De 'Vereniging' van 1892
1992-08-14
Zo kwam het in 1892tot een eenheid, waarbij 300 predikanten uit de Christelijke Gereformeerde kerken en 120 predikanten uit de Nederduitse Gereformeerde kerken samen de verenigde kerken gingen dienen. Er waren wel over en weer irritaties, vooral wat de opleiding in de verenigde kerken betreft, maar ze overheersten niet, daarvoor hadden zij te veel gemeenschappelijks.- Jaargang 36
- nummer 17
Toch zou het verschilpunt van de opleiding nog veel zorg geven. Immers de kerken van de afscheiding hadden hun eigen Theologische School in Kampen, door de Nederduitse Gereformeerde kerken was de predikantsopleiding ondergebracht bij de Vrije Universiteit te Amsterdam. Overeengekomen werd dat het thans bestaande voorlopig van kracht zou blijven. Jarenlang heeft dit in de verenigde kerken veel spanning veroorzaakt.
Het gedachtegoed uit beide "bloedgroepen" bleef binnen de Gereformeerde Kerken voortleven.
Het was een erfenis uit het verleden, waaruit elementen tot op de dag van vandaag herkenbaar en bruikbaar zijn.
In de veertiger jaren van deze eeuw zou echter nogmaals een (kerkelijke) rekening van dit onverwerkte verleden worden gepresenteerd. Aan de herdenking van de vereniging van 1892 is onlosmakelijk een andere herdenking verbonden, want onze Christelijke Gereformeerde broeders en zusters van nu zullen dit jaar herdenken dat zij sinds 1892 een andere weg zijn gegaan.
Immers op de Synode van de Christelijke Gereformeerde kerken, die in 1892 het besluit nam om te verenigen met de Nederduitse Gereformeerde kerken, lag een bezwaarschrift van vier predikanten en 701 gemeenteleden, die een beroep deden op de synode om niet tot vereniging over te gaan.
Toch werd in dit bezwaarschrift niet gesproken om nooit tot vereniging over te gaan, de bezwaren golden tegen dit tijdstip en tegen deze voorwaarden.In de vergadering van 9 juni 1892 werden deze bezwaren afgewezen en besloot de synode om de weg van vereniging verder op te gaan. Op dat moment scheidden de wegen, de bezwaarde broeders en zusters gingen niet verder mee en zo werden in de loop der jaren de Chr. Gereformeerde kerken gevormd, zoals wij die nu kennen.
De voortgang der geschiedenis heeft in deze 100 jaar zowel binnen de Gereformeerde kerken als binnen de Christelijke Gereformeerde kerken een geheel ander verloop gekregen, dan menigeen in 1892 voor ogen stond.
De Here vergadert zich een volk van het begin der wereld tot het einde, maar in de geschiedenis van dit vergaderen spelen menselijke factoren een rol, mensen met hun tekortkomingen, fouten en gebreken. Mensen gaan en komen, "grote" figuren treden op de voorgrond, na een aantal jaren zijn ze vergeten. Kerkgeschiedenis is een dynamisch gebeuren door alle eeuwen heen. Wij, die leven aan het einde van de 20e eeuw staan in een heel andere situatie dan de mensen aan het eind van de 1ge eeuw. In dat gebeuren zijn wij opgenomen, uiterlijke kracht en een invloedrijke positie zijn in deze tijd voor de kerken niet weggelegd. In de bedeling van Pinksteren tot de jongste dag, zal alles wat historisch is gegroeid het karakter van 'voorlopig' hebben.
Maar wat blijft is het woord van de Schrift, dat wij moeten volharden bij de onderwijzing van de apostelen, bij de gemeenschap onder de broeders, bij de breking van het brood en bij de gebeden, om zo, in deze weg de Here te dienen en Hem te prijzen.
Want door zó te zijn en te doen hebben wij de belofte dat er vrees komt over alle ziel, geraakt de kerk tegelijk in gunst van heel het volk en voegt de Here steeds toe tot de kring van hen die behouden worden (Hand. 2 : 42-47).
Dit is een gedeelte vet: een artikel, dat C. Camfferman, ouderling in de Ned. Geref. Kerk te Zaandam, schreef in het 'CONTACTBLAD', orgaan ten dienste van genoemde kerk. Wij blijven dankbaar voor het wonder van de negentiende eeuw toen twee kerken zich met elkaal verenigden op een deugdelijke basis. Die basis geldt ook vandaag nog voor elke vorm van samengaan in kerkelijk verband.
We zullen voorts moeten erkennen, dat de chr. gereformeerden iets hebben, dat in onze kringen in de loop der tijden is ondergesneeuwd. De prediking is vaak blijven hangen in een verstandelijke sfeer en in het beamen van confessionele waarheden terwijl de geloofservaring buiten de deur werd gehouden. Aan de andere kant hebben de chr. gereformeerden de opleving van de dertiger jaren binnen de gereformeerde kerken gemist toen mensen als K. Schilder, B. Holwerda, C. Veenhof, E.Th. van den Bom, M.B. van 't Veer, A. Janse, S.G. de Graaf e.a. ons hebben laten zien hoe indrukwekkend rijk het Verbond is, dat God met zijn volk is aangegaan. Zij hebben ons geleerd restloos terug te vallen op de vaste beloften van God. God is met ons begonnen. Hij zal zijn werk ook voor ons en in ons voleindigen.
Het is een goede zaak, dat juist deze dingen weer aan de orde zijn gesteld in de ontmoeting met elkaar. Wat onze broeder uit Zaandam schrijft is waar: "Kerkgeschiedenis is een dynamisch gebeuren door alle eeuwen heen". Dat geeft ons moed om verder te gaan op het pad van de ware oekumene. De HERE sterke ons allen in het zwakke pogen om broeders en zusters van hetzelfde Huis weer bij elkaar te brengen, opdat zij samen mogen optrekken tot lof van God!