Veilig wonen

1990-07-20
  • Jaargang 34
  • nummer 15
'n Mens ('n kind van God) gaat 's avonds voor 't slapen gaan op z'n knieën. Misschien heeft ie daarvoor nog even op de rand van het bed gezeten. Uitblazend en terugkijkend naar 'n dag die voorbij is. Mogelijk zucht ie: ,,'t Was me 't dagje wel!"

Waar is God?
"Als ik roep, antwoord mij". Heeft 'n bidder niet eens 't gevoel: ik roep tot God, maar er komt geen antwoord?
Er wordt wat geroepen tot God! Misschien 't meest nog 's avonds. 't Kan 't roepen zijn van een mens die niet naar bed durft te gaan. Bang voor de nacht. Voor de grote stilte. Waarin er geen mens is om op terug te vallen.
Er wordt wat geroepen tot God, midden uit slapeloze nachten.

Wie is Hij?
"God van mijn gerechtigheid", noemt David Hem. Anders gezegd: "mijn rechtvaardige God".
Zou je daar niet es aan gaan twijfelen?
Als er niets gebeurt: geen stem die antwoordt, geen hand die helpt?
David kent Hem ànders: "die mij ruimte maakt in benauwdheid". Of (beter?): "die in nood mij ruimte kán scheppen"

(Gerhardt-vd Zeyde)
't Is al heel wat als je dàt kunt geloven! Heel wat mensen hebben dat geloof verloren. Eerst hebben ze nog wel gebeden. Ook 's avonds voor 't slapen gaan. Maar 't is steeds minder geworden. Tot 't avondgebed (elk gebed) uit hun leven verdween ...
In het Psalmboek wordt nog gebeden.
Zoals hier in Psalm 4: ,,:.wees mij genadig en hoor mijn gebed".
Hier is 'n mens aan het woord die voortdurend àndere mensen op z'n weg vindt .. als tegenstanders. Mensen die hem tegenwerken. Ook met hun woorden. 't Kunnen ook nog wel z'n vrienden zijn (kijk daarvoor maar eens in Psalm 41 en 55).
David gaat met hen in debat (vers 3 en 4). Hij probeert hen ook nog wel tot andere gedachten en woorden en daden te brengen (5 en 6). Hen terug te brengen tot zijn eigen kinderlijk geloof. In plaats van dat afschuwelijke cynisme en sarcasme dat ze zich in de
tegenspoed hebben aangemeten (7).

Tegen de bierkaai van de spot?
Net als in Psalm 3 heten ze ook hier: de 'velen'.
Maar 't is hier al weer erger dan in Psalm 3. Dáár zeggen ze over David: "Hij vindt geen hulp bij God". In Psalm 4 hebben ze ook voor zichzelf de moed verloren: "Wie zal ons het goede doen zien?
Verhef over ons het licht van uw aanschijn, HERE".
Dat laatste halen ze uit de aäronietische zegen (Num. 6). Maar in hun mond druipt 't van sarcasme. Ze hebben waarschijnlijk ook misbruik gemaakt van het feit dat die woorden in het Hebreeuws ook kunnen klinken als: "geweken is van ons het licht van uw aanschijn". Ze spelen met een Bijbeltekst hun sarcastisch woordenspel.

Ziet iemand 't nog zitten?
Misschien is er een oorlog verloren (en dat heeft z'n weerslag op de economie). Misschien is de oogst (helemaal of gedeeltelijk) mislukt.
Voor sommige mensen is 't dan of heel hun leven instort.
David ziet in gedachten voor zich de feesten van Israël in betere tijden ("toen hun koren en most overvloedig waren").
De feesten waarvan in slechte tijden niets overblijft. De mensen die vroeger 't vrolijkst en uitbundigst waren, zitten nu 't diepst in de put. Over GOD en 't geloof kunnen ze alleen nog maar sarcastisch praten.
Ja, als 't je voor de wind gaat, is vrolijk-zijn (opçewekt zijn) niet zo moeilijk. Maar ... als 't je tegenloopt (-zit) om dàn blijmoedig te blijven ..
Dat is de kunst. Nou ja, de kunst?
David ziet 't als 'n gave. 'n Geschenk van God: "Gij hebt· meer vreugde in mijn hart gegeven dan toen hun koren en most overvloedig waren."

