Post uit Rwanda
1990-07-20
Naar school (2) - Jaargang 34
- nummer 15
Het is morgen. Moeder doet het luik van het enige raam in het huisje open. Solange schrikt wakker. Van het ochtendlicht en van het gepraat van mensen buiten. Het is nog heel vroeg maar Rwandezen staan vroeg op, en Solange springt overeind ... Ik ga naar school!" juicht ze. "Tut, tut niet zo'n lawaai", zegt moeder, "Ga je gezicht maar wassen". Solange kijkt verbaasd. Dat hoeft ze nooit 's morgens, het mag niet eens, want elke bak water, die ze van de kraan uit het dorp halen kost geld. Maar dit is een bizondere dag. Ze loopt naar de bak in de hoek van de kamer en giet voorzichtig een beetje water in een kommetje. Dan gaat ze zich wassen. Als ze klaar is trekt ze haar nieuwe jurk aan Gaan we?" vraagt ze ongeduldig Nee, we hebben alle tijd," sust moeder. "Hier eet je bord pap". Ze geeft haar dochter een bord bruine pap gemaakt van gemalen sorgum. Salange heeft geen honger, maar ze lepelt toch heel langzaam de pap op. Wat moet ze anders doen? Als je ergens mee bezig bent gaat de tijd sneller. Kijk, het is al zover. Moeder sluit het huisje af en ze gaan. De school is vlakbij en er zijn al heel veel kinderen .en moeders. Je ziet zo wie de nieuwe kinderen zijn. Hun jurken en broeken zijn nog zo helder van kleur. Wat zijn het er veel. Solange heeft van moeder al tellen geleerd, maar dit is teveel, ze raakt in de war.
De direkteur van de school schrijft de nieuwelingen in. Wie geen 300 frank heeft moet weer gaan. Er staat een mevrouw bij de direkteur, ze praat en praat en praat. Ze belooft dat ze geld zal brengen, maar ze heeft het nu niet. ..Ga maar naar huis", zegt de direkteur zonder op te kijken, ..en kom maar terug als je het geld hebt. En neem je zoontje mee."
Heel langzaam lopen ze weg, die twee. Wat duurt het lang dat inschrijven.
Solange en moeder staan al zo lang te wachten, maar nu zijn er niet veel mensen meer. Ineens klapt de direkteur zijn boek dicht. Hij gaat staan ... Het spijt me", zegt hij tegen de mensen die nog staan te wachten, ..de klas is vol. Ik heb 100 kinderen ingeschreven. Vijftig gaan elke morgen naar school, en de andere vijftig elke middag. Meer dan 100 kinderen kunnen niet In één klas."
Even is het heel stil. Dan beginnen alle wachtende mensen tegelijk te praten. Maar de direkteur doet of hij het niet hoort en wandelt de school in. Salange is zo geschrokken, dat ze niets zegt of doet, ze staat daar alleen maar. Moeder is boos .
..Kom", zegt ze, ..we gaan naar een andere school," en ze trekt Solange mee, weg van het schoolveld ... Gelukkig", denkt Solange, ..gelukkig dat wij in de stad wonen. Er zijn scholen zat. Ik hoef niet bang te zijn we zoeken gewoon een andere." Ze lopen een eind. Het is niet eens zo ver, maar hier is alles heel anders dan rond hun huis. De huizen zijn er mooier. De meeste mensen die er wonen hebben werk in de stad. Er zijn kindermeisjes, die voor de kinderen zorgen en eten koken, omdat de moeders ook werken. "Zijn alle mensen hier rijk?" vraagt Solange aan haar moeder ... Stil", zegt die, "wat is rijk? Er zijn mensen die nog veel en veel rijker zijn, maar dat gaat jou niet aan, wijsneus." Kijk, daar is de school. Ze lopen meteen naar het kamertje van de direkteur.
Hij zit achter een groot bureau en schrijft in een boek. "Goedemorgen, meneer", zegt moeder heel beleefd en Solange groet ook netjes. "Zou dit meisje (moeder pakt Solange bij haar arm) hier naar school kunnen in klas één?". De direkteur kijkt naar Solange en dan naar moeder. "Hebt u 300 frank, bij u", vraagt hij, "en een papiertje van uw dorp?" Moeder haalt alles tevoorschijn ... Goed", zegt de direkteur, ..ik zal het meisje inschrijven. Zeg me maar hoe ze heet en hoe u heet en hoe haar vader heet en waar u allemaal vandaan komt." Solange staat heel stil toe te kijken. Het lukt, het lukt, ze gaat naar school! Ze gaat toch naar school!