Goed bezoek
1992-08-28
Ik noemde haar 'Oma-Glimlach '. Haar kwabbige, uitgezakte lichaam was traag op de benen. Haar grove gezicht zo lelijk als de nacht. De kin beplant met dikke wratten, die op hun beurt begroeid waren met haren. Verder was ze stok- en stokdoof. En oud. Maar haar glimach was eindeloos. En als ze zat te zingen in de kerk kon ik vanaf mijn hoge zitplaats de ogen bijna niet van haar afhouden. Waarschijnlijk was haar zang niet om aan te horen. Maar daar moet de Here anders over gedacht hebben.- Jaargang 36
- nummer 18
Ze was getrouwd. En wel met een miezerig mannetje met een grote bek.
Hij kankerde en schold. Tegen de regering, tegen de maatschappij, tegen de kapitalisten. Maar vooral tegen God, het geloof, de kerk en zijn ouwetje. Meermalen had ik geprobeerd een redelijk gesprek met hem op touw te zetten, maar dat was boter aan de galg gesmeerd. De derde huisgenoot was een oud vies hondje, met een schurftige vacht, met kale plekken en half blinde ogen. Het beestje lag altijd vlak naast haar stoel. Zij hoefde haar vlezige hand maar te laten zakken, en ze aaide haar vriendje.
Op een dag kwamen wij bij haar op huisbezoek. Onervaren als ik was, liet ik de leiding van het gesprek graag over aan de ouderling. Oma Glimlach had zich gewapend met een - op een " His-Masters-Voice-Speaker lijkend hoorapparaat.
Onze mini-toetertjes waren nog niet uitgevonden. Zij plantte de steel van de koekenpan in haar beste oor en het gesprek kon beginnen. Het werd van twee kanten ingezet waar het hart vol van was. De ouderling begon over de harde, ongelovige echtgenoot. Zij begon over haar hondje.
Het liep ongeveer als volgt:
- ouderling: Wat is het toch een beproeving voor u dat uw man zo ongelovig is.
- oma: (allervriendelijkst knikkend): Hij doet niks hoor!
- ouderling: Geeft de Here u wel de kracht om dat verdriet te dragen?
- oma (stralend): Hij is altijd bij me, altijd!
- ouderling: Dat is heerlijk. Maar we zullen voor uw man bidden hoor. Wie weet mag hij tot inkeer komen.
- oma: Maar als hij doodgaat, neem ik geen nieuwe!
Op dit moment viel, zoals dat heet, een diepe stilte. Onze hersentjes moesten omschakelen. Daar zijn ze niet zo snel in. Onze lachspieren begonnen strijd te voeren met onze ernstspieren.Daarom boog ieder van ons zich even omlaag, en gaf het lieve beest een aai: Hou je taai, ouwe jongen! Dat was taal die oma begreep: ze straalde er over!! We hebben toen haar thee gedronken.En we hebben van haar eigengebakken koekjes gesmuld.O wat lekker!! Dat waren ze ook. Toen las mijn medebroeder één van haar geliefde psalmen.Die kende ze wel uit het hoofd.
En hij ging voor in gebed, ook voor haar man. En na hartelijk uitgewuifd te zijn, stapten we weer op. Wij hadden twee lessen gehad: Ie dat onze goede God de pijn van dit slechte huwelijk al lang en breed van Oma Glimlach weggenomen had. De lastertaal van haar man hoorde ze in de verste verte niet meer. Wat kan zo'n doofheid ook een zegen zijn!!
2e dat je op een huisbezoek ook kunt danken voor een hondje. Wat zou het voor Oma Glimlach erg zijn als haar kameraadje zou wegvallen. Inderdaad: hij was altijd bij haar.
Maar HIJ was ook altijd bij haar. En HIJ zou blijven! We hoefden over dit schaap van de kudde van de Here Jezus niet zoveel zorg te hebben. Ter kerkenraadsvergadering volstonden we met: Goed bezoek, broeders.