Rustig slapen
Terwijl de ànderen te keer gaan in hun frustraties, in paniek raken en cynisch/sarcastisch over God praten, kan David gaan slapen. Niet uit onverschilligheid. Maar omdat hij weet en ervaart dat God met hem is.
'In vrede' kan hij zich te ruste begeven.
'In vrede', dat wil zeggen: hij voelt zich als iemand die 't aan niets ontbreekt (als in Ps. 23). Is dat dan ook niet 'n vorm van cynisme? Gaanslapen terwijl alles om je heen kookt en bruist?
Terwijl er grote zorgen zijn over de economie?
't Geloof heeft iets kinderlijks: "In vrede kan ik mij te ruste begeven en aanstonds inslapen".


Veilig wonen
Hoe komt David aan die rust? Er is maar één reden voor: ..Gij alleen, 0 HERE, doet mij veilig wonen".
In de woorden van deze Psalm worden al Gods kinderen van alle tijden en alle plaatsen met elkaar verbonden.
't Geldt voor hen (ons) allen: ..Gij.O HERE, doet mij veilig wonen".
Kàn dat?
Op dèze aarde? In dit leven? Blijkbaar wel.
Door 't geloof kunnen Gods kinderen bij de HERE God veilig wonen in deze wereld.

Bedreigde wereld
Deze wereld, het is een bedreigde wereld. 'n Wereld waarin mensen elkaar belagen. 'n Wereld die op instorten lijkt te staan. Maar ook 'n wereld waarin nog steeds de zon opgaat en de bloemen bloeien.
't Is wáár: soms kan 'n mens - ook 'n kind van God - 't in deze wereld tot stikkens toe benauwd krijgen. Zo benauwd dat 't erop lijkt dat God de grote Afwezige is.
Dat kan gebeuren als je staat bij het graf van iemand van wie je hield en houdt.
Dat kan gebeuren als iemand z'n kind ziet wegdwalen. Weg van huis.
Weg van het geloof van thuis.
En er zijn nog zoveel àndere oorzaken voor dat gevoel van verlatenheid en wanhoop. Neem alleen maar de dagelijkse nieuwsberichten ...
Ook David heeft dat gevoel van verlatenheid en wanhoop gekend. Denk maar aan Psalm 22.

En toch ...
En dan toch zeggen dat je in veiligheid kunt wonen? Moet je daarvoor geen gespleten persoonlijkheid zijn?
Dat is David beslist niet!
Hij is 'n levend mens, met beide benen op de grond. En ook best gehécht aan dit leven hier en nu.
Maar daarbij levend in en uit het geloof. Met al z'n ups en downs.
David is iemand die er soms heel diep onderdoor gaat. Maar er dan ook - vaak na 'n zware worsteling (niet in de laatste plaats met zichzèlf) - bovenuit komt en zegt: ..En toch .."
Dat is waar 't geloof altijd weer uitkomt.
Dat is de schijnbaar onlogische logica van het geloof. De hardnekkigheid van het geloof. De vasthoudendheid van het geloof. En toch ... Gij. 0 HERE, doet mij veilig wonen!
Zo mogen Gods kinderen steeds weer (ondanks alles) rustig naar bed gaan en slapen.
Dat lijkt op wat men ten onrechte aan Colijn toegeschreven heeft bij het begin van de tweede wereldoorlog.
David had er maar één reden voor.
Niet: ongegrond optimisme of de politiek van de oogkleppen.
't Was alleen dit ene: ..Gij alleen, 0 HERE, doet mij veilig wonen".
Dat is 't enige waarop ik rustig m'n hoofd kan neerleggen.
Nu en straks.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief