Woekeren met het ene talent (2)

1990-07-20
  • Jaargang 34
  • nummer 15
Ik pleit er dus voor dat wij als nederlands gereformeerden en vrijgemaakt gereformeerden afzonderlijk zullen blijven bestaan. Althans voorlopig.
En van de christelijke gereformeerden zeg ik hetzelfde. Het is beter dat we niet met elkaar verenigen.
Daarvoor zijn we echt te verschillend.
We hebben elk een eigen talent gekregen en in een verenigde kerk zal ieder om de lieve vrede wil gaan zwijgen over dat eigene dat hem is toevertrouwd. Ieder? Nee, het is waar, daar hebben zij die in zo'n 'samen-op-weg'-kerk de meerderheid uitmaken natuurlijk niet zo'n last van. Die zetten dan de toon en van die toon verklaren ze vervolgens dat het de enig juiste en zelfs de enig geoorloofde is. Maar de minderheden zullen veel moeten inslikken.
Terwijl wat ze zouden willen inbrengen ook waardevol is. Maar ze kunnen er niet mee naar voren komen tenzij ze opnieuw een konflikt riskeren met alle ellende van dien.
Werkelijk, hun offer om de lieve vrede wil zal het grootst zijn. En waarom zouden ze dat offer eigenlijk brengen?

Geestelijke eenheid
Om wille van Johannes 17, zegt u.
De eenheid is geboden. " ..opdat zij allen een zijn", heeft Christus gebeden en dat volstaat. Nu, ik vind dat er met deze woorden van onze Here niet weinig gechanteerd wordt.
Christus bidt duidelijk om een geestelijke eenheid onder de zijnen. Dat blijkt uit de toevoeging: ,,(opdat zij een zijn) - gelijk Wij een zijn". Deze laatste woorden zijn zo heilig dat je er haast geen konklusies voor ons mensen uit durft te trekken. Laat ik het maar doen met formuleringen aan de Schrift zelf ontleend, bij Paulus vandaan: " ...eensgezind, één in liefdebetoon, één van ziel, één in streven, zonder zelfzucht of ijdel eerbejag, doch in ootmoedigheid achtte de een de ander uitnemender dan zichzelf; en een ieder lette niet slechts op zijn eigen belang, maar ieder lette ook op dat van anderen"
(Filip. 2 : 2 e.v.). Ja, als een mens daarnaar tracht kan hij zich innig dicht bij God, zelfs om zo te zeggen in zijn wezen verplaatst voelen. In ieder geval, aan deze mooie dingen behoren christenen in het onderlinge verkeer en trouwens ook naar buiten toe herkenbaar te zijn. En in alle gebrekkigheid zijn ze dat ook. AI die luide kritiek van 'en dat zijn nou 'christenen!', waaraan wij zo gewend zijn en die ons zo kan neerdrukken moeten we daarom met onderscheiding aan ons toelaten. Want zij heeft het over de uitzonderingen die daarom zo sterk spreken omdat de regel anders is. Regel is dat christenen onderling een sterke band hebben.
Dat is bijvoorbeeld niet zo lang geleden nog weer eens gebleken toen het erom ging de Armeniërs te helpen. Christenen zijn een volk, één volk. Buitenstaanders hebben er in het algemeen dan ook geen moeite mee in het sociale verkeer te ontdekken dat ze met christenen te maken hebben. Hoeveel ouders deden en doen bijvoorbeeld hun kinderen niet op een christelijke school vanwege de fijne sfeer die daar heerst. Echt, ware christenen zijn een volk, één volk. Het gebed van Christus blijft dus helemaal niet zonder effekt in de wereld, - al moeten we ons ook allemaal schamen vanwege het kleine en povere beginnetje van deze gehoorzaamheid aan het evangelie.

Kerkelijke eenheid
Maar nu in het kerkelijke. Kun je werkelijk Christus' gebed om geestelijke eenheid omzetten in een gebod tot organisatorische eenheid?
Die overgang van gebed naar gebod lijkt me so wie so al te gemakkelijk.
Een gebed heeft het over wat de Here moge doen terwijl een gebod ons aanspreekt op onze verplichting.
Gebeden in geboden vertalen levert daarom een geweldige reduktie op.
Maar goed, je kunt zeggen dat wanneer je bidt je gebed door bepaalde houdingen en gedragingen ondersteund moet worden wil het geloofwaardig zijn. En zo zal het ook wel bedoeld zijn als men het heeft over Christus' gebod tot eenheid. Welnu, het lijkt me onweersprekelijk dat een wil tot kerkelijk-organisatorische eenheid iedere christen behoort te kenmerken. Eenheid van organisatie bedoelt immers de geestelijke eenheid tot uitdrukking te brengen en te ondersteunen. Het is prachtig wanneer dat gebeurt, een goed om zuinig mee om te springen. Helaas echter kan organisatorische eenheid de geestelijke eenheid ook wel eens in de weg staan. Zo zou ik als ik in Bangui (onze lezers kennen deze hoofdstad van de Centraal Afrikaanse Republiek wel) woonde samen met andere Europeanen eigen diensten gaan beleggen omdat de bestaande kerkdiensten op de duur toch niet zouden aansluiten op mijn geestelijke behoeften. Denk erom, ik zou dit wel zo doen dat wij bijvoorbeeld de christelijke feesten gezamenlijk zouden vieren en ook op andere wijze onze geestelijke eenheid zouden demonstreren. Dus niet een eigen kerkelijk leven tegenover hen maar naast hen zou ik wenselijk vinden. Maar ik zou mij in die opstelling beslist niet door de voorbede van onze Here gehinderd voelen.
Tussen de vrijgemaakten en mij ligt het anders en toch vergelijkbaar.
Volgens mij geven zij aan het organisatorische zo'n zwaar aksent dat ze er de nodige vrijheden mee afknellen.
Het organisatorische overwoekert bij hen het geestelijke. Het is dan ook verrassend om bij mijzelf te konstateren dat sinds ik van de vrijgemaakten kerkelijk gescheiden ben ik geestelijk meer eenheid met ze beleef. Dat komt door het wegvallen van die organisatorische druk.
Met verschillenden van hen heb ik hartelijke kontakten. Maar wij zouden op slag slaande ruzie krijgen wanneer wij weer in een kerk gingen zitten. Niet doen dus. En bij de christelijke gereformeerden zou ik het ook niet gemakkelijk hebben, het zelf niet gemakkelijk hébben en het anderen (onbewust) niet gemakkelijk máken. Want er zijn nu eenmaal veel dingen waarover verschillend gedacht wordt. En de een reageert daar anders op dan de ander. De een zegt: die verscheidenheid moet je tegengaan terwille van de duidelijkheid van de kerk. De ander zegt: die verscheidenheid moet je een zekere ruimte geven terwille van de oprechtheid van de gelovigen. Beide redeneringen hebben wat maar de laatste geeft bij mij toch de doorslag.
En zo moet je dan wel eens berusten in het naast elkaar bestaan van kerken, vooropgesteld dat ze elkaar in de diepte van de geestelijke eenheid vasthouden en hun gescheidenheid bij tijd en wijle zelfs gebruiken om daaraan gestalte te geven, bijvoorbeeld door wederzijdse aanmoediging, waarschuwing, dankzegging en voorbede.

De vrijmaking van Jerobeam
Normloos gepraat, zal iemand zeggen.
Maar spreekt ook de Schrift niet van deze dingen? Weet de bijbel niet van een scheuring tussen het noordelijke en het zuidelijke deel van Israël? Met hete koppen zijn in de dagen na Salomo's dood de twee en de tien stammen uit elkaar gegaan.
Toch schrijft de bijbel er in I Koningen 11 en 12 met veel begrip over, sterker, zijn sympathie ligt bij Jerobeam en de zijnen. Hij laat zien dat er gaandeweg een sfeerbedervende irritatie ontstaan is tussen Efraim en Juda die in de begintijd van de oerdomme Rehabeam tot een breuk heeft geleid. En wanneer dan diezelfde Rehabeam na het schisma alles in het werk stelt om de geslagen breuk te helen en de eenheid alsnog te forceren, zegt de profeet Semaja uit naam van God: "door Mij is deze zaak geschied". De man bedoelt dan natuurlijk niet in die zin dat er nu voortaan gesproken zou moeten worden van "het werk des Heren in de vrijmaking van Jerobeam", maar meer zo dat mensenkracht te kort zou schieten om de scheuring ongedaan te maken. De profeet gelast met dit woord dan ook de samensprekingen, pardon, de samenvechtingen tussen noord en zuid af. De vrome Israëliet kon vanaf dat ogenblik alleen nog maar bidden en niet meer werken voor de organisatorische volkseenheid. Toch kon hij in de bestaande toestand ook voordelen gaan ontdekken. De onderlinge irritatie kreeg nu tenminste geen nieuw voedsel zodat aan beide zijden van de streep rustig verder gewerkt kon worden. Het is eigenlijk frappant dat de Schrift in dit konflikt nauwelijks partij kiest en in een profetische nabeschouwing wat psychologiserend weet te spreken van de afgunst van Efraim en de arrogante heerszucht waarmee Juda zijn broeders benauwde (Jes. 11:13) - eigenschappen en houdingen waar we ons ook voor vandaag nog wel wat bij kunnen voorstellen. Opvallend is evenzeer dat Jerobeam beloften meekrijgt om er daar in het noorden het beste van te maken.
Alsof de bijbel van deze scheuring zegt: nou ja, vooruit dan maar, voorlopig (!, zie I Kon. 11:39) is dit het beste.

