Maria, de profetes

1989-03-17
  • Jaargang 33
  • nummer 6
Maria dan nam een pond echte, kostbare nardusmirre, en zij zalfde de voeten van Jezus en droogde zijn voeten af met haar haren ...

Johannes 11:55-12:3

“Uit de sfeer van haat en intrige brengt de zalving te Bethanië ons midden in de liefde” (E.L. Smelik).
Hoe groot de liefde van Maria voor Jezus is, kunnen we lezen in alle verklaringen van de Bijbel, maar niet in de bijbel zelf! Deze zwijgt hierover in alle talen.
Haat en intrige vormden inderdaad de sfeer binnen het sanhedrin (zie 11:46-57). Maar haat en intrige heersten ook tijdens de maaltijd in Bethanië.
Sommigen spraken verontwaardigd tot elkaar: Waartoe dient die verkwisting der mirre (Marcus 14:4).
Toen de discipelen dit zagen, waren zij verontwaardigd en zeiden: Waartoe die verkwisting? (Matteüs 26:8).
Judas Iskariot, één van zijn discipelen, die Hem verraden zou, zeide: Waarom is deze mirre niet voor driehonderd schellingen verkocht en aan de armen gegeven? (Johannes 12:4v.) .
Het vierde evangelie zet dus de puntjes op de i. Bovendien: "Maar dit zeide hij niet, omdat hij zich om de armen bekommerde, maar omdat hij een dief was en als beheerder der kas de inkomsten wegnam".

Vele verklaarders zien in 11:55-57 niet meer dan een overgang van hoofdstuk 11 naar hoofdstuk 12. In werkelijkheid werpen deze verzen een fel licht op de daad van Maria.
Hier blijkt namelijk uit, dat de geestelijke politie om opsporing en aanhouding had verzocht van Jezus van Nazaret. Diens laatste uur had geslagen.
En dat was (a) officieel meegedeeld, en (b) algemeen bekend.
Betanië lag vlakbij Jeruzalem. En Maria kon dus wel nagaan dat het menens werd: het was gebeurd met de Herder!

Marcus vertelt: "zij brak de albasten kruik en goot de mirre over zijn hoofd" (14:3, Matteüs 26:7). Het gaat om echte nardus en die was peperduur. Als maat wordt genoemd een 'litra', dat is ruim driehonderd gram, een shampooflesje vol dus .
En als prijs wordt genoemd: driehonderd schellingen. Een schelling staat voor een dagloon (Matteüs 20:2). Driehonderd schellingen vertegenwoordigen dus een jaarloon.
En dat wordt hier maar eventjes in een paar seconden weggegooid. Van zulke echte nardus werden bij hoge gasten een paar druppels op het hoofd gesprenkeld, als bewijs van hoogachting en liefde. Dan rook alles en iedereen ernaar. Dit doet Maria volgens Marcus en Matteüs.
Maar volgens Johannes goot Maria de rest van de kostbare nardus over Jezus' voeten uit. Zij zalfde zijn voeten - zoals men zich voor een wedstrijd of na een bad inwrijft, of zoals men een dode inwrijft voor zijn begrafenis. Maria weet inderdaad dat Jezus' laatste uur heeft geslagen en zij balsemt Hem alvast voor zijn begrafenis.
Men heeft wel eens de mogelijkheid geopperd, dat deze nardus was overgebleven uit de voorraad voor de begrafenis van Lazarus. Misschien wijzen bepaalde woorden in deze richting: ze 'nam' (vers 3) uit de bestaande voorraad? waarom is de mirre niet 'verkocht' (vers 5) ze is nu toch niet meer nodig? Maria heeft de nardus 'bewaard' (vers 7).
In elk geval staat wat Maria doet in verband met de opwekking door Jezus van Lazarus. De man wordt vier keer genoemd in dit gedeelte: (vers 1) Betanië, waar Lazarus was, die Jezus uit de doden had opgewekt; (vers 2) Lazarus was één van hen die met Jezus aan tafel waren.
(vers 9) de Joden kwamen ook opdat zij Lazarus zouden zien, die Hij uit de doden had opgewekt; (vers 10) de overpriesters beraadslaagden om ook Lazarus te doden, daar vele der Joden ter wille van hém kwamen en in Jezus geloofden.
Maria heeft haar broer terug, maar zij raakt haar Heer kwijt. Ja, de levendmaking van Lazarus heeft zij te danken aan de dood van Jezus. En dit symboliseert Maria door Jezus' voeten te balsemen met nardus de nardus van één die uit de doden is teruggekeerd, de voeten van één die door de dood heen zal gaan.
Maria droogt Jezus' voeten af met haar haren, en de geur van de mirre verspreidt zich door het gehele huis.
Hier zingt iets in van: "Jezus, leven van ons leven, Jezus, dood van onze dood ... "

We noteren dat vers 6 een opmerking tussen haakjes is, een kommentariërende zin van de schrijver: "Maar dit zeide Judas niet, omdat hij zich om de armen bekommerde, maar omdat hij een dief was en als beheerder der kas de inkomsten wegnam". Met andere woorden: het verháál van vers 5 gaat gewoon door met vers 7. Als volgt: Judas zeide: Waarom is deze mirre niet voor driehonderd schellingen verkocht en aan de armen gegeven?
Jezus dan zeide: Laat haar begaan en het bewaren voor de dag mijner beqrafenis. Letterlijk vertaald: Laat haar! Opdat ze het voor de dag van mijn begrafenis zou bewaren.
Bij Marcus en Matteüs wordt gevraagd: Waartoe dient deze verkwisting?
Maar bij Johannes stelt Judas rechtstreeks de vraag: "Waarom niet verkocht?", en geeft Jezus rechtstreeks het antwoord: "Opdat ze het zou bewaren voorde dag van mijn begrafenis". En zover is het nu! Nu profeteert Maria metterdaad Jezus' dood en begrafenis!
In het sanhedrin heerste een sfeer van intrige en haat. Toch was er iemand die profeteerde dat Jezus zou sterven voor het volk, en niet alleen voor het volk, maar ook om de verstrooide kinderen Gods bijeen te vergaderen.
In de kring der discipelen heerste een sfeer van intrige en haat. Toch was er iemand die profeteerde dat Jezus zou sterven voor het volk, en niet alleen voor het volk, maar ook om de verstrooide kinderen Gods bijeen te vergaderen: de geur van de mirre verspreidde zich door het gehele huis!
De profeet in het sanhedrin was de laatste die wij verwacht zouden hebben: de hogepriester van dat gedenkwaardige jaar, Kajafas.
De profeet, in de discipelen kring was de allerlaatste, die wij verwacht zouden hebben: een vrouw, Maria. Niet de man die uit de doden was teruggekeerd, maar zijn zuster-die begréép... Een kleine eeuwna deze gebeurtenis schreef Ignatius aan de gemeente te Efeze:

Daarom ontving de Heer zalf op zijn hoofd, opdat Hij de geur van de onvergankelijkheid in de kerk kon verspreiden...het leven dat ons wacht.


OPSTANDING - 2-

Maar nu
het is voorjaar
wijd open gaan de ramen
zonlicht golft naar binnen
mildheid streelt je gezicht
blauwe lucht
witte wolken
kwierelende leeuweriken
geel en wit en rood
tussen het groene gras
leven
er is leven
wereld
er is een andere wereld
vrede
onder de mensen
waar God van houdt
en daar staat Jezus
iemand die op ons lijkt
in een lange jas
met een riem van goud om
met lichtend haar
vurige ogen
stralende voeten
een schallende stem
sterren zijn in zijn hand
een zwaard komt uit zijn mond
zijn gezicht straalt fel als de zon
Hij
legt zijn hand op mij
wees niet bang ,
Ik
ben dood geweest
maar nu leef Ik voor altijd
en Ik
heb de sleutels van de dood.
(bij 1 Korintiërs 15:19)
OPSTANDING -3-

Zullen we elkaar herkennen
op de nieuwe aarde
natuurlijk zullen we dat
wat zal Ik blij zijn
als ik je daar terugzie,
beste broeder Nicolai
uit het West in Bultenpost
lieve zuster Pompert
uit de Prins Hendrikstraat in Krommenie
jullie zullen er allemaal zijn
mijn broeders en zusters
op de grote dag van Jezus

zullen we elkaar herkennen
op de nieuwe aarde

natuurlijk zullen we dat niet
we zullen onherkenbaar zijn
als we elkaar terugzien
beste broeder Nicolai
met een gezonde volwassen geest
lieve zuster Pompert
met een mooi gaaf lichaam
wat zullen we anders zijn
een schare die niemand kan tellen
we zullen op Jezus lijken!

(bij 1 Tessalonicenzen 2:19)


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief