Van haar wieg tot haar graf (1)
1989-02-17
Bespreking van: Karel van der Toorn, Van haar wieg tot: haar gra1, de rol van de godsdienst in het: leven van de Israëlitische en Babylonische vrouw. Ten Have/Baarn, 152 pag.- Jaargang 33
- nummer 4
ISSN 9025943489, prijs f 19,50
April vorig jaar mocht het lezerspubliek van 'Opbouw' - via een gesprek met Drs. van Kampen - kennismaken met Dr. Karel van der Toorn, op dat moment nog net geen 'hoogleraar in de geschiedenis van de antieke godsdiensten. Inmiddels stonden de ontwikkelingen niet stil: zijn boek 'Van haar wieg tot haar graf' is december 1988 - samen met zijn proefschrift 'Sin and Sanction in Israël and Mesopotamia'- bekroond met de zg. Kluwerprijs.
Deze prijs wordt jaarlijks toegekend voor "een publikatie of een reeks van publikaties van meer dan gewone verdienste" op een door de Stichting Kluwerprijs gekozen vakgebied.
Voorwaarde voor het ontvangen van de prijs is dat de auteur zijn eigen vakgebied toegankelijk maakt voor een ruimere kring. Het ontvangen van deze prijs is een felicitatie meer dan waard: bij deze!
Eén en ander is een goede aanleiding bij 'Van haar wieg tot haar graf' stil te staan.
Een beeldend boek
Met de volgende speelse zinsnede leidt Dr. van der Toorn de lezers tot het onderwerp van z'n boek in: "Over onderwerpen als 'de vrouw' en 'godsdienst' lopen de meningen van oudsher uiteen. Stel die twee onderwerpen samen aan de orde, voeg het woord 'Babylonisch' daarbij, en alle elementen voor een spraakverwarring zijn aanwezig".
Om de lezer te helpen een betrouwbaar standpunt te vormen heeft de schrijver over de rol van de godsdienst in het leven van de oud-Oosterse vrouw een informatief boek willen schrijven. "Bevrijdde of knevelde de godsdienst de vrouw?"
(pag. 7) Een spannende vraag, zeker wanneer we daarmee de Bijbel benaderen. “Geldt de bijbel immers niet voor velen als de bron van alle ellende?" (pag. 9) Op zoek naar de rol van de godsdienst loopt de auteur het leven van de Israëlitische en Babylonische vrouw 'van haar wieg tot haar graf' door. Voortdurend wijst hij op religieuze momenten en gebruiken uit het leven van het meisje en de vrouw. Het boek wordt afgesloten met een slotbeschouwing.
Kenmerkend voor het boek is de nadruk op de rol van de godsdienst in het leven van alledag. De schrijver maakt een onderscheid tussen 'de officiële godsdienst' - zoals het geloof in de HEERE, de schrijver spreekt van 'Jahwisme' - en de zogenaamde 'volksreligie' . Voor de laatste was in het leven van de oudoosterse vrouw een veel grotere plaats weggelegd dan voor de eerste.
Immers: "Zoals de roomskatholieke leer van nu weinig inzicht verschaft in de godsdienstige beleving van de Spaanse dorpsvrouw, zo is de officiële theologie van Israël of Mesopotamië niet representatief voor de beleving van de Israëlitische of Mesopotamische vrouw." (pag. 34) Het is duidelijk dat deze aanpak een beperking met zich meebrengt.
"Een historische studie naar de godsdienstige beleving van de vrouw in het 'Jahwisme' of het jodendom zal daarom andere resultaten te zien geven dan die welke in dit boek naar voren komen", zegt de auteur aan het eind van zijn boek (pag 138).
Al met al is het een ontzettend interessant boek geworden. De 130 pagina's tekst bieden een knap en sprekend overzicht van de religieuze denk- en belevingswereld van de oud-oosterse vrouw. De aandacht voor. het alledaagse brengt aspekten naar voren, die je anders maar al te gauw over het hoofd ziet.
Heeft u bijvoorbeeld ooit van de huiskultus gehoord? Wie kennis genomen .heett van het zendingswerk in Zuid-Afrika weet misschien waaraan gedacht moet worden. Te denken valt aan rituele handelingen rond de dagelijkse maaltijd, het vereren en verzorgen van de vooroudergeesten en de voortdurende zorg om rein te blijven. Levendig, helder en getuigend van kennis van zaken zet Dr. van der Toorn op een rijtje wat we ons hierbij allemaal voor mogen stellen.
Door het blikveld van de schrijver krijg je ook oog' voor het magische denken, de angst voor demonen en het veelgodendom uit de oudtestamentische tijd. Heel boeiend zijn de passages over het afleggen en inlossen van de geloften en de (sakrale) prostitutie. Ik doe maar een greep uit het vele dat geboden wordt. Voeg daaraan toe de verrassende exegeses van Schriftplaatsen en de sprekende teksten uit het land tussen de rivieren, Mesopotamië en het zal duidelijk zijn, dat dit boek een aanschaf meer dan waard is.
Het is inderdaad een hele prestatie om een dergelijk breed terrein van onderzoek voor velen toegankelijk te maken.
Wel trof me een bepaalde onduidelijkheid in de opzet. Zo vroeg ik me herhaaldelijk af: over de rol van welke godsdienst gaat het eigenlijk?
Over de rol van de officiële of over de rol van de volksreligie? De auteur wil op zoek gaan naar de rol van de - niet kanonieke - volksreligie.
Via het Oude Testament probeert hij tot de religie van de doorsnee vrouw door te dringen. Dat kán ook niet anders. Buiten het Oude Testament zijn er voor de bestudering van 'de godsdienst van Israël' vrijwel geen bronnen. Desondanks wordt aan 'de dienst voor de HEERE' menig woordje gewijd. Enerzijds gebruikt de auteur - overeenkomstig zijn bedoeling - het Oude Testament dus om zich een beeld te vormen van een geloofsbeleving die nfet 'oudtestamentisch' is. Anderzijds komt het veelvuldig voor dat de auteur de rol van de godsdienst in het leven van de Israëlitische vrouw onderzoekt middels een direkte behandeling van 'het Jahwisme', via een rechtstreeks beroep op het Oude Testament. Dit werkt wat verwarrend.
Daarbij komt dat de auteur ten aanzien van de 'officiële' religie - waaronder 'het Jahwisme' konkludeert, dat het een rolbevestigende en op de mannelijke beleving geënte religie was. Zonder degelijke behandeling van 'de rol van het Jahwisme in het leven van de Israëlitische' lijkt deze konklusie me wat voorbarig, Hoe dan ook, het gevolg van deze wat onduidelijke opzet is wel, dat ook voor hen die geïnteresseerd zijn in de rol van het geloof in de HEERE in het leven van de aan Hem getrouw Israëlitische, genoeg te halen valt. Naast deze kritische kanttekening bij de opzet van 'Van haar wieg tot haar graf' meen ik ook enkele serieuze vraagtekens te moeten zetten. Meer dan eens heeft de auteur me niet kunnen overtuigen van zijn aanpak en de door hem getrokken konklusies. Een paar vraagtekens wil ik - dit en een volgend artikel - naar voren brengen.
Een dubbelrol?
Het eerste vraagteken zou ik willen plaatsen bij hetgeen toch wel de belangrijkste konklusie van het boek is. Dr. van der Toorn meent dat de godsdienst een dubbelrol in het leven van de vrouw speelde. Religie kon zowel ter verdediging als tot verandering van de bestaande maatschappelijke orde aangewend worden. Het hangt er maar van af over welke religie we spreken, over de officiële religie of over de volksreligie!
In de officiële religie immers maakten mannen de dienst uit. Typisch vrouwelijke gevoelens en inbreng kregen binnen de officiële kultus geen kans, hoezeer ze er ook bij betrokken waren. Officiële religie werkte dan ook rolbevestigend. Het gevolg hiervan was dat vrouwen 'ondergronds' gingen in de volksreligie.
Deze werkte roldoorbrekend.
De auteur geeft hierván enige voorbeelden.
Zo had de vrouw in het Oude Oosten minder rechtsbescherming dan de man. Trok zij aan het kortste eind dan kon haar woede en verontwaardiging een uitweg in de (illegale) toverij vinden. Nog een voorbeeld: omdat de officiële feesten 'mannelijk' waren, ontlaadde de vrouw haar emoties in meer op haar emotionele maat gesneden feesten als 'klaagfeesten'. Een laatste voorbeeld: omdat de levensleiding in de officiële religie uitging van de man - priester en profeet - legden vrouwen zich op niet-officiële openbaringsmiddelen toe. Te denken valt aan de necromatie (waarzegging, door het oproepen van geesten van overledenen), droomopenbaring en profetie.
Nu kan ik als leek niet over Mesopotamië oordelen. Voor Israël echter lijken de argumenten me niet steekhoudend.
Was 'het Jahwisme' echt zo 'vrouwvijandig'? laat ik op één van de bovengenoemde voorbeelden 'wat dieper ingaan. We zagen de auteur het Pascha als een mannelijk feest typeren. Immers onderstreepte dit nationale feest de onafhankelijkheid van Israël. "Zou dit, mannen niet meer hebben aangesproken dan vrouwen?" lezen we op pag. 110. Los van de vraag of hier niet al te sterk vanuit een konkurrentie-model wordt geredeneerd meen ik dat de argumentatie toch wel heel subjektief is en niet op exegese berust. Voor hetzelfde geld immers kan gezegd worden: juist vrouwen hadden belang bij 'Bevrijdingsdag'!
Verder blijkt uit het Oude Testament dat vrouwen wel degelijk op hun eigen manier bij het vieren van de Uittocht betrokken waren.
Vertelt Ex. 15:20 niet van Mirjam, de profetes, die met de tamboerijn in haar hand rondgaat, "en alle vrouwen gingen achter haar aan met tamboerijnen en in reidansen"? Zo zullen vrouwen het Pascha wel vaker gevierd hebben, dunkt me. De auteur vermeldt dit gegeven echter niet. Bovendien gaat de auteur eraan voorbij dat Pascha officieel ook in de huiselijke kring gevierd werd. Dat ook vrouwen hierbij en belangrijke rol speelden ligt voor de hand. Het officiële en het alledaagse vormen dan twee handen op één bulk. Dit voorbeeld heeft dus geen bewijskracht voor zijn stelling. Ook tegen de andere voorbeelden van de auteur vallen wat betreft Israël zwaarwegende bezwaren in te brengen.
Van de noodzaak voor de vrouw om in de volksreligie te vluchten als tegenwicht tegen het mannelijke Jahwisme heeft de auteur me dus in het geheel niet kunnen overtuigen.
Wordt vervolgd.