De kalverendienst
Deze relativerende opstelling laat de Schrift echter volkomen varen vanaf het onzalige uur dat Jerobeam in Bethel en Dan de kalverendienst instelt en daarmee de band met het Jeruzalemse heiligdom doorsnijdt.
Daarvan zegt de bijbel geschrokken: "En dit werd een oorzaak tot zonde".
Dit was meer dan een breuk in de organisatie. Dit tastte de geestelijke eenheid van Israël rechtstreeks aan.
Nieuwtestamentisch vertaald: dit verdroeg zich van' geen kant met het gebed van Christus voor de eenheid van de zijnen. Dit was maar niet een tijdelijk loslaten van elkaar, maar een afscheid van Christus zelf. Want Sion, dat was de belangrijkste oudtestamentische voorgestalte van de Here Christus en zijn heil. Hierin ligt voor ons een waarschuwing. Ik identificeer mezelf als nederlands gereformeerde nu een ogenblik met het noordelijk koninkrijk. (Al zou het omgekeerde op zichzelf ook mogelijk zijn, want 'Sion' lag wel in Juda maar was niet van Juda, het stond boven de partijen.) Het is niet denkbeeldig dat wij uit afgunst of balorigheid tegenover de vrijgemaakten ons gaan oriënteren .op de grote oekumenische kerken waarbinnen de kalverendienst hoog opgericht staat. Ik bedoel met die kalverendienst de aardsgezindheid daar die het koninkrijk van Christus voor deze voorbijgaande wereld verwacht in plaats van daarvoor uit te zien naar de toekomende eeuw, de aardsgezindheid die in deze wereld niet langer alleen haar taak maar ook haar toekomst zoekt, kortom de aardsgezindheid die de hemelse roeping verzaakt. Gaan we ons aan die kalverendienst die vandaag in het Konciliaire Proces zijn duidelijkste vorm aanneemt verslingeren dan komt ons verschil met de vrijgemaakten en de christelijke gereformeerden er heel anders uit te zien.
Dan gaat het om het verschil tussen ware en valse kerk. En waarom is dat juist voor ons een gevaar? Omdat wij voor meer ruimte en meer vrijheid pleiten, die kostelijke en ...
gevaarlijke goederen.

De kleine oekumene
Daarom pleit ik behalve voor een zelfstandig voortbestaan van onze kerken ook voor een blijvende oriëntatie op de kerken van wat wel de kleine oekumene genoemd wordt.
Terwille van hun eenheid met Christus voer ik dat pleidooi. Wij horen bij hen. Onlangs werd ik getroffen door een stukje in de NCRV-gids waarin de serie die ik op het ogenblik verzorg in het programma 'Woord op zondag' werd ingeleid. Daarin stond: "Ds. De Jong komt uit een van de kleinere reformatorische kerken, waarbinnen het maken van een bewuste keuze van grote betekenis is".
Hé, dacht ik, wat een mooi getuigenis wordt hier van die kleinere reformatorischekerken gegeven. Zo ziet men ons dus. En het is juist: in alle drie de kerken waarover ik het nu heb worden de mensen op een niet vrijblijvende wijze Voor Christus en zijn heil gesteld. Dat is onze grote overeenstem.ming. Daarbinnen zijn we op vele punten verschillend, de een meer onder de indruk van de behoudende kracht van de traditie, de ander meer geboeid door de uitdaging van de sekularisatie, de een meer gesteld op innigheid, de ander meer aangetrokken door zakelijkheid, de een meer gebrand op het ingaan op de kultuur, de ander meer beducht voor het opgaan in de kultuur, enzovoort. Stuk voor stuk dingen waarmee we elkaar verschrikkelijk kunnen irriteren en die toch allemaal een behartenswaardige kern van waarheid bevatten.
Laat ieder het ene talent dat hij in onderscheiding van de ander ontvangen heeft gebruiken om ermee te woekeren en ondertussen de ander uitnemender achten dan zichzelf.
Laten we onderling geen eenheid forceren en zeker niet met een bepaald gebruik van Johannes 17 als stok achter de deur. Dat laatste komt ook de oprechtheid niet ten goede.
Je krijgt bij samensprekingen wel eens de indruk dat de ene kerk gewoon geen zin heeft in eenwording met de andere maar dat ze het vanwege Johannes 17 niet kan maken de goede redenen die ze daarvoor heeft hardop te zeggen. Het zoeken van vonden is daarvan het gevolg.
Daarop wordt van de andere zijde dan weer met gespeelde verontwaardiging gereageerd, want ook aan die kant weet men best waar de voortgang op stagneert. Zonder die onjuiste klem van een te klakkeloos gebruikt Johannes 17 zal het onderlinge kontakt tussen onze kerken wat echter en reëler worden, is mijn indruk en mijn hoop.
Volgende keer verder.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief