Terloops

1989-04-14
  • Jaargang 33
  • nummer 8
In Lukas 17:7 e.v. vertelt Jezus het volgende verhaal (Willibrordvertaling):

"Wie van u zal tot de knecht die hij in dienst heeft als ploeger of veehoeder bij diens thuiskomst van het land zeggen: Kom meteen aan tafel en tast toe? Zal hij niet eerder zeggen: Maak mijn maaltijd klaar, omgord je en bedien mij terwijl ik eet en drink, daarna kun jezelf eten en drinken?
Moet hij die knecht soms dankbaar zijn, omdat hij heeft uitgevoerd wat hem is opgedragen?
Zo is het ook met U; wanneer ge alles hebt gedaan wat u opgedragen werd, zegt dan: Wij zijn onnutte knechten; wij hebben alleen maar onze plicht gedaan."

Een verhaal waar we allemaal genoeg aan hebben. We hebben wel eens de neiging om flink te denken van onszelf. We vinden soms, dat we heel wat doen of heel wat gedaan hebben, in de kerk en buiten de kerk. Op zulke momenten is het goed even aan dit verhaal te denken.
We zijn onnutte dienstknechten en komen bij alles wat we doen nooit uit boven wat onze plicht is. Bij verschillende wedstrijden zie je de winnaars aan het slot op een verhoging klimmen. Wij maken voor ons zelf ook wel van die verhogingen.
Als we het verhaal van Jezus goed hebben begrepen, moeten we maar vlug weer naar beneden gaan. Tijdens vakanties in Zuid-Limburg gingen we vroeger nogal eens door de open hekken een kerkhof op. Op veel stenen staat daar: Jezus barmhartigheid.
Een mooi opschrift. Niet: hij of zij deed dit of dat. Maar: Jezus barmhartigheid. Jezus is barmhartig.
Dat is maar gelukkig. We werken hard of niet hard, we presteren iets of niets, we timmeren aan de weg of komen niet verder dan de huiskamer. En aan het eind van ons leven komen we terecht in een graf, waar "geen denken en doen, geen kennis en wijsheid" meer is (Pred. 9:10). In dat graf loven we God niet meer (Ps. 6:6). Dan blijft echter over, dat Jezus barmhartig is. Hij draagt ons door de diepten heen.

Jaren geleden waren we in Genève op zoek naar het graf van Calvijn.
Het duurde lang voordat we het hadden gevonden. Eerst het kerkhof en daarna het graf. Stoelen van Calvijn zie je gauw, o.a. als je de prachtige kathedraal bezoekt. Het huis, waarin Calvijn gewoond heeft, kun je ook niet missen. Maar het graf van Calvijn zien, dat was moeilijker.
De 'oppasser' van het kerkhof hielp ons. Tegen de stam van een hoge boom aan was een graf met een hekje er om heen. Er is veel groen, maar als je dat groen met je handen wat opzij doet, zie je een steen met de letters: J.C. Een eenvoudig graf voor een groot man. Een man die veel mocht doen voor de Heer, maar toch een onnutte dienstknecht was. Jean Calvin heeft dat wel geweten. Hij heeft dat verhaal uit Lukas 17 wel gekend. Het graf van Calvijn onderscheidt zich van veel andere graven. Eens gaat dat graf open. Dán zal de barmhartigheid van Jezus wéér eens blijken.
J.C. Dat betekent ook: Jezus Christus.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief