Medische ethiek en medische technieken

1990-07-20
  • Jaargang 34
  • nummer 15
Als er in onze samenleving één terrein is aan te wijzen waar een cultuuromslag zichtbaar is geworden in de laatste 50 jaar, dan is het wel de gezondheidszorg. Van oudsher was het een gebied waar passieve aanvaarding van dat wat over ons kwam een zeer kenmerkend aspect was.
Weinig inzicht, weinig wapens, weinig aansprekende resultaten bepaalden tot in de dertiger jaren van deze eeuw het gezicht van dit type zorg.
Grote kindersterfte werd als gegevenheid aanvaard, een longontsteking werd met wachten op de crisis en koude omslagen behandeld.
Sindsdien echter wijzigde zich het klimaat, Gast- en Godshuizen ontwikkelden zich tot medische centra, medische onmacht werd medische macht en berustende verwerking van ziekte en lijden hebben plaats gemaakt voor aktieve en vaak zelfs agressieve bestrijding van kwalen en gebreken. Het bevechten daarvan met alle wetenschap en techniek die de wereld in huis heeft, is onderdeel geworden van onze cultuur.

Cultuuromslag en levensstijl
De afhankelijkheid van de natuur, die de mensheid eeuwenlang te aanvaarden had maakt plaats voor rebellie daartegen. En men slaat soms door naar een ander uiterste: de moderne mens beleeft ziek zijn vaak niet meer als een 'ervaring' maar eerder als hinderlijk incident.
Daar zit een stuk verarming in waar vooral de moderne geneeskunde en de haar omringende techniek debet aan zijn. Er wordt een sfeer gecreëerd van alles is mogelijk, alles is te cureren, alles is te repareren.
Alleen over de dood, onze sterfelijkheid, zwijgen we liever want dat tast nog steeds het beeld van 'alles kunnen en alles beheersen' aan.

Die cultuuromslag heeft grote invloed op de vormgeving van de zorg zoals die vandaag hier aan de orde is. Zeker geldt dit, omdat die verandering door heel veel mensen in dit land tamelijk kritiekloos aanvaard wordt. En hoewel er inderdaad zeer veel is om dankbaar voor te zijn, is er ook veel waar over nagedacht moet worden. Zover zijn we met z'n allen nog niet, hetgeen blijkt als je de Nederlander daarover ondervraagt.
Als we fouten in de leefstijl niet veranderen maar er medicijnen voor gaan slikken (de nieuwe trend, te vette voeding corrigeren met cholesterolverlagende pillen is daar een voorbeeld van), doen we tekort aan onze eigen verantwoordelijkheid. We maken ons afhankelijk van de medische stand, klinische laboratoria en de farmaceutische industrie regeert ons leven. Dit ondergraaft enerzijds onze zelfstandigheid - het zelf verantwoordelijkheid nemen - en anderzijds onze afhankelijkheid van God aan Wie ons leven toebehoort.
Wij weten en geloven dat God ons vele middelen en mogelijkheden die in een geschapen wereld aanwezig zijn gegeven heeft om die te gebruiken ook ter bescherming van onze eigen gezondheid. Wij weten echter ook dat deze middelen niet een nieuwe afgod mogen worden omdat beleving van ziekten en gebreken in onze geloofsovertuiging niet gematerialiseerd kunnen worden tot een zuiver technische zaak.
Dankbaar voor alles wat mogelijk geworden is, pleit ik niet voor terugkeer van de tijden van onmacht, zeker niet, maar wel voor ethische bezinning omdat verkeerde zorg uiteindelijk de echte zorg, het nemen van verantwoordelijkheid voor elkaar, bedreigt.

Autonome techniek
In de gezondheidszorg is de opmars van de medische techniek al jaren aan de gang. Die techniek kan zegenrijk werken, we kennen allemaal wel voorbeelden. Productie van kostbare hormonen (groeihormoon, insuline), levensreddende operatieve technieken, prachtige kunst- en hulpmiddelen voor gehandicapten, er is zo een rij op te noemen. Die techniek heeft echter ook schaduwzijden en die moeten we ons bewust worden.
Eén aspect van de moderne ontwikkelingen in de geneeskunde is de neiging van de techniek om autonoom, zonder inperking door bezinning, zijn gang te gaan. De techniek lijkt te heersen, zelfstandig, dwingend.
De techniek is er en daarom wordt zij gebruikt. Als we b.v. zien welke agressieve 'therapieën' we nog toepassen in de eindstadia van het leven lijkt het soms dat we meer bezig zijn met stervensbestrijding dan met stervensbegeleiding.

