Rhetorische reeksen in Paulus' brieven (1)
1989-02-03
Onlangs hebben we aan de hand van Filipp. 4, 8.9 laten zien, hoe een lange opsomming in een brief van den apostel Paulus bij nader toezien soms geledingen blijkt te vertonen, en in op elkaar corresponderende groepen van elementen valt op te delen. 'Op elkaar corresponderend' betekent dan: in de praktijk vaak, dat een volgend element een eerder element zakelijk herhaalt, zij het met enige variatie.- Jaargang 33
- nummer 3
Zo'n stilering dient maar niet voor de verfraaiing, maar heeft pastorale waarde. De apostel wil op die manier zijn boodschap duidelijk inprenten en aandringen. Schrijft hij niet uitdrukkelijk: "Hetzelfde aan u te schrijven is... voor u nuttig" (Filipp. 3, 1)? Herhaling is onmisbaar, wil men iets goed vasthouden. Vandaar dat we in 4, 4 lezen: "Verblijdt u in den Heere te allen tijde! Ik wil het nóg eens zeggen: verblijdt u!".
Opsommingen
Wij ontmoeten bij Paulus véél opsommingen.
In deze reeksen is in onze bijbelvertalingen doorgaans nauwelijks enig reliëf aangebracht.
Het gevolg is, dat de onderlinge correspondentie tussen de verschillende bestanddelen ons meestal ontgaat; dat we in een brij van woorden dreigen te verdrinken; of ook dat de boodschap ons gaat vermoeien en vervelen.
Zorgvuldige analyse van de rhetorische opbouw kan hier naar mijn indruk helpen bij een beter verstaan van wat de apostel bedoelt.
1Tim. 4,12
Ik begin met een eenvoudig voorbeeld, een tekst waar de opsomming zich beperkt tot vijf termen, t.w. 1 Tim. 4, 12 "Wees een voorbeeld voor de gelovigen in woord, in wandel, in liefde, in geloof, in reinheid".
Vijfmaal "in ..." achter elkaar.
Maar wie aandachtig leest, ziet, dat de eerste twee termen bij elkaar horen. Hier onderscheidt Paulus, om zo te zeggen, de twee kanten van Timotheüs' activiteit, t.w. zijn leer en zijn leven. Evenzo horen de laatste drie termen bij elkaar. Daar gaat het om de innerlijke gesteldheid waarmee Timotheüs zijn werk moet doen.
In deze tekst zou al veel aan duidelijkheid gewonnen zijn, wanneer we een andere woordorde zouden kiezen; aldus: "wees in woord en wandel voor de gelovigen .een voorbeeld in liefde, geloof en reinheid".
Een vraag apart is, of men in het laatste drietal termen de middelste ('pistis') niet liever als 'trouw' dan als 'geloot' zou moeten verstaan.
Het woord heeft duidelijk dié betekenis in 1 Tim. 5, 12 en in Tit. 2, 10. Ook in 2 Tim. 2, 22 heeft men het wel terecht zo weergegeven (vgl. 3,3). Op nog een heel aantal plaatsen zou deze vertaling op z'n minst overweging verdienen: I 1, 19; 2, 15; 6,11; Tit. 3, 15; Opb. 2, 19; 13, 10.
2 Cor. 6, 4-7a
We gaan nu naar een tekst met maar liefst achttien maal "in ..." (of eigenlijk negentien maal, als men nl.
het samenvattende "in elk opzicht" ("in alles" NBG), waarmee de reeks wordt ingeleid, meetelt), t.w. 2 Cor. 6, 4-7a. Ik schrijf de tekst hier uit, en nummer de termen alvast: "1) in veel dulden, 2) in verdrukkingen, 3) in noden, 4) in benauwdheden, 5) in slagen, 6) in gevangenschappen, 7) in oproeren, 8) in moeiten, 9) in nachten zonder slaap, 10) in dagen zonder eten, 11) in reinheid, 12) in kennis, 13) in lankmoedigheid, 14) in rechtschapenheid, 15) in den heiligen Geest, 16) in ongeveinsde liefde, 17) in de prediking van de waarheid, 18) in de kracht Gods".
Globale indeling
Sorteren we deze termen voorlopig maar even globaal, dan blijkt het in 1 en in 11-18 te gaan om de gezindheid, de geesteshouding die het optreden van den apostel kenmerkt en die de kracht daarvan uitmaakt.
In 2-10 echter is sprake van situaties die zich in Paulus' leven voordoen.
Ook uiterlijk onderscheiden zich laatstgenoemde negen termen van de eerstgenoemde, doordat ze in het meervoud staan.
Gezien de positie van 2-10 is het duidelijk, dat het hier gaat om de vele gevallen waarin Paulus' volharding ('dulden' NBG), sub 1 genoemd, aan het licht is gekomen.
Vandaar ook het adjectief 'veel' bij 'dulden'. M.a.w. 1 wordt in 2-10 verbijzonderd.
Onderverdeling van 2-10
De negen 'situaties', onder 2-10 opgesomd, zijn rhetorisch kunstig gerangschikt in drie groepen van telkens drie: a) 2) verdrukkingen, 3) noden, 4) engten. Hier gaat het om hachelijke, précaire situaties; momenten waarop de apostel klem zat, angstige uren beleefde, geen uitweg meer zag. ') b) 5) slagen, 6) gevallen van hechtenis, 7) opstootjes. Hier gaat het om lijfstraffen. Stokslagen (40-1) heeft Paulus vijf keer van de Joden gehad, drie keer is hij met de roede gegeseld (2 Cor. 11, 24.25). Hechtenis heeft hij o.a. doorgemaakt in Filippi, na met de roede gegeseld te zijn (Hd. 16, 22.23). 5 en 6 gaan ook in 2 Cor. 11, 23 samen. Bij 7 ('opstootjes') valt te denken aan rellen rond zijn optreden, als waarvan we lezen in Hd. 14, 19, waarbij hij gestenigd werd. Dat lijkt te meer waarschijnlijk, omdat hij ook in 2 Cor. 11 na 'gevangenschap' en 'slagen' (23.24) spreekt van 'steniging' (25).
c) 8) zwoegen, 9) niet slapen, 10) niet eten. Dezelfde reeks vinden we - met enige uitbreiding - in 2 Cor.
11, 27. Hier gaat het over perioden dat de apostel zo hard werkte, dat slapen en eten erbij inschoten.
Onderverdeling van 11-18
Ofschoon 11-18 een vervolg zijn van het nader gespecificeerde eerste element, is hier ondanks het negental niet opnieuw een opdeling gemaakt in 3 x 3. Dat heeft wel te maken met het feit, dat 1 door het 'intermezzo' 2-10 zo apart was komen te staan, dat het zich moeilijk meer met de eerste termen van deze laatste reeks in een groep liet verenigen.
Paulus heeft 11-18 dan ook opgedeeld in 4 x 2.
Formeel laat zich dat het gemakkelijkst aantonen voor 15/16, waar hij beide keren een zelfstandig naamwoord van een bijvoeglijk naamwoord vergezeld laat gaan, en voor 17/18, waar we telkens te maken hebben met een zelfstandig naamwoord, gevolgd door een tweede zelfstandig naamwoord in de tweede, naamval ("woord van waarheid", "kracht van God").
Voor 13/14 is de samenhang inhoudelijk duidelijk. Men vindt de beide begrippen ook samen in Gal. 5, 22; dáár in bond met nog een derde synoniem, t.w. 'agathoosunè '.
De NBG-vertaling is in deze twee teksten niet concordant: in Gal. 5 is 'chrèstotès' vertaald met 'vriendelijkheid', hier met 'rechtschapenheid' .
Men lette erop, dat Gal. 5 weer 3 x 3 groepen te zien geeft: A 1) liefde, 2) blijdschap, 3) vrede, . B 4) lankmoedigheid, 5) vriendelijkheid, 6) goedheid, C 7) trouw, 8) zachtmoedigheid, 9) zelfbeheersing.
Eveneens vindt men de beide begrippen, samen met nog andere, verbonden in Col. 3, 12, waar de NBG-vertalers 'chrèstotès' weergeven met 'goedheid' en 'makrothumia' met 'geduld'.
wordt vervolgd
Noten
1. 'Engte' (Gr. 'stenochooria') komt in 2 Cor.
12,10 voor in combinatie met 'vervolging'.
Uit 2 Cor. 4, 8 blijkt, dat het een ergere situatie is dan 'verdrukking'. Men zou die tekst ongeveer als volgt kunnen weergeven: "wel in het nauw gedreven, maar niet vastgelopen.”