Pastorale notitie
1989-03-31
Kort nadat we in de paradijselijke Hokianga waren neergestreken ontvingen we bezoek uit de kring van de A.O.G., De Assembly Of God, een pinkstergemeente waarvan we de massale tempels (4 à 5000 zitplaatsen) in Canada gezien hadden. Hier aan de Hokianga hadden ze een groepje van 50 zielen.- Jaargang 33
- nummer 7
Het was lan, een kleine boer, die ons opzocht, terwijl we op de rand van het zwembad in de tuin met de benen in het water bungelden. lans vraag was kort en goed: "Gerald wil/ you share the belief with us"?: wil je het geloof met ons delen?
Een paar dagen later werden we opgehaald. lan bracht ons naar een huisje aan het water. Aanwezig waren 12 volwassenen, van wie de helft Maori's en een paar kinderen (die op de vloer speelden). De samenkomst begon met lofprijzing: iedereen stond, handen omhoog.
Mijn vrouwen ik zaten. Een golf van blijdschap stroomde het kamertje binnen. Bij sommigen stroomden ook de tranen. Na ongeveer 7 minuten ging het zingen over in bidden.
Allen baden door elkaar. Alleen het gebed van een oude Maori-moeder konden we heel goed volgen. Ze dankte de Here dat er een dienaar uit een ver land gekomen was en ze bad om een zegen over wat hij zeggen ging. Na het gebed werd alles heel stil en lan vroeg of ik wilde spreken.
Ik deed toen het volgende voorstel: "Als ik nu ga vertellen op welke wijze wij proberen gemeente van de Heer te zijn in het verre Holland, zullen we elkaar misschien niet nader komen. Maar als ik jullie nu eens ging vertellen welke boodschap ik gebracht heb op de zondag waarop ik mijn dienst in de gemeente neerlegde - een samenvatting van alles wat ik in 35 jaar gepredikt heb - dan kunnen jullie misschien zeggen of je jezelf hierin herkent, ja of neen." Dat vonden ze best. Dus heb ik toen over 1 Kor. 2:2 gepreekt: Ik had besloten niets te weten onder u dan Jezus Christus en die gekruisigd". Ik realiseerde me heel goed, dat ook dit nog een heel waagstuk was, want woordverkondiging wordt bij hen overschaduwd door getuigenis. Bovendien beheerste de verkondiger hun taal niet zo goed. Tenslotte ging de preek er over dat we ellendige arme zondaren zijn en dat Gods brandende toorn over ons gaat en dat we als goddelozen gerechtvaardigd worden door het bloed van het kruis.
Alleen door het bloed! En dat van daaruit de weg naar de Geest en de heiliging door de Geest ontsloten wordt. En dat zijn punten die mensen van de doperse geestes-stroming bepaald niet liggen (zie daarover W. van 't Spijker, 'GEREFORMEERDEN EN DOPERS' blz. 66-80). Dus luisterden ze aanvankelijk zwijgend, doodstil. Ze kregen kennelijk het één en ander te verwerken.
Maar naarmate ik het eind van mijn preek naderde: de heiliging tot gelijkvormigheid aan het beeld van Christus, werden ze roeriger. En toen ik tenslotte na een uur spreken (dat was wat!) sloot, brak er een Hallelujah los (misschien ook een beetje omdat het verlossende 'amen' eindelijk geklonken had?) Ze riepen in koor: "Hallelujah, het is dezelfde Heer. Het is dezelfde Geest. Er zijn verschillende gaven, maar het is dezelfde Geest!" Misschien vonden ze hun eigen gaven mooier, maar ze waren oprecht blij.
Ze grepen weer naar hun muziekinstrumenten en begonnen te spelen en (uiteraard staande) te zingen.
Ik moet zeggen: dat was toch één van de fijnste vakantiebelevenissen.
Een jonge Maori van een 27 jaar kwam naast me zitten voor een simpele reactie, niet op de preek, maar op de schriftlezing (!). Hij zei: " Gerald, hoe wonderlijk heeft de Heer alles geleid. Want stel je voor, ik heb vanmorgen toen ik mijn leraar tegen kwam, flink tegen hem staan opscheppen. Maar nu hebt u net gelezen uit 1 Kor. 1 dat geen mens moet roemen op zichzelf. Hoe heerlijk dat de Heer me in mijn kraag greep". Ik zei: "Lucas, dan moet je dat toch maar gauw goedmaken tegenover je leraar." "Ja Gerald, zei hij: ik heb dat vanavond al gedaan en nu bevestigt de Heer me daarin.
Hij heeft gesproken, Hallelujah".
AI met al zijn we tijdens onze lange reis in veel kerken geweest, maar nergens zijn we daadwerkelijk ontvangen als Dienaar des Woords, dan alleen in de Assembly of God aan de Hokianga.