Songs of praise
1989-02-03
Gedurende al de jaren dat we in Dalmally woonden, hebben we u nooit vermoeid met verslagen van de 'Songs of praise'-programma's, die de BBC elke zondagmiddag uitzendt. En waarom niet?- Jaargang 33
- nummer 3
Misschien wel omdat zo'n uitzending ons meer .aanqrljpt dan we willen weten; misschien ook wel omdat we geen Nederlands dédain voor zulk Brits gedoe 'zouden kunnen verdragen; en tenslotte omdat de BBC voor sommige lezers toch wel beschikbaar is. Maar 'wanneer we vandaag toch over dit onderwerp beginnen, vragen we u vooraf nederig om met zachtmoedige christenliefde te lezen, en met verdraagzaamheid kennis te nemen van een typisch Britse uitoefening van geloof in onze Heer en Heiland.
Die zondagmiddaguitzendingen trekken een breed publiek, dat een tweede kerkgang node mist. Groot-Brittannië heet dan a-cultureel en a-religieus te zijn, onwetend van schilderkunst en gespeend aan alle muzikaliteit - maar de werkelijkheid is gelukkig heel anders. Dit volk is niet flegmatisch of onverschillig; het is met alle vezels verbonden met het leven, met de schepping en de Schepper, en wordt gestempeld door de oude christendeugden, welke Paulus zijn Galaten, zijn Kelten, heeft aanbevolen.
De 'Songs of praise', letterlijk Lofzangen, worden wekelijks uitgezonden. Meest uit een kerk - vaak ook uit een kazerne, gevangenis, vacantieoord, zeeliedentehuis of jeugdcentrum.
Een spreker leidt ons binnen in de omstandigheden van de zingende groep, toont ons straatbeelden of kerkinterieurs, geeft korte interviews met predikant en gemeenteleden, toont ons hun dagelijks werk en, als we later dezelfde mensen hun zingend aandeel zien nemen in de Songs of praise, herkennen we de straatwerker, de politiechef, de bibliothecaresse en de zeeman.
Vandaag - weer voor enige tijd in Dalmally - was het Sally Magnussen, die de uitzending introduceerde.
Sally is de sproetige dochter van de wereldbekende Magnus Magnussen, van lJsland; nog niet zo welbespraakt als haar vader, maar toch met veelbelovend talent.
En met innerlijke overtuiging. Ze bracht ons nu eens op de kermis; jawel op een heuse 'christelijke kermis'. Met draaimolens, luchtschommels, flikkerende lichtjes, hobbelpaarden en... met een Nederlands draaiorgel!
Sedert 1884 heeft een zekere familie Showmen een eigen kermisuitrusting in haar bezit, waarmee ze het land doorreist; dit werk stamt dus uit de tijd van de Britse geestelijke revival en van het Leger 'des Heils. Een predikant reist met het circus mee en leidt de zangsamenkomsten.
"Dit is mijn gemeente", verklaart hij vrolijk; een gemeente met nog al wat verloop, zouden we zeggen. Op elke plaats waar kermis gevierd wordt verschijnt ook hij met zijn eigen caravan, brengt zijn eigen medewerkers op het toneel en organiseert een massazang, in samenwerking met plaatselijke kerken, koren en predikanten.
Een verrassing is het voor ons, Nederlanders, de klanken van een draaiorgel te herkennen, dat onmiskenbaar een prelude voor 'Crown Him' begint. En ja, wanneer de honderden zangers het lied inzetten, zien we het electrisch aangedreven draaiorgel, met houten pijpen, mechanisch slaande trommels, houten poppen en klinkende bellen. Een lust voor het oog, meer nog een lust voor het oor. In een vlot marstempo worden alle coupletten gezongen; het orgel geeft aan het slot een kleine vertraging en een onsje overwicht op het slotaccoord. Zo hoort dat.
Hoe komt u aan zo'n draaiorgel? vraagt Sally. Uit Amsterdam natuurlijk, als het niet uit Brussel of Antwerpen komt. En hoe komt u aan die muziek? Uit Amsterdam; daar woont een chap die elk lied voor ons op de rol zet. We krijgen de 'chap' even te zien, die met een instrumentje gaten beitelt in een stevige draairol. Destijds was dat een bekende advocaat-wethouder, Romke de Waard, die zijn hart aan het draaiorgel had verloren; vandaag is het een jongere generatie. Maar het resultaat is even accuraat en meeslepend als vroeger, en de zingende gemeente heeft aan zo'n hogedrukorgel een zangleider van allure.
Als we dit beseffen zingt de gemeenschap 'Stand up, stand up for Jesus' en we behoeven dat niet te vertalen. Bij het laatste couplet zingen de tenoren daar een leuke discantus bij, die je adem even doet stokken. Midden in het publiek staan borden geheven met leuzen als 'Koning der koningen', 'Liefde boven alle liefde'. Zelfs op de draaimolen staat een leus die eindigt met 'with joy' - en dat kan alleen de inzet van psalm 100 zijn: 'komt voor Zijn aanschijn met blijdschap'.
'Roept het uit, dat Jezus leeft!' zingt de groep en u kunt er zeker van zijn, dat dit evangelie in talloze huiskamers wordt ontvangen en meegezongen.
De BBC is een zaak van de overheid; voor een Songs of praiseprogramma is hier geen speciale christelijke of 'christelijke' organisatie nodig. Wanneer mevrouw Thatcher voor de EEG duidelijk maakt, dat haar land zijn televisieprogramma's niet door Brussel zal laten voorschrijven, wordt dat op het vasteland niet toegejuicht. Men zegt daar soms: ze moet niet denken dat ze op een eiland woont; maar dat doet ze nu juist wel. En ze weet wat ze zegt; ze staat, als leidster van de conservatieve regeringspartij, pal voor haar nationale verworvenheden.
Ook dat is een gave van Boven.
Uit het kermispersoneel heeft de reizende predikant een eigen orkest samengesteld en ook dit levert een zeer behoorlijke bijdrage in het lofzang-programma. Met stem en snaren, met trompetten en bazuinen wordt Gods lof uitgezongen, dat het klinkt door de stad. En het "orgel laat zich overal, bij het juichend lofgeschal, tot des Heeren glorie paren".
Hoe vaak moedigt de Schrift ons aan, de Heere lof toe te zingen. Van de opgang der zon tot haar ondergang.
Want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid. Door te zingen bidden wij dubbel. Door te zingen leggen wij ons hart open voor onze hemelse Vader. Door te zingen bouwen wij samen de troon, waarop Hij wil wonen om zijn volk te regeren.
Door te zingen vernietigen wij helse machten en houden de Satan en zijn rijk buiten onze harten en muren.
En hoe vaak moedigt de Schrift ons aan, deze zang te leiden en te versieren met alle beschikbare instrumenten!
Instrumenten der muziek Gods, noemt ze de Schrift. Speelt wel, met vrolijk geschal. Het speeltuig moet die toon afwisselen, psalm 33. En lees dan psalm 150 nog eens aan tafel.
Sally vraagt aan de stammoeder van de familie Showmen, wat haar overleden man als voorkeurslied placht te zingen. Het antwoord is: 'Het ruwhouten kruis', en dat wordt nu met overgave gezongen, ter ere van onze Heiland en in herinnering aan de leider van deze 'christelijke kermis'.
Dan volgt: 'Mijn ogen hebben de heerlijkheid van onze God gezien', op de bekende melodie uit de Amerikaanse burgeroorlog en met het refrein: 'Glorie, glorie, halleluja'.
Dat vraagt wel enig aanpassingsvermogen van ons, kille Nederlanders.
Dat staat wel ver van onze sobere gereformeerde erediensten.
Draaiende luchtschommels, flikkerende lichtjes, hobbelpaarden en een draaimolen, legerdesheilsliedjes en deinende jeugd - het is wel veel van het goede. Maar nooit te veel, wanneer de eer van onze Here en Zaligmaker beoogd wordt.
Psalm 47 spreekt van een handenklappen, wanneer wij God de Heer toezingen. Psalm 87 spreekt van dansen bij het zingen. Psalm 97 spreekt van een knielen bij de betoning van onze eerbied. Psalm 134 zegt, dat we onze handen moeten heffen - nu, daar gaan vele honderden handen omhoog. Maar waarom zouden wij dan zo stijf blijven zitten onder het zingen?
Waarom niet overeind komen? Niet alleen bij de slotzang - dat is nu net een teken van zuinigheidmaar bij alle liederen? Het ademt en zingt veel ruimer, wist u dat? Een gemeente kan wel haast een toon hoger zingen als ze staat, wist u dat? En als ons hart, als ons hele wezen opgaat in de zang, kan een mens moeilijk stil blijven staan. Dan zouden we dat calvinistische pantser wel voor een uurtje willen afgooien, verbreken desnoods. Om te kunnen jubelen, om je leeg te zingen, om de Heer je liefde te doen horen.
Want - en dat is de sleutel van dit alles - de Heere luistert daar graag naar. Het past oprechten, God te loven. Hij vraagt er om. En als de Heere iets van ons vraagt geeft Hij er altijd meer voor terug. Je zingt je vrij van schuldgevoelens, van tekortkomingen.
AI zingende ontvang je nieuwe krachten, word je betere instrumenten des vredes.
God zij met u, zegt de priester, die het gebed heeft uitgesproken. God zij met u, deze nacht en altijd. En of het nu een priester of een heuse dominee is - het is de Heere zelf, die Zijn geliefden zegent, via Zijn boodschappenjongens. En die zegen is de beloning voor een uurtje Lofzang. Een zeer ruime beloning.
Want aan 's Heeren zegen is alles gelegen.