Een zaaier ging uit

1990-07-20
  • Jaargang 34
  • nummer 15
Wellicht vinden we in de kunstenaarswereld geen ander mens, die zo getalenteerd was, zo bezeten werd door werkdrift, zo'n onstuimig karakter bezat, door zoveel tegenslagen gelouterd werd, zo volkomen door de wereld genegeerd en uitgestoten is - en wiens nalatenschap thans zo hoog wordt aangeslagen ... als Vincent van Gogh.

In zijn korte leven (37 jaar) viel hij schijnbaar van de ene mislukking in de andere. Mislukt op school, mislukt als hulp in de kunsthandel, idem in de boekhandel, mislukt als onderwijzer, als theologisch student, mislukt als evangelist, mislukt in de liefde, mislukt als domineeszoon, mislukt in een victoriaans-preutse maatschappij, mislukt tenslotte als beeldend kunstenaar. Althans naar het oordeel van zijn toenmalige omgeving.

Aan iemand, die zich lang met het leven van Abraham Kuyper had beziggehouden, werd eens gevraagd: houd je nog van hem? Moeizaam, was het antwoord. Wij zouden ons kunnen voorstellen, dat iemand die zich jarenlang met Willem Bilderdijk heeft beziggehouden, moeilijk nog sympathie voor deze persoon kon opbrengen. - Maar twee schrijvers, die intens studie maakten van het leven van Vincent, schrijven spontaan: ik ging hoe langer hoe meer van deze man houden!

En het oordeel van zijn broer Theo, voor wie Vincent geen hartsgeheim achterhield, luidde in 1890: "men kan niet zeggen hoe bedroefd men is, noch troost vinden ... Als men iets zou mogen zeggen is het: dat hij nu rust heeft, waar hij zo naar verlangde.
Het leven woog hem zo zwaar.O moeder, hij was zo mijn broer! - Hij was zo door en door goed".

Hun bronzen standbeeld staat in Brabant: twee mannen die samen één hart hebben; broers voor het leven. En een half jaar na Vincent stierf ook Theo. Ze rusten samen in een Frans kerkhof: broers ook in de dood.

Welke waarde heeft zijn werk?
De eeuwigheid zal aan het licht brengen, welke waarde Vincent's leven heeft gehad: een leven van opoffering, van delen-rriet-de-arme, van honger lijden, van hard wer-ken, prediken in woord en beeld van het koninkrijk Gods, van zaaien in tranen.
Maar voor wie in cijfers denkt is er ook wel iets te melden. Vincent van Gogh, die 900 schilderijen maakte, verkocht slechts eenmaal een doek; het bracht 400 francs op. De andere kwamen bij Theo terecht, die zijn onderhoud betaalde. Van zijn 1100 tekeningen schonk hij een aantal weg aan arme vrienden, hospita's en dokters; eenmaal verkocht hij enkele tekeningen aan een boekhandelaar, voor vier francs; hij gaf dat geld aan een straatmeid, die hem op de stoep aansprak. De andere tekeningen kwamen bij Theo. Het familiebezit werd eerst in bruikleen gegeven en later aan Amsterdam verkocht voor 7(?) miljoen gulden.

In 1985 bracht zijn schilderij 'Landschap met zon' de som van f 9.9 miljoen op; in 1987 betaalde iemand voor zijn 'Zonnebloemen' f 39.9 miljoen en in datzelfde jaar was de prijs van zijn 'Irissen' niet minder dan f 53.9 miljoen. De zeer onvolledige collecties in Amsterdam en Otterlo zijn thans verzekerd voor zes miljard gulden (f 6.000.000.000,-).
Zijn 850 brieven zijn in 1914 door Theo's weduwe uitgegeven (zij het gekuist en dus vervalst) en 1 enkele brief bracht in 1987 niet minder dan f 200.000 op.

Vincent van Gogh zelf schreef aan zijn broer: "schilderijen die zelfs in het débacle hun kalmte bewaren.
Wel, mijn werk - ik riskeer er mijn leven voor en mijn verstand is er half aan ten onder gegaan; goedmaar jij behoort niet tot de handelaren-in-mensen". Hij begon pas in 1880, op aandrang van zijn broer, met schilderen. Toen dacht hij tien jaar nodig te hebben, om de techniek meester te worden. Aan het eind van die tien jaar overleed hij echter.

Vincent' s jeugd
Zoon van een predikant in een Brabants dorpje liep hij dagelijks langs een graf, waar zijn naam op stond: "Vincent van Gogh 1852- Laat de kinderkens tot Mij komen, derzulken is het koninkrijk Gods". Het graf van een broertje, een jaar voor Vincent dood geboren. Die aanblik stempelde zijn leven; hij was ernstig, rekende met een kort leven, begreep al jong dat God belangstelling heeft voor "kinderkens" in verstand en boosheid, en dat ditJeven uitloopt op het koninkrijk Gods.

Die God te kennen begeerde hij, als Augustinus. Hij dronk de godsdienstlessen van zijn vader in, verdiepte zich in het Woord en wenste zelf ook predikant te worden om Troost te zaaien in een dorre wereld. Van zijn vader waardeerde hij minder de preken dan diens practische werk als herder en ziekenbezoeker. Van de preken vond hij 'amen' het beste woord: het bracht hem van de zondag op de maandag, van de theorie naar de praktijk, van de leer naar de daad. Hij was een door en door practisch christen, van zijn
jongste jaren af.

Zijn moeder gaf hem, toen hij jong uit huis ging, het gebed van de Heiland mee: "Vader, ik bid niet dat Gij hem uit de wereld wegneemt maar dat Gij hem bewaart voor de boze".
Het hing aan de muur van zijn kamertje, tussen bijbelse prenten en reproducties van goede kunstenaars uit Frankrijk, Amerika, Duitsland, Nederland en vooral Engeland. Rembrandt en Rubens waren zijn favoriten; Mauve, Gauguin en Millet zijn geliefde tijdgenoten. Thema's: de Bijbel en de misdeelden - evangelie voor de armen gepredikt. "Een soort Bijbel", noemde hij het.

"Het is mij een heerlijke gedachte dat voortaan, waar ik komen zal, ik het Evangelie zal prediken", schreef Vincent in 1876 aan zijn broer, toen hij voor het eerst als hulpprediker in Engeland was voorgegaan. Deze zin was de voldoening aan zijn jeugdideaai, de sleutel tot zijn verdere leven.

Groei naar volwassenheid
Toen hij de aanbeveling van een Engels predikant vroeg, schreef hij: "Hoewel ik niet voor de Kerk ben opgeleid, kan toch misschien mijn verleden leven (23 jaar) van reizen, van leven in verschillende landen, van omgaan met verschillende personen, arm en rijk, godsdienstig en niet-godsdienstig, van werk van verschillende aard, dagen van handenarbeid tussen dagen van kantoorwerk door, misschien ook het spreken van verschillende talen, gedeeltelijk vergoeden dat ik niet gestudeerd heb". - "Maar wat ik nog liever als reden zou opgeven: dat is de aangeboren liefde voor de kerk, en de liefde tot God en tot de mensheid".

In een brief aan zijn moeder en Theo: "Verleden Maandag was ik weer te Richmond; tekst: 'Hij heeft mij gezonden om de armen het Evangelie te verkondigen'. - Maar wie het Evangelie wil verkondigen moet het eerst zelf in het hart heb ben. Och dat ik het vinden mocht, want het is alleen uit de overvloed des harten dat het woord vrucht kan voortbrengen". Verdere thema's: de verloren zoon, psalm 42:1, Hand. 5:14-16, ..voor een heel arm deel van London, waar Dickens over geschreven heeft ..; ..ook 'Petrus in de gevangenis' en 'in deze plaats zal Ik vrede geven'. Ook: 'ik ben een vreemdeling', prekend als vreemdeling tussen vreemdelingen in de havenwijken.
Enkele details uit zijn preken? ..Het is een oud geloof, en het is een goed geloof, dat ons leven een pelgrimstocht is, dat wij vreemdelingen op aarde zijn. Maar wij zijn niet alleen, want onze Vader is met ons. Wij zijn pelgrims, ons leven is een lange reis van de aarde naar de hemel. Het begin is dat iemand zich het verdriet en de angst niet herinnert, vanwege de vreugde dat een ·mens ter wereld is gekomen; zij is onze moeder. Het eind is het binnengaan in Vaders huis waar veel woningen zijn, waar Hij ons is voorgegaan om ons plaats te bereiden. Hij is onze Vader." - En het slot: ..Wanneer ieder van ons teruggaat naar zijn dagelijkse plichten, laat ons niet vergeten dat de dingen niet zijn wat zij schijnen. Dat God door de dingen van het dagelijks leven ons hogere dingen leert, dat ons leven een pelgrimsreis is en dat wij vreemdelingen op aarde zijn; maar dat wij een God en Vader hebben, die vreemdelingen behoedt, en dat wij allen broeders zijn".

Zijn beeldspraak ontleende hij aan Bunyan, Thomas à Kempis, Spurgeon en andere geliefde voorbeelden.

Overstag met tegenwind
Een man van dit karakter vraagt om moeilijkheden. Die kwamen dan ook in ruime mate. In de kunst- en de boekhandel werd hij ontslagen: hij achtte de kunstvoorwerpen en de inhoud der boeken hoger dan hun handelswaarde. De·studie staatsexamen - onder leiding van zijn vriend Mendes da Costa - bleek hem ..te zwaar", zodat hij niet aan een theologische faculteit toekwam; de studie leidde hem echter af van zijn doel: het Evangelie te preken aan armen.
Zelfs als hulpprediker werd hij na 2 jaar ontslagen omdat hij ..niet de gave van het woord had". Weliswaar hoorden de mijnwerkers van Zuid-België hem even graag als de dokwerkers van Oost-London - maar dat kwam omdat hij een met hen was, en zijn schamel bezit met hen deelde.
Hij zag immers het verschil tussen de hedendaagse theologen en de levenspraktijk van Jezus Christus.
Niet de leer van de verlossing bekoorde hem - maar de liefde, nederigheid, het mededogen, de zelfopoffering van Jezus, die een vriend was van arme zondaren. Theologie kon hij de boeren en mijnwerkers niet verkopen - maar zijn brood en kIeren deelde hij graag met de armen; na een mijnramp had hij al zijn linnengoed tot zwachtels verscheurd!
Het bestuur dat hem ..de gave van het woord" zag missen bedoelde: hij encanailleerde zich, wat niet bij zijn· domineesstand paste. Om het zo te zeggen was echter wel ..de gave van het woord" nodig.

Daar kwam bij dat zijn liefdesleven allerminst over rozen ging. Zijn eerste liefde gold de dochter van zijn Londonse hospita, die hem resoluut weigerde. Het meisje was echter verloofd (wat Vincent niet wist) en in die tijd gold in Engeland een verloving als onverbreekbaar. - Zijn tweede liefde betrof zijn nichtje Kee, weduwe van een ds Vos. Ze was na een kort huwelijk met een kind achtergebleven en Vincent, die al met het paar zeer bevriend was geweest, vroeg haar te trouwen. Ze weigerde, want wilde haar verleden en toekomst als een eenheid bewaren.
Vincent was wanhopig - maar zijn familie verzette zich met alle macht tegen zijn wervingspogingen; zijn vader achtte Vincent's liefde ..ontijdig en onkies". (Haar broer sprak over geld!)

Het was voor Vincent, de fel levende kunstenaar, onmogelijk ongehuwd te blijven. Eens schreef hij aan Theo: ..mijn God, waar is mijn vrouw, waar is mijn kind?" Toen hij dan ook in zijn Haagse tijd tegen Sien aanliep werd dit de derde ramp. Sien was een prostituée met een kind, in verwachting van een tweede kind. Hij raapte haar van de straat op, huurde haar als model, deelde met haar het brood en later ook het bed. Sommige onderzoekers beweren dat dit tweede kind van Vincent was, en zijn aanhankelijkheid blijkt uit zijn brieven.
De uitgeefster heeft de brieven op dit punt echter waarschijnlijk vervalst, terwille van de familie; volgens die brieven was het 2e kind van ..de man, die Sien verlaten had ..;". Ze was, toen Vincent haar ontmoette, verlopen en drankzuchtig.
Maar hij schreef zijn broer: ..voor mij is ze mooi, ze is door het leven geploegd. Zij en ik zijn twee ongelukkigen, daardoor wordt ons ongeluk veranderd in geluk". - Vincent's vader verzette zich namens de familie uit alle macht tegen hun voorgenomen huwelijk; maar vond het ongehuwd samenwonen even mis.

Natuurlijk werd aan Vincent's verstandelijke vermogens getwijfeld, ook door zijn vader. Os van Gogh gebruikte echter tegen zijn zoon geen argumenten, die hem aanspraken - doch de gangbare meningen en het burgerlijk fatsoen waren zijn afgoden. Vincent daarentegen schreef aan Theo: ..Ik begrijp Pa, maar hij kan mij niet volgen." Blijkbaar wilde hij van zijn vereerde vader niets onredelijks eisen; maar intussen was hij geestelijk ver de meerdere. Ook zijn latere brieven gaven blijken van een scherp analitisch denken, een fabelachtig geheugen en een abnormale wijsheid.

Vincent aanvaardde de konsekwenties van zijn breuk met de hypocritische maatschappij en bijzonder het verburgerlijkte christendom. Hij besloot ..zich terug te trekken uit de kring van de stand - die hem trouwens al lang had uitgestoten".

Hij ging dus overstag, dat wil zeggen: hij veranderde zijn leven zonder de koers te verliezen. Ondanks de tactische manoeuvre - hij ging evangeliseren met beelden in plaats van met woorden - behield hij zijn levensdoel: aan de armen het Evangelie te verkondigen.

(slot volgt)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief