Dichter bij elkaar of verder uiteen? (3)

1989-03-31
  • Jaargang 33
  • nummer 7
Afscheid van de gereformeerde belijdenis?
"Ik ben er inderdaad van overtuigd dat de 'basis', waarop de Ned. Geref. Kerken metterdaad staan in het afscheid van de confessionele uitspraken van de synoden van Amersfoort-West en Hoogeveen een samengaan onmogelijk maken", aldus Prof. J. Kamphuis aan het slot van zijn artikelen over het contactorgaan van de gereformeerde gezindte.
Moeten we dan alle hoop laten varen?
Neen, want J.K. vervolgt: Maar dat betekent niet, dat er geen perspectief op hereniging zou zijn. Dat is er - gelukkig - wel degelijk met hen die confessioneel-gereformeerd willen zijn.
Laat ons zien welke weg hier wordt gewezen.
In zijn artikelen geeft Prof. K. eerst een keurig overzicht van de geschiedenis van het contactorgaan met vermelding van de statuten.
Grote moeite heeft de schrijver met art. 2 waarin o.a. wordt gezegd dat de deelnemende kerken of groeperingen elkaar aanspreken op basis van Gods Woord en de drie formulieren van enigheid.
Heb ik de professor goed begrepen dan acht hij het niet mogelijk de Geref. Kerken (syn.) en onze kerken op deze basis aan te spreken.
Eerst komen de Geref. kerken (syn.) aan bod en met de stukken wordt aangetoond dat zij op een zeer wezenlijk punt officieel hebben gekozen tegen de gereformeerde belijdenis.
Het 'klopt' allemaal volgens het boekje.
Vervolgens komen onze kerken aan de beurt. Erkend wordt dat er nog vele gereformeerde belijders in onze kerken zijn, zoals zou blijken uit de grote verontrusting over 'vreemde leringen', die onder ons gepropageerd worden.
Het hart, aldus Prof. K. moet blijven trekken tot hen die de waarheid van de Schrift en de belijdenis van harte liefhebben. Wanneer het hart trekt willen we gaarne luisteren.

Belijdenis
Bij de bezwaren die de schrijver tegen ons heeft valt iets op. In de vorige artikelen heb jk aandacht besteed aan de zaak die in de scheuring in 1967/68 centraal stond: het zg. naspreken van de belijdenis inzake kerk en vrijmaking. In zijn 'Verantwoording van een keus A.D. 1967' lezen we op pg. 13/16 de brief die Prof. J.K. op 5 dec. 1966 schreef aan de kerkeraad van Kampen met een aanklacht tegen één van de predikanten, die de bekende Open Brief had ondertekend. In deze brief werd door de ondertekenaars weersproken en geloochend dat over de Geref. kerken van na de vrijmaking zou kunnen en mogen worden gesproken naar de artt. 28 en 29 van de Ned. Gel. Bel. als over de ware kerk, waar ieder schuldig is zich bij te voegen, aldus J.K. Duidelijk is volgens de schrijver dat de gemeente van de weg van de vrijmaking wordt afgeleid, en, want Christus ging en gaat ons voor op deze weg, achter Christus vandaan getrokken.
Vervolgens valt dan een beschuldiging aan het adres van de ondertekenaars die we nu maar niet vermelden.
Er wordt in deze brief wel gesproken over verkrachting van de belijdenis, maar dat slaat op de artt. 28/29 van de ware K. het is daarom op zijn minst merkwaardig dat wanneer J.K.
zijn grieven tegen ons gaat opsommen, hij deze ernstige grief die tot zulke zware beschuldigingen heeft geleid, niet noemt. De aanklacht is nu dat wij afscheid hebben genomen van de belijdenis. In dezelfde geest sprak men in Z. Afrika en elders en dat is wel te begrijpen, omdat de broeders nergens ter wereld steun krijgen voor hun leer over kerk en vrijmaking. Geen woord dus over de kern van het conflict.

Kerkorde
Het is volgens J.K. niet mogelijk in onze kerken een appèl te doen op basis van de belijdenis, want wij hebben de gereformeerde kerkorde vervangen door een accoord van kerkelijk samenleven, dat niet eens door alle kerken is aanvaard.
Bij zijn kritiek op het accoord beroept de schrijver zich op een commentaar van Prof. Dr. D. Deddens die in ons accoord het klassiekgereformeerde ondertekeningsformulier niet vermeld vond.
Prof. K. had goed gedaan door ook te luisteren naar Prof. Dr. W. van 't Spijker, die een veel billijker beoordeling gaf en schreef dat er geen twijfel over kan bestaan dat we hier te maken hebben met een kerkorde in gereformeerde zin. In zijn bespreking in het Reform. Dagblad verwees hij daarbij naar de verklaring die aan het accoord voorafgaat, waarin o.a. staat: "Zij verklaren in dat belijden van de Waarheid van de Heilige Schrift, zoals in de formulieren van de Oude christelijke kerk en in de drie formulieren van Enigheid is uitgedrukt, haar eenheid en grond voor haar samengaan te vinden".
Deze verklaring is destijds met algemene stemmen aangenomen. Wat het ondertekeningsformulier betreft kan ik Prof. K. gerust stellen. Na 1967 heb ik vier kerken gediend en in alle regionale vergaderingen dit formulier getekend.
Voor zover mij bekend gebeurt dit in alle regio's. Dit antwoord zal onze opponent niet bevredigen.
In het voorbijgaan wijst hij er op dat onderscheiden ambtsdragers onder ons de belijdenis openlijk hebben weersproken, maar het voornaamste is toch wel dat wij ons niet onderwerpen aan confessionele uitspraken van de synoden van Amersfoort-West en Hoogeveen.
Het gaat dus niet alleen om een binding aan de belijdenis, maar ook aan een aantal synode-uitspraken over die belijdenis, ons al dan niet bekend.
Het gaat er op lijken dat men nergens kerkelijk zo synodaal gebonden is als in de vrijgemaakte kerken.
Van de synode-besluiten noemt Prof. K. de uitspraken inzake het 'van stonde aan' in Zondag 22, over de Wet des Heren en, gelijk te verwachten was, over de Open Brief waarin de inhoud en het katholiek karakter van de gereformeerde belijdenis in twijfel wordt getrokken.

Confessioneel Gereformeerd - maar hoe?
Hier is een belangrijke zaak aan de orde, die niet alleen onze 'verhouding tot de vrijgemaakte kerken raakt, maar allen die zich in ons land tot de gereformeerde belijders rekenen. Ook onze hervormde gereformeerde broeders en zusters, die deze strijd niet hebben ondergaan als wij, zullen deze zaak onder de ogen moeten zien.
De lezers weten dat ik behoor tot hen die confessioneel-gereformeerd willen zijn en herhaalde malen heb ik gezegd en geschreven dat ambtsdraqers, die het bekende formulier ondertekend hebben, dienovereenkomstig moeten handelen en niet publiek kritiek op het belijden moeten uitoefenen. Het heeft mij er niet van weerhouden de broeders, die van vrijgemaakte zijde tot in verre landen werden aangeklaagd, in bescherming te nemen, zover dit mogelijk was.
Onze kerken zullen, nu ons bij herhaling vragen bereiken van zusterkerken deze zaak ernstig moeten nemen.
Maar één ding staat daarbij voor mij vast: Het moet niet op de wijze van de synoden van Amersfoort en Hoogeveen.
Laat ik één van de door Prof. K. genoemde confessionele uitspraken als 'voorbeeld' nemen.
In het jaar 1966 ondertekende een aantal broeders een brief aan de gemeente in Groningen-Zuid, die in grote moeite en vereenzaming was geraakt, nadat hun predikant was geschorst en afgezet omdat hij in privé-kring een samenspreking met leden van de Geref. Kerk (syn.) had gehouden. Eén en ander had grote deining in de kerken gegeven, vooral na het conflict op de synode van Rotterdam-Delfshaven.
In de Open Brief werd aan het slot o.a. gezegd dat ieder zich afvraagt of het historisch fundament van de Geref. Kerken ook samenvalt met het fundament van de heilige, algemene christelijke Kerk.
Het was dr. C. Trimp die in deze zinsnede een algemene problematisering van het gereformeerd belijden hoorde. Anderen volgden; de synode van Amersfoort-West sprak in gelijke zin en Prof. K. houdt het ons voor als confessionele uitspraak.
Waarin de ondertekenaars van de O.B. ook mochten verschillen, zij wierpen de beschuldiging van dr. Trimp c.s. verre van zich en stelden dat zij de belijdenis van harte aanvaardden.
In een authentieke nadere verklaring wordt gesteld: "Deze geconstateerde vraagstelling stelt ook het katholiek of algemeen karakter van de gereformeerde belijdenis niet disputabel. Want deze vraagstelling ontkent niet, dat het Gereformeerd belijden als Schriftuurlijk belijden geldend heeft te zijn voor alle gelovigen en kerken, maar vraagt alleen of waar men minder of op enig punt anders belijdt dan de Geref. Kerken, men al dan niet tot de enige, heilige katholieke Christelijke kerk behoort. Binnen deze vraagstelling houdt men het algemeen karakter van het gereformeerd belijden vast om er kerken, die minder of op enig punt anders belijden, maar die toch kerken zijn te achten, mee te dienen, opdat zij ook de volheid en zuiverheid van het gereformeerd belijden naar de Schriften mogen ontvangen".
Dit is klare taal en in je onnozelheid denk je: gelukkig de broeders hebben zich misschien wat ongelukkig uitgedrukt, maar ze stellen de belijdenis niet in twijfel!
Maar men heeft niet willen luisteren.
De synode van Amersfoort-West heeft haar uitspraak gedaan zonder de betrokken broeders ook maar te horen en velde zodoende een oordeel en dan nog wel in een zaak die door de kerken niet was voorgelegd.
De synode stelde de waarheid in de O.B. vast en was blijkbaar weer met profetisch gezag bekleed.
Daarbij handhaafde men de belijdenis op een wijze die totaal in strijd is met de 'religie' van de belijdenis inzake de tucht in Christus' kerk.
Wanneer het aanvaarden van deze handeling van de synode als confessionele uitspraak de enige weg is naar hereniging en onze instemming met de belijdenis niet voldoende is, krijgen we met een merkwaardige binding te doen.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat heel wat predikanten, die de strijd om de vrijmaking hebben meegemaakt, neen zeiden tegen deze binding aan Amersfoort en de ondertekenaars niet veroordeelden, ook al moesten zij niets hebben van de inhoud van de Open Brief.
De ruimte ontbreekt me om in te gaan op de andere confessionele uitspraken door Prof. K. genoemd.
Laat ik mogen besluiten met een citaat van een man, die dagelijks te maken heeft met de moeiten van het streven naar eenheid van kerken, kardinaal J. Willebrands: "Zuivering van ons geheugen en ons geweten, verzoening door gezamenlijke studie over elkaar en erkenning van het wederzijds aangedane leed ... in de oecumenische dialoog zien de partners zichzelf in het 'tegenlicht' van de ander. Dat geeft een diepte die men niet met zichzelf alleen kan vinden. De echte dialoog is daar waar men zichzelf wil geven".
Dichter bij elkaar?


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief