Waar twee of drie...

1992-08-28
  • Jaargang 36
  • nummer 18
Christenen in Turkije zijn er niet veel. Misschien 100.000op een bevolking van 60 miljoen. Dat is nauwelijks een evangelische druppel op een islamitische plaat. En dat in de bakermat waar ooit het licht op de kandelaar scheen als in een heldere plaats. Neem Konya. De grote stad in het binnenland stikvol moskeeën ontleent haar bekendheid aan het mausoleum van Mevlana, de moslimmysticus die er de "Orde van de Dansende Derwisjen"
stichtte. Nuances ontgaan je natuurlijk als buitenstaander, maar de stad maakte een deprimerende indruk. Het schijnt er naar het fundamentalisme te neigen. Niet voor niets noemen ze het orthodox-conservatieve Konya "de heilige stad". Steeds meer mensen komen er op bedevaart.
Na de maaltijd waren we op weg gegaan naar het enige kapelletje dat er te vinden was. Tevoren hadden we gebeld. We moesten zoeken bij de citadel, tegenover een moskee, was gezegd. In de tuin naast de kerk stonden achter stoffige heesters twee celletjes. Sophia deed open. Vriendelijk ontving ze ons in het eenvoudige blauwen wit geverfde godshuis, waarvan zij en nog een zuster de verzorgsters waren. Samen vormen ze de orde van "The little Sisters of Jesus", de Kleine Zusters van Jezus.
Even klein als bescheiden was hun orde daar als missiepost gesticht door Charles de Foucault aan het begin van deze eeuw toen de spoorlijn werd aangelegd. Met·z'n tweeën zaten ze daar. Elders in de stad waren nog drie Turks sprekende christenen. Met elkaar vijf dus, dat was alles op een inwonertal van een half miljoen. Mens, waar begin je aan? En toch was de lamp Gods nog niet uitgegaan. De zuster sprak zeer spiritueel in langzaam Frans: "Ons werk hier? Dat is bidden en aanwezig zijn. We houden de kerk open voor wie binnen wil."

Laatst was er een student geweest die ze hielpen met een vertaling. En vaker zijn het vluchtelingen die een beroep op de barmhartigheid doen. Op zo'n plaats kun je alleen maar stil zitten luisteren. Met je Nederlands getheologiseer begin je daar niet zoveel. Aan het eind van de' avond hebben we psalm 134 gezongen, gebeden en samen uit Handelingen 13 en 14 gelezen over Iconium, hoe het daar begonnen is. Paulus en Barnabas hebben er gepredikt en na een jaar zijn ze er weggejaagd. Onbegonnen werk! Mij niet gezien. Maar de twee apostelen zijn teruggekomen om de zielen van de discipelen te versterken zodat ze zouden blijven bij het geloof en weten dat we door veel verdrukkingen heen toch het Koninkrijk binnengaan. AI gaat het om een handjevol en al ontglipt het je als water tussen de vingers, God werkt met een sterke hand die nooit heeft misgetast.

Bij het afscheid zagen we pas goed de drie portretten die in de absis van de kerk hingen, van Paulus, Gods uitverkoren vat, van Timotheus, die er uit de buurt kwam en van Thecla een aanzienlijke vrouw die onder invloed van Paulus' verkondiging de eerste martelares van het christelijk geloof is geweest. We gingen terug door de wirwar van de warme Turkse stad. Mannen met zilveren tanden zaten in een theehuis. Een blinde vrouw bedelde op de hoek.
De massa bestaat uit enkelingen, ook daar, in die stad. In de hal van ons hotel dat .Derçah", samenkomst, heette, genoemd naar de godsdienst van Mevlana, viel ons oog op een stadsplattegrond aan de muur met daarop alle heiligdommen. Toch maar eens kijken waar we nou precies geweest waren. Eens kijken of het er ook op stond. En heel verscholen, haast leunend tegen een met minaretten aangegeven gebouw, was een plekje getekend met daarbij in kleine letters het Turkse woord "kilisi", kerk. Kilisi, diezelfde klank zit ook in het franse "église" en dat komt weer van het Nieuwe Testament waar in het Grieks staat "ekklesia" . Toch zo overgezet, ieder in zijn eigen taal! En meteen dacht ik aan de betekenis van dat geleende woord: er uit geroepen, te voorschijn uit het donker tot Zijn wonderbaar licht. God heeft ze sinds de eerste Pinksterdag overal. Misschien op de ene plaats veel en op de ander weinig. Toch trekt de kerk van land tot land als Zijn gezant. De opdracht is van oord tot oord het Evangeliewoord uit te roepen. Ook daar waar twee of drie in Zijn naam vergaderd zijn, mag gewerkt worden met dat zaadje van het Koninkrijk. Het zaadje dat - met de wind van de Geest mee - groeien gaat.

Dit artikel knipten wij uit het 'HERVORMD WEEKBLAD' en is van de hand van Ds. B.H. Weegink te Steenwijk.
We denken hierbij aan artikel 27 NGB waarin o.a. deze woorden voorkomen: "Deze heilige kerk wordt door God staande gehouden tegen het woeden van de gehele wereld, hoewel zij soms een tijdlang zeer klein is en tot niets schijnt te zijn geworden in de ogen der mensen. ". Wij laten ons vaak betoveren door het grote getal. En ik weet, dat daarvan een enorme aantrekkingskracht kan uitgaan. Maar de Here gaat soms een andere weg. Dan zijn het maar weinigen, die het Woord onderzoeken en volharden in het gebed terwijl ze daarbij tevens op eenvoudige wijze de christelijke naastenliefde gestalte geven. Zo gaat de Heilige Geest zijn eigen weg in deze wereld en we weten, dat het de weg van de totale overwinning is!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief