Sabbathsreis
1989-02-17
Een lange zondagmiddag in oktober, zonnig weer, geen tweede kerkdienst en Gods natuurlijke tempel rondom ons in de onvolprezen Schotse Hooglanden - dan is de verleiding van een sabbathsreisje onweerstaanbaar. Een autotochtje dus. Waarheen? Waar de auto ons brengt, want alles is even schoon.- Jaargang 33
- nummer 4
Alleen liever niet op de hoofdwegen, want daar zijn nog steeds vreemdelingen.
Als vanzelf leidt de auto ons naar het westen (kwamen niet ook de Wijzen uit het oosten?) en het naaste dorpje heet Taynault. De naam komt van de Keltische woorden Tigh an Aullt, hetgeen Huis aan Rivier betekent: ook hier is een dorpje rond een vroege herberg ontstaan. Daar slaan we linksaf en draaien Glenn Lonan binnen, een dal van zestien kilometer lengte, waarin de kronkelige rivier Lonan haar weg zoekt en waarin de sabbathsreizigers eveneens hun weg zoeken. De laatste gaat over pittige heuvels, met scherpe bochten en telkens verrassende nieuwe uitzichten.
Alles op een eenbaansweggetje.
Achter elke heuvel kan een auto opduiken en dan moet er snel beslist worden, wie het best naar een wisselplaats kan terugrijden; soms doen beide partijen het tegelijk, want niemand wil in welwillendheid achterblijven.
AI oplettend wordt tegelijk zoveel mogelijk van het wisselend tafereel genoten. Tussen mild glooiende heuvels ligt de "glenn", die hoofdzakelijk uit graasgrond bestaat, maar ook vlakten van russen en ander onland bevat, afgewisseld door meertjes. De langharige roodbruine Hooglandse koe komt hier voor, maar vooral ook het schaap in veel soorten en uitmonsteringen.
Daarnaast ook de rode en zwartbonte koe, maar die is het vermeIden nauwelijks waard. De graasgebieden worden van elkaar gescheiden door eeuwenoude stenen muurtjes. Waar zo'n grens de weg snijdt loopt over de weg een cattle grid, wat u een wildrooster zou willen noemen. Het vee wordt geacht hier niet over heen te kunnen komen; daarom is voor paardewagen en ruiter naast elk rooster een afsluitbaar hek aangebracht. Voor wie dat niet begrijpt hangt er een leesbaar bord met gebruiksaanwijzing.
In Glenn Lonan wonen maar heel weinig veehouders. Een ervan, geremigreerd uit Canada waarheen zijn voorouders ooit vertrokken waren, is zo enthousiast over Gods schone stukje natuur dat Glenn Lonan heet, dat hij er een jubelzang over schreef voor Scot's Magazine. Daar had hij groot gelijk in, want zijn uitzicht isalthans in deze tijd van het jaarmeer dan schoon, om niet te zeggen paradijselijk schoon. Tegen de heuvels staan de sparren donkergroen, naast lariks die al geelbruin wordt, naast berken, beuken en eiken die bronskleurig tot goud gaan tekenen.
De varens zijn nog groen maar dat zal niet lang meer duren. De hemel is strakblauw, de zon staat als een gouden bol boven alles te schitteren.
Is het wonder dat natuurmensen de eerste dag van de week naar de zon hebben genoemd? En denkt een christenmens niet aan de Zon der gerechtigheid?
Vlak naast het huis van de jubelzanger is een stone-circle: een kring van zwerfstenen, vermoedelijk een religieus symbool uit de oertijd. En even verder kan hij vanuit zijn woonkamer een "standing stone" ontwaren, zoals die in vroeger tijden werd opgericht: hetzij als een religieus teken, hetzij als een grafmonument.
Deze steen hier staat bekend als Diarmid's stone. Hij herinnert aan een legendarische Schotse held, die door zijn rivaal Fionn werd uitgedaagd om op jacht een fors everzwijn te doden. Diarmid, die Fionn's geliefde had geschaakt, kon de uitdaging niet weigeren. Hij kwam in de ongelijke strijd om - wat hij niet, maar zijn rivaal wel had voorzienen werd ter plekke begraven. Als hij het wilde varken beter had gekend als weerbaar wild, zou hij de strijd nooit zijn begonnen. Zo zit daar veel geschiedenis en legende in dit Glenn Lonan. De kaart alleen al geeft veel meer historische plekjes aan, dan vanuit de auto gezien kunnen worden. De tientallen Schotse koningen en hertogen, die op het eilandje Iona zijn begraven, werden in vroeger eeuwen met hun gevolg door dit dal geleid. Zoals ze vooraf door hetzelfde landweggetje trokken, waaraan uw schrijver jarenlang woonde.
De officiële weg A 85 is nog geen honderd jaar oud; vroeger nam men de weg der rivieren, dat is via de laagste plaatsen en liever niet klimmen alstublieft. De heuvels waren toen nog begroeid met natuurlijke eikenbossen en beuken, -onmisbaar voor wilde varkens. Sedert meer dan drie eeuwen is dat wild uit Schotland verdwenen. Het wapen van de Campbell's vertoont nog de snuit van de ever, met vervaarlijke slagtanden. Het paste wel bij die clan, want Campbell betekent wrede muil.
Rechts passeren we het Zwanenmeer en waarlijk, op het eilandje midden in het loch zetelt de familie Zwaan, vrouw, man en twee grijze, nog lelijke en niet uitgekleurde jonge zwanen. Dat kan dit jaar, omdat het steeds geregend heeft en het meer vol water moet hebben gestaan. Maar bij laag water of gedeeltelijke droogstand komt de vos de broedsels verstoren.
Boven ons zweeft de buizerd. Bijna altijd werkt het echtpaar buizerd samen: in ruime cirkels zwevend en elkander in het oog houdend. Is er een buiten zicht geraakt, achter een heuveltop of bosrand, dan wordt het contact met een duidelijk 'miaauw' onderhouden. Is er konijn of mol of rat of muis in zicht, dan stort de meest gerede partij zich als een projectiel naar zijn prooi, remt met brede vleugelslag op het laatste moment zijn vaart (voorkomt zo dat hij tegen de grond te pletter slaat) en in de verwarrende schrik is het slachtoffert je al gegrepen voor hij het weet.
Een vlucht eenden gaat ongemoeid voorbij; dat is een te grote· hap voor de buizerd. Maar een laat nest jonge konijnen loopt groot gevaar. We troffen op deze plek eens een jong konijn aan, argeloos op de weg, en moesten er voor remmen. We dachten toen: stumper, hoe kort zul je nog leven als je zoweinig ervaring hebt? Maar een minuut later kruiste een wilde kat onze weg, met een ander jong konijn inde vang. Brutaalweg liep ze voor onze auto langs en verdween in de dichte dekking.
We hadden in die tijd nog wel eens correspondentie met de bekende natuurfotograaf Lea MacNelly uit het hoge noorden. En schreven onder een brief: "P.S. vandaag voor de tweede keer in ons leven een wilde kat gezien". Hij schreef onder zijn antwoord: "P.S. je bent toch wel een gelukkig mens!" - Een echte wilde kat - en dan geen verwilderde, zoals je in de Veluwse bossen aantreft - kennen de meeste mensen namelijk alleen van een prentkaart, niet van aangezicht tot aangezicht.
We zijn intussen toch aardig geklommen, lieten de rivier diep naast ons kabbelen en dalen nu langzaam af naar Loch Nell, het viswater van Oban, honderd voet diep en goed vishoudend. En denken: hoe zijn die diepe meren hier toch ontstaan?
Niemand kan het zeggen, alle deskundigen hebben hun theorieën.
Neem nu ons eigenste Loch Awe, aan de top waarvan Dalmally ligt.
Vroeger deed dit meer zijn water naar zee stromen in zuidwestelijke richting - maar later vond het een uitweg in het noorden en zendt zijn water via Loch Etive naar de oceaan. Hoe ontstond het? Waarom werd de zuidelijke uitgang afgesloten?
Hoe ontstond de noordelijke uitgang - die intussen ruim honderd meter diep is? Dit land zet je voor talloze vraagtekens, die alle wijzen naar de grote Schepper aller dingen.
AI voordat we Oban bereiken zien we plotseling het machtige silhouet van de Ben Cruachan, het bergcomplex boven Dalmally dat heel Argyll symboliseert. Benn is het Keltische woord voor berg en Cruachan betekent zoveel als steenhoop: de berg heeft zeven toppen en wie deze berg beklimt moet in een dag al die zeven toppen doen.
Rijdend langs Loch Awe staat bij de garage onze vriend Eddy. Hij heeft een goede Schotse naam, maar zijn vrienden noemen hem Eddy Max Whisky - reden onbekend. En daar vernemen we, dat Sheila vandaag is overleden, na een langdurig, moeilijk en zeer smartelijk lijden. Gelukkig maar, die is eindelijk in goede handen. We hebben jaren lang met Sheila de zondagsschool gerund maar de school cijferde zichzelf weg en werd overbodig ... Zo worden wij stervelingen een voor een overbodig; nu ja, hier op aarde overbodig.
Onze taak ligt zeker elders. En daar moet het leven nog schoner zijn. Daar is het altijd Sabbath. Een dichteres zong hiervan: als gouden de portalen zijn, hoe moeten dan de zalen zijn?