In karikatuur bleek dat een paar jaar geleden nog eens bij het sterven van Franco en ook Tito. Mensen die klinlsch eigenlijk al dood waren, waar geen enkele hoop op genezing meer was, werden weken in leven gehouden door infusen, medicamenten, beademingsapparatuur, pacemakers en dergelijke. Hier ging zichtbaar voor iedereen de medische techniek de menselijke maat ver te boven.
Richtte het medisch handelen zich tegen de mens en diens waardigheid (zie PvU). Op kleinere schaal gebeurt zoiets ook met een zekere regelmaat in onze ziekenhuizen. De altijd hopende patiënt wordt nogal eens met minimaal uitzicht op succes tóch behandeld met uitgebreide bestraling of met kankerwerende medicijnen die ernstige bijwerkingen hebben. De patiënt vraagt, de arts verstrekt. Vaak passeren we dan het moment van bezinning. Het moment van de vaststelling dat van de techniek geen heil meer verwacht kan worden. Dat meer kwaad dan goed gedaan wordt. Dat het moment aangebroken is dat we als patiënt het leven terug moeten geven aan God.
Dat de arts terugtreedt en al het mogelijke doet om de begeleiding gedurende de stervensfase zo optimaal mogelijk te regelen. Gemakkelijk is dat niet dat gesprek. Toch wil ik pleiten voor die benadering, die de erkenning dat wij sterfelijk zijn niet laat camoufleren door de overmacht aan medische middelen en machines. Dat vraagt wel om een mentaliteitsverandering van artsen en consumenten in de gezondheidszorg.
Dat vraagt om eerlijk en open overleg tussen die beiden.

Christenen hebben daarvoor ook niet altijd pasklare antwoorden, maar zij kunnen in de grondslag van hun belijden - de bijbel - heel veel richtingaanwijzers vinden die kunnen helpen de goede weg in te slaan.

Care en care
Opvallend is verder dat in de moderne geneeskunde de cure, de behandeling, heel wat populairder is dan de care, de zorg: de terminale zorg, de verzorging van ouderen, chronisch zieken of gehandicapten.
Medische techniek spreekt tot de verbeelding, valt goed publicitair te verkopen. Er is' vrij eenvoudig een publieke opinie voor te mobiliseren.
Voor de zorgverlening ligt dat anders.
Care is niet spectaculair, de woon- en leefomstandigheden van b.v. chronisch zieke psychiatrische patiënten op verblijfafdelingen van algemeen psychiatrische ziekenhuizen halen zelden of nooit de voorpagina's.
Care is duur. We ontmoeten een beschadigde kant van het leven, een kant waar we liever niet al te nadrukkelijk en zeker niet dagelijks mee geconfronteerd willen worden.
Care is de exponent van het gebrokene, het onvolmaakte in ons leven, dat we eigenlijk uit willen bannen.
Toch moeten we uit alle macht dat wegdrukken van de zorg tegengaan.

De zwakke in de samenleving
De Gezondheidsraad heeft in 1980 in één van haar rapporten al geschreven dat de tolerantie ten aanzien van vermijdbare genetische afwijkingen in de toekomst waarschijnlijk zal afnemen en dat het ook de vraag is of voor mensen met dergelijke afwijkingen nog wel genoeg geld beschikbaar zal zijn. Van diezelfde Gezondheidsraad lag in 1988 het eerste voorstel voor een experimenteel bevolkingsonderzoek bij plm.
40.000 zwangeren naar ernstige afwijkingen bij hun ongeboren vrucht op tafel. Een voorstel mét een kosten/batenanalyse en zonder een ethische beschouwing. Het is gelukkig door de regering en parlement op ethische gronden afgewezen.

De Gehandicaptenraad onderkent haarfijn wat hier aan de hand is. Ik citeer: "Steeds vaker worden preventieve en technologische ontwikkeling in één adem genoemd. Dit dreigt te leiden tot een cultuur waarin mensen met een handicap niet meer geboren mogen worden".

Het gaat hier niet alleen over zorg voor geestelijk of lichamelijk gehandicapten, maar ook over ouderen. In de Nota 2000 staat onder het hoofdje 'vermoedel ijke gezondheidsproblemen in het jaar 2000' in punt 3 dat een toename verwacht wordt van de bejaarde bevolking, w.o ..véél demente patiënten, met vormen van kanker en chronische ziekten. In de kolom zorg behoefte en zorgvraag lezen we dan naast verzorging, zo veel en zo lang mogelijk in eigen milieu (aanpassing van de woning en verstrekking van hulpmiddelen) verpleging, behandeling, revalidatie, vervolgens ook: vrijwillige euthanasie.
In de kolom: wenselijke aanpassing zorgfunctie of zorgvoorziening lezen we vervolgens naast antwoorden op de eerste punten: levensbeëindiging op verzoek.

Als arts weet ik dat er een moment in de behandeling van de patiënt kan komen waarop je werkelijk met de rug tegen de muur staat en een positief antwoord op een verzoek om levensbeëindiging onontkoombaar wordt. De arts moet dan de moed hebben om
stervenshulp te verlenen en zich daarvoor durven verantwoorden.
Dat is geheel iets anders dan beëindiging van een mensenleven als oplossing, antwoord op een zorgprobleem een zorgvraag, zoals er zo vele zorgvragen zijn. Een dergelijke visie mogen wij m.i. niet accepteren!
Legalisering van wetgeving op dit terrein zal de grondregel dat menselijk leven, ziek of gezond, beschadigd of onbeschadigd, bescherming verdient aantasten en ongewild die zekerheid van bescherming ondermijnen.
De nota 2000 suggereert dat het hier een normale 'zorgvraag' betreft. Een dergelijke stellingname houdt het gevaar in dat diegenen, die sterk afhankelijk zijn van onze zorg het gevoel krijgen dat deze zorg een gunst is en geen recht en zij ook om levensbeëindiging horen te vragen.
Deze ontwikkelingen moeten door ons, die kennis hebben van de wetten des Heren, virulent bestreden worden. Niet alleen in de politiek maar in alle levensverbanden.

(wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief