnen geloven in een God, die zou 'interveniéren' in ons mensenleven, en die vasthoudt, dat God alleen kan werken door önze handen en beslissen in onze beslissingen en ergens komen door önze gang! Dan kàn de stem van God niets anders meer zijn dan de 'vox populi', dan de stem van het volk! Dan zou je dus de aanvaarding van wat de meerderheid wijst als een religieuze plicht hebben te beschouwen!
Dat hebben we hartgrondig te verwerpen natuurlijk! Maar toch zien we, dat we in allerlei zaken gevangenen kunnen worden van het demokratische systeem. Neem nu wat we boven zeiden over het karakter van de wet! Als we aanvoeren, dat het Woord en het gebod van God heeft te beslissen, dan zijn er heel wat mensen, die dat nog zouden willen aanvaarden. Maar... wie maakt uit, wat dat 'oude' Woord van God voor onze moderne tijd te zeggen heeft? En hier kan zomaar weer de demokratische regel binnenvallen!
Het moet dan maar worden uitgemaakt door de meerderheid van theologen en ethici en morele beraders! Je komt er niet meer uit!
Gevangenen van het demokratische systeem! De Here is eruit 'gestemd'!
Het Beest kan ook via de demokratie zijn doel bereiken!
De les van Schrift en geschiedenis De Here riep Abraham als éénling en zegende hem en richtte met hem Zijn Verbond op en liet hem wandelen in het licht van Zijn waarheid.
Het inzicht van Abraham en de zijnen in de waarheid van God was wel zeer verwijderd van 'de universele Rede' en zijn wil om met zijn huis de Here te dienen had niets van doen met 'Ia volonté générale'.
Hetzelfde kan men zeggen van Abrahams zaad, het volk Israël. De Here maakte hen tot Zijn volk en deed hen leven in het licht van Zijn Verbond. "Aldus heeft Hij aan geen enkel volk gedaan, en Zijn verordeningen kennen zij niet..." (Ps.
147:20). Eén klein volkje in de grote volkerenwereld!
Komen we nu in het volk Israël binnen, dan zien we - helaas - een zelfde stand van zaken in het volk van de Here! Hoe vaak heeft de Here zich van een kleine minderheid - de profeten! - bediend om de waarheid en de dienst van de ware God onder Israël te doen prediken, terwijl de grote meerderheid aan afgoderij en leugen was vervallen!
Als 'de Gezondene des Vaders met Zijn grote verlossingswerk in Israëls leven binnenkomt, dan kan Johannes kortweg zeggen: "Hij kwam tot het Zijne en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen" (Joh. 1:11), ook al waren er ook onder de joden "vele tienduizenden", die in Christus geloofden (Hand. 21:20). Velen werden na Pinksteren geroepen uit de volkeren door de apostolische prediking, maar zij vormden een minderheid! En treden we dan de gemeente van de Nieuwe Bedeling binnen, dan zien we ook hier weer, dat de Here telkens weer van een klein getal zich bediende om reformatie te werken en tot de rechte dienst en het rechte geloof terug te roepen. Luther heeft het moeten horen: Denk jij nu echt, dat zovele bisschoppen en kardinalen en pausen de waarheid zouden hebben gemist en dat jij, kleine monnik, die waarheid zou hebben ontdekt? Dat was eigenlijk een combinatie van de oude aristokratische regel (rang en stand: bisschop, kardinaal, paus) en de nieuwe demokratische regel (het getal: zovele...). Luther kwam daarvan zeer onder de indruk en het heeft hem zeer veel moeite gekost, maar hij mocht volhouden door Gods genade. De stem van de méérderheid de stem van Gód?
Schrift en geschiedenis leren het zo geheel anders. Het humanistische optimisme wordt daardoor zo bestreden!
De mens is goed, de meerderheid van de mensen nog beter?
Het omgekeerde treedt telkens weer aan het licht. En dat niet alleen buiten, maar ook binnen het volk van God!
Voorzichtigheid geraden!
Met welk een voorzichtigheid hebben wij dus die demokratlsche regel te hanteren! Ook binnen de gemeente en binnen het Kerkrecht neemt die praktische en nuchtere regel een plaats in. En men moet zo nuchter en praktisch zijn dat ook positief te waarderen. Maar met een goede voorzichtigheid en al helemaal zonder enige half-religieuze 'ophoging' van meerderheid en meerderheidsgevoelen. Op deze geboden voorzichtigheid willen we een volgende keer graag ingaan.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief