Machteloos
1989-03-31
Hij had een afspraak voor het ochtendspreekuur.- Jaargang 33
- nummer 7
Samen met zijn vrouw kwam hij binnen; zijn vrouw verduidelijkte dat ze mee gekomen was om het verhaal te helpen vertellen, haar man was zo geëmotioneerd dat hij er zelf waarschijnlijk niet uit zou komen. Ik ken de man als een eenvoudige, maar trouwe werker. Bijna nooit ziek, zijn kaart is nog lang niet vol. Hij is 55 jaar en zit nu als een klein kind te huilen aan mijn bureau, hij kan niet meer.
Bij stukjes en beetjes wordt het verhaal verteld, vooral door de vrouw omdat hij er zelf bijna geen woord uit kan brengen.
Hij werkt nu 39 jaar bij hetzelfde bedrijf. Dat bedrijf is wel een paar keer in andere handen overgegaan, maar hij ging steeds mee, met onder andere als resultaat dat het werk nu zo'n 50 km van zijn huis vandaan is. 's Morgens om 5 uur rijdt hij weg, haalt met zijn busje een aantal collega's op en 's middags om 5 uur vertrekt hij weer van het werk naar huis. Zo'n 12 tot 13 uur per dag is hij van huis weg, al negen jaar lang. En hij deed zijn werk met plezier, nooit met tegenzin.
Tot vorig jaar!
Zijn baas vroeg ontslag voor hem aan; "over-compleet", werd hem gezegd. "Omdat ik te duur ben", vertelt de man. Met steun van de bond werd het ontslag ongedaan gemaakt, hij bleef dus gewoon doorwerken.
Intussen zijn dan de arbeidsverhoudingen wel verziekt. De baas begon hem te treiteren, liet hem allerlei extra klusjes opknappen die eigenlijk niet bij zijn werk hoorden. Hoopte hij op die manier alsnog een ontslagreden te krijgen, op grond van werkweigering misschien?
Dat maakte de man onzeker. En nu, gisteren, toen hij klaar zat om te vertrekken in zijn busje met zijn medepassagiers, werd hij teruggeroepen om nog een paar volmaakt onbelangrijke en zinloze klusjes in het bedrijf op te knappen. Dat deed voor hem de deur dicht. Hij weet niet meer hoe hij thuisgekomen is, het was een gevaarlijke rit.
Vannacht heeft hij niet geslapen, wel veel gehuild en nu zit hij nog te schokschouderen.
Zo klonk hun relaas en ook ik voelde me machteloos. Het enige wat ik kon zeggen was, dat hij voorlopig niet mocht werken, niet in de auto kruipen, maar thuis blijven en proberen tot rust te komen.
Hij is intussen een paar keer terug geweest, weliswaar veel rustiger, maar nog lang niet de oude.
Hoe moet je zo iemand weer op het spoor helpen? Hoe kun je hem sterker maken zodat hij opgewassen is tegen de vaak harde en onrechtvaardige maatschappij, waardoor je gedwongen wordt weerbaar en strijdvaardig te zijn? Hoe help je mensen als deze man om niet verbitterd te worden, maar toch weer met vertrouwen in het leven te staan?
Dat is een lang proces waarin geschonden vertrouwen weer in evenwicht moet worden gebracht. Dat vraagt trouw van de naaste omgeving.
Trouw van ons, om naast díe mensen te willen staan waar de klappen hard zijn aangekomen.
Hebben wij genoeg 'oog voor elkaar'?
De schrijver was tot voor kort bestuurslid van de Stichting voor Jeugdzorg en Maatschappelijk Werk van de Nederlands Gereformeerde kerken.