Polarisatie en spanning
1989-02-03
N.a.v.: Polarisasie en Spanning, Eenheid en Samewerking tussen Kerke in Suid-Afrika.- Jaargang 33
- nummer 3
Door prof. J.H. van Wyk, Ds. C.D. Jaftha, Ds. P.J. Buys, Mnr. T.F. Dreyer, Ds. O.T. Serobatse, Ds. T.C. Rabali.
Uitgave van het Instituut vir Reformatoriese Studie in Potchefstroom.
Reeks F 1, no 250,251 van de IRSstudiestukke.
Ik vraag graag aandacht voor de boven aangekondigde brochure die onlangs in Zuid-Afrika verschenen is binnen de kring van de Gereformeerde kerken in ZA met wie onze kerken een zusterkerk-relatie onderhouden.
Er wordt namelijk een probleemveld in besproken waar ook onze kerken in Nederland mee te maken hebben: de relatie tussen 'oudere' en 'jongere' Gereformeerde Kerken in de kontekst van Zuid-Afrika. Dat is in Zuid-Afrika een gevoelige zaak, omdat het gelijk de Apartheidsproblematiek raakt. En dat blijkt ook wel in de verschillende bijdragen die door deskundige mensen geschreven zijn.
Prof. Amy van Wyk van de Hammanskraal Theologische School schrijft over 'spanningen tussen de blanke en zwarte Gereformeerde Kerken als gevolg van culturele, politieke, ideologische en maatschappelijke verschillen. En u voelt wel, hier zitten we midden in de Zuid-Afrikaanse problemen die ook aan de kerken niet voorbij gaan. Hij bespreekt op een open manier hoe de kerkelijke relaties tussen de blanke en zwarte Gereformeerde Kerken vooral door de zwarten als pijnlijk en spanningsvol worden ervaren. Oorzaken en achtergronden worden daarbij eerlijk genoemd, en de blanke kerken de kritiek niet gespaard. Ten aanzien van de besluiten van de blanke synode ter zake van de kerkelijke verhoudingen in de loop der jaren merkt hij op dat er sprake is van tegenstrijdigheid tussen besluiten in vroeger jaren genomen en die uit de jongste tijd stammen. De spanning kan opgeheven worden, meent prof. van Wyk, door een mentaliteitsverandering in de zin van Rom. 12:2 bij de blanke Gereformeerden. Er moet ook een verandering komen in kerkbeschouwing (p.13): de kerk is te zeer volksen kleurgebonden. Werkelijke kerkelijke eenheid naar Joh. 17 zal ook een getuigenis zijn in de wereld en zo ook voor de zending van betekenis zijn. Een eerlijke en waardevolle kritiek van binnenuit door iemand die hart heeft voor de kerk van Christus in Zuid-Afrika.
Ds. C.D. Jaftha van de Gereformeerde Kleurlingkerk bespreekt dezelfde zaak maar nu bekeken vanuit de 'jongere' kerk, die aan de 'verkeerde' kant van de kleurgrens zit.
Hij wijst er op dat onkunde en onwil twee belangrijke struikelblokken zijn in de beleving van kerkelijke verbondenheid.
Men kent elkaar niet en wil elkaar ook niet kennen (p. 19). Ik denk dat dit zeker waar is van veel blanken: men heeft geen flauw benul van wat er leeft en aangaat aan de andere kant van de kleurgrens.
Een goede blanke broeder vroeg mij eens in alle eerlijkheid of een zwarte echt een christen kon zijn, een kind van God. Ik verzekerde hem dat er meer oprechte zwarte dan blanke christenen waren in ZA, alleen al vanwege de getallen. Hij keek ervan op. Ook ds. Jaftha noemt de politiek als een van de hindernissen tot betere relaties tussen zwarte en blanke Gereformeerde Kerken. Voor een zwarte is het maar moeilijk te begrijpen dat die blanke die zo vriendelijk over Gods Woord praat op het zendingsveld toch stemt op partijen die de Apartheidswetten willen handhaven. Dat maakt vertrouwen maar moeilijk: "kan jy hulle vertrou?", is dan de vraag die de kleurling stelt.
Ds. P.J. Buys, een zendeling en evangelisatie-predikant in de Transvaal, schrijft over de uitvoering van de zendingsopdracht die 'oudere' en 'jongere' kerken samen moeten uitvoeren. Uitgaande van Joh. 17 en 13 over eenheid en liefde stelt hij dat de kerken samen een zendingstaak hebben. Een mooie opmerking over de eenheid tussen blanke en zwarte kerken (p.28): "Let goed daarop dat dit nie 'n eenheid is wat ons kan skep of fabriseer nie. Dit is 'n eenheid wat die Heilige Gees reeds gesmee het en wat ons net moet handhaaf, deur ditwerklik uit te leef."
Vanzelf dat ras- of taalverschillen deze eenheid in liefde niet behoren te verbreken. Die verschillen zijn er natuurlijk wel, maar eenheid met mede-christenen weegt zwaarder.
Ds. Buys geeft ook konkrete wegen aan om die eenheid in geloof te beleven. Kleine bijbelstudiegroepen over de kleurgrens heen kunnen heel goed werken; of ook bijbelstudiekampen voor jongeren. Wat ook ' steeds meer gebeurt is dat een paar gezinnen over de kleurgrens heen bij elkaar komen eten. Het is vooral voor blanken een hele ervaring om in een zwart woongebied te verkeren.
Dit jaar heeft zelfs een grote groep blanken een nacht door gebracht in Mamelodi bij Pretoria, georganiseerd onder meer door de bekende dr. Nico Smith en Michael Cassidy van Africa Enterprise. Een ingrijpende ervaring voor veel deelnemers aan dit projekt om elkaar te leren kennen.
Ik ga voorbij aan de interessante bijdragen van T.F. Dreyer over samenwerking op het gebied van diakonale hulp en ds. O.T. Serobatse over samenwerking terzake van Woordbediening.
Ik houd zo nog wat ruimte over om in te gaan op de bijdrage van 'ds. T.C. Rabali over de verhouding tussen de Chr. Geref. Kerken in Nederland en de uit hun zending ontstane kerken in Venda-Iand in het verre Noorden van Transvaal.
Deze bijdrage is ook leerzaam voor ons in Nederland en Natal, die met dezelfde problematiek te maken , hebben die ds. Rabali hier aansnijdt.
' Hij begint met vanuit het NT te benadrukken dat goede kerkelijke relaties vrucht zijn van de uitvoering van de zendingsopdracht. Uitzending en evangelisatie komen nieuwe kerken voort; de prediking van het evangelie schept kerkelijke relaties tussen 'oudere' en 'jongere' kerken.
Er ontstaat een familie van kerken.
Maar binnen die ene familie is het haast onvermijdelijk geweest dat de oudere kerken een paternalistische houding hebben aangenomen tegenover de jongere kerken uit hun zendingswerk ontstaan, wat de jongere kerken vaak, en soms nog wel, zich hebben laten aanleunen. Maar, zegt Rabali, wat aanvaardbaar is voor een kind, wordt onverdragelijk voor een volwassene. Het is ook ongezond om een jong volwassene nog altijd als een kind te behandelen.
Terecht merkt hij op dat paternalisme vooral in kerken uit de eerste wereld voorkomt in hun omgang met kerken uit de derde wereld. Inderdaad een uiterst gevoelige, zaak!
Hij bespreekt o.a. bekende kenmerken van een zelfstandige kerk die als de Drie Zelf Formule is bekend geworden: een kerk is zelfstandig wanneer ze zichzelf regeren kan, zichzelf financieel bedruipen kan en zelf de zendingstaak ter harte gaat nemen. Wanneer zal een zendende kerk een zendingskerk als volwassen beschouwen op het gebied van kerkregering? Pas dan wanneer alles precies zo toegaat als in de moeder-kerk in een eerste wereld land? Of bij het uitvoeren van de zendingstaak: is de zendingsgemeente pas dan zelfstandig als ze die taak uitvoert precies zoals de zendelingen het altijd gedaan hebben?
En de vraag of de aanwezigheid van zendelingen de zelfstandigwording van jonge kerken niet vertraagt, wordt niet ontweken.
Voortdurende afhankelijkheid werkt zeer negatief voor de jongere kerken, die er ook een verkeerde mentaliteit aan overhouden. Ik ben blij dat ds. Rabali ook dat probleem niet uit de weg gaat. Het heeft z.i. een ook negatieve uitwerking op de uitvoering van de zendingsroeping.
Hij eindigt dan met een paar aanwijzingen om te komen tot een verbeterde relatie tussen zendende en zendingskerken die intussen al jonge, zelfstandige kerken geworden zijn. Wat ik van belang vind is dat de zendingsgemeente zelf zendende kerk is met een zendingsopdracht.
Die erkenning zal ook tot uitdrukking gebracht moeten worden in het zendingsbeleid van de zendende kerken. Hij suggereert dat de zendingswerkers onder de plaatselijke kerkeraden zouden behoren te werken. Een zaak die ook onder ons aandacht zou behoren te krijgen!
Hij schrijft ook over de theologische opleiding voor zwarte kerken, en maakt in dit verband ook een kritische opmerking aan het adres van onze Natalse Zending: wij zouden de theologische opleiding als een zendingsprojekt zien onder exclusief zendingsbeheer. Wij zouden er geen 'joint venture', geen samenwerkingsprojekt van willen .maken. Persoonlijk ben ik niet helemaal ongevoelig voor dze kritiek aan ons adres.
Uitvoerig heb ik ds. Rabali het woord gegeven, omdat in zijn bijdrage de spanningsvolle relatie tussen blanke en zwarte Gereformeerde Kerken gekonkretiseerd wordt in het zendingswerk. Ja, zo zijn wij zelf ook als Nederl. Geref. Kerken betrokken bij de worsteling om te komen tot ware eenheid in liefde ondanks verscheidenheid.
Al met al een goed geschrift om eens kennis te maken met wat er leeft in onze zusterkerken op dit zo gevoelige punt. Natuurlijk zal er hier in Z.A. wel weer geklaagd worden dat zo de politiek in de kerk gebracht wordt. En hoe groot het gevaar van verpolitisering van de kerk ook mag zijn, het gaat hier niet om politiek als zodanig maar gewoon om bijbels verantwoorde relaties tussen zusterkerken in hetzelfde land die door de politiek verstoord zijn geraakt en het kerk van Christus zijn bedreigen.