Leven voor leven
1989-04-14
Lev. 17:11 “Want de ziel van het vlees is in het bloed en ik heb het u op het altaar gegeven om verzoening over uw zielen te doen, want het bloed bewerkt verzoening doormiddel van de ziel."- Jaargang 33
- nummer 8
In de ontmoeting tussen de Here en zijn volk spelen de offers een fundamentele rol. Met name de offers die gebracht worden voor de zonden van het volk.
Kenmerkend voor deze offers is, dat er altijd bloed aan te pas komt.
Bloed, dat gesprenkeld wordt op het altaar, bedekt de zonden. Zo is het altaar de plaats der verzoening.
Bloed is leven
Leviticus 17 waarschuwt er voor om toch vooral voorzichtig om te springen met bloed. De israëlieten mogen niet onnodig bloedvergieten, door maar raak te offeren. Ze mogen zich niet verontreinigen met bloed door vlees te eten, waar bloed in zit.
De Here wil dat de israelieten nauwgezet met het bloed zullen omgaan.
Want het bloed speelt een hele belangrijke rol in de verbondsrelatie.
Het bloed is het zoenmiddel bij uitstek.
Dat maakt het bloed niet heilig, maar de Here wil datgene, wat zo'n belangrijke rol speelt in de verbondsrelatie met allerlei zekeringen omgeven. Daarom de grootst mogelijke zorgvuldigheid met datgene, wat tot het aller intiemste van de verbondsrelatie behoort, de dienst der verzoening.
Waarom moet er bloed aan te pas komen als het gaat om de vergeving van zonden?
De woorden van de tekst geven daar antwoord op... Want de ziel van het vlees is in het bloed" en ..... het bloed bewerkt verzoening door middel van de ziel".
In het bloed is de ziel van het vlees, d.w.z. van mens en dier. En met de ziel wordt het levensprincipe bedoeld.
Dat, wat doet leven.
Allerlei uitdrukkingen in onze taal herinneren daar nog aan. Een bezielend spreker is een man, die een zaal uit grote geestdrift kan brengen.
Die leven in de brouwerij brengt. En wanneer een bedrijf een zieltogend bestaan leidt, dan zit er niet veel leven meer in. De zaak is op sterven na dood.
Zo spreekt de Schrift ook over de ziel van mens en dier. Als het bloed van mens of dier vergoten wordt, dan is het leven el" uit. Dan houdt het schepsel op te leven. Dan sterft de mens.
Vanwege de zonde staat de mens schuldig voor God. Een onbetaalbare schuld, die hem het leven kost.
Zó diep grijpt de zonde in in het leven van een mens, dat hij het recht op leven verspeelt.
God geeft verzoenlng
De Here God wil niet de dood van de zondaar, maar dat hij zal leven.
Daarom eist Hij ook niet het leven van een mens, zijn bloed, maar geeft Hij plaatsvervangend voor de mens het bloed van een dier op het altaar. Dat is het bijbelse principe: leven voor leven, ziel voor ziel.
Hierin komt nu Gods barmhartigheid jegens de mens tot uiting, dat Hij zelf de ruimte schept voor herstel van de levensgemeenschap met Hem.
God geeft het bloed van een dier op het altaar van de zonden van mensen te bedekken.
Daar hebt u ook de oorspronkelijke betekenis van het bijbelse woord verzoening: bedekking. De relatie tussen God en mens wordt verzoend, doordat de zonde, die er tussen staat, bedekt wordt. Zó, dat de zonde niet meer gezien en toegerekend wordt.
Maar het is God, die verzoening geeft, omdat Hij het bloed van het dier op het altaar aanvaardt in plaats van het bloed van de mens.
Dit is dus de centrale gedeelte achter de o.t.'sche offerdienst: God brengt verzoening, God geeft herstel van de gemeenschap met Hem, door de zonden te bedekken.
Tegelijk schiet deze o.t. 'sche offerdienst op één punt te kort. Wat plaatsvervangend voor het leven van de mens gegeven wordt is het leven van een dier. D.w.z. de plaatsvervanging is niet volkomen. Dát is zij pas, wanneer een mens instaat voor het van een mens.
Golgotha
Echte plaatsvervanging is geschied op Golgotha. Daar heeft God hét offerlam gegeven, Jezus Christus, de waarachtige en volkomen mens.
In Hem wordt ten volle zichtbaar dat de verzoening een gave van God aan de mens is. Een geschenk uit de hemel.
Wanneer God naar ons kijkt, dan ziet Hij de Here Jezus, van wie Johannes de Doper getuigd heeft: ..Zie, het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt". In Christus ziet Hij ons als mensen, die dat lelijke jasje van de zonde hebben uitgetrokken. Die gebroken hebben met de zonde. Wat de Here door de mond van Mozes zegt in Lev. 17:11, dat maakt mij helemaal waar in het offer van zijn Zoon op Golgotha. Zijn bloed bedekt de zonden der men-
sen. Zijn bloed herstelt de gemeenschap tussen een Vader en zijn kinderen.
En wanneer de christelijke gemeente het avondmaal viert, dan viert zij de maaltijd van het verbond.
Het feest van de herstelde gemeenschap met de Vader in de hemel door het bloed van zijn Zoon. Het Lam van God, dat de zonde der wereld wegneemt.