Heel het evangelie voor de hele wereld en de hele stad
2010-12-24
Tijdens de beroemde zendingsconferentie in Edinburgh (1910) was er geen enkele officiële vertegenwoordiging uit Afrika. Dat was precies een eeuw later wel anders bij de grote zendingsconferentie, die twee maanden geleden in het Zuid-Afrikaanse Kaapstad gehouden werd. Er waren ruim 4200 deelnemers van wie de meesten afkomstig waren uit Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Marnix Niemeijer behoorde dus tot de Europese minderheid op deze derde Lausanne conferentie. Het werd voor hem een onvergetelijke week, verbindend en inspirerend. Hier volgt zijn impressie.- Jaargang 54
- nummer 25
Wat was er tijdens de conferentie ontzettend veel te zien en te horen! Wanneer ik ’s ochtends vroeg de congreshal binnenliep op weg naar mijn groepstafel speelde op het podium al een veelkleurige band samen met een koor, dat bestond uit zangers van alle continenten. Het raakt mij altijd weer om via muziek de kracht van de verschillende culturen te horen. En voordat ik het goed en wel besefte, was ikzelf elke morgen ook ‘onder de zangprofeten’.
Niet minder bijzonder vond ik het als op grote flatscreens het motto van het congres geprojecteerd werd: ´God in Christ, reconciling the World to himself´ (2 Korintiërs 5:19). En dat niet alleen in het Engels, maar ook in de zeven andere talen, waarin simultaan werd vertaald. Ik ervoer op zulke momenten iets van Gods verzoening door al die vertalingen heen.
| Lausanne-beweging De Lausanne-beweging is een mondiaal netwerk van evangelicals met eensgezinde visie op wereldzending. De beweging heeft haar naam gekregen door de plaats waar de eerste conferentie werd gehouden: in Lausanne (Zwitserland) in 1974. De beginjaren zeventig waren een tijd van grote polarisatie in de kerken wereldwijd, waarin de evangelische beweging (met mensen als Billy Graham en John Stott) zich scherp afzette tegen de oecumenische beweging met de Wereldraad van Kerken. Dat gaf sterke polarisatie. Bij de oecumenische vleugel leek het evangelie steeds meer haar ijkpunt te hebben in sociale betrokkenheid, terwijl bij de evangelischen het evangelie zich versmalde tot het individuele zielenheil. De eerste Lausanne-conferentie bracht hoop voor vele evangelischen die sociale betrokkenheid, naast woordverkondiging, als essentieel onderdeel voor het brengen van het goede nieuws zagen. Opmerkelijk detail: op de derde conferentie in Kaapstad was de nieuwe secretaris-generaal van de Wereldraad, Olav Fykse Tveit, uitgenodigd. Hij sprak de conferentie toe en pleitte er voor elkaar binnen het ene lichaam van Christus te respecteren en samen deel te nemen in de Missio Dei. Zie verder: www.lausanne.org/cape-town-2010. |
De tafel als wereld
Deze dynamiek kwam op kleine schaal terug aan de groepstafels. Want dagelijks zat je tijdens het ochtendprogramma aan een vaste tafel met steeds dezelfde tafelgenoten. Zo zette ik mij aan tafel D863, samen met vier afgevaardigden uit Azië, Oost-Europa en Noord-Amerika. Iedere dag openden we met een Bijbelstudie, waarin Paulus’ brief aan de Efeziërs centraal stond. In de tafelgroepen deelden we met elkaar hoe een ieder het betreffende tekstgedeelte las. En na de inspirerende inbreng van één de sprekers pasten we het Bijbelgedeelte toe op onze eigen context. We deelden inzichten en ervaringen, we bemoedigden elkaar en we baden samen. De tafel was een wereld op zich. We leerden hoe actueel de brief aan Efeze is voor wie zich wil bezinnen op het missionaire karakter van de kerk.
Eenheid
Eén van de vertegenwoordigers uit Nederland, Wout van Laar (voormalig directeur van de Nederlandse Zendingsraad), formuleerde het onlangs in het Christelijk Weekblad zo: ‘Generaties lang baseerden Europeanen de zending op het “Gaat dan heen…” met zijn geografische aanduiding uit het bekende zendingsbevel van Matteüs 28. In de context van onrecht vonden anderen de Bijbelse fundering voor zending in Lucas 4, waar Jezus’ roeping omschreven wordt als “aan de armen het evangelie verkondigen”. In onze tijd van globalisering en fragmentering, met zijn etnische tegenstellingen en vele vormen van gebrokenheid biedt de brief aan de Efeziërs in verrassende frisheid het raamwerk voor een adequaat verstaan van zending en eenheid.’
Centraal in deze brief staat het geheimenis van de gemeente als het lichaam van Christus. Door het kruis van Jezus Christus is vijandschap met God teniet gedaan en zijn de scheidsmuren tussen mensen geslecht. De gemeente als plaats waar je leert afstemmen op de breedte, de hoogte en de diepte van de missie van God met zijn wereld. De gemeente als een voorbode van een nieuwe mensheid.
Maak vrede zichtbaar
Onder andere in de bijdrage van dr. Ruth Padilla DeBorst uit Costa Rica, die hoofdstuk 2 inleidde, kwam dit beeld voor mij actueel naar voren. Niet alleen wordt in dat tweede hoofdstuk tegen de lezers gezegd dat ze door genade zijn overgegaan van de dood naar het leven, maar ook dat God hen ondanks hun grote verscheidenheid - als joden en niet-joden - één maakt. Een gave, belofte en een opdracht. Padilla merkte in dat verband op dat niet status, (etnische) afkomst of sociale klasse voor eenheid zorgen, zoals in het Romeinse Rijk met haar Pax Romana – een vrede, die indien nodig met geweld werd afgedwongen. Paulus geeft aan dat de eenheid gefundeerd is in het goede nieuws, dat gebracht is door profeten en apostelen en dat tot in de dood en opstanding is uitgeleefd door Jezus Christus. Padilla riep de congresgangers op in eigen land ‘agents of Pax Christi’ te zijn. Dat was voor mij, vlak voor de terugkeer naar Nederland na drie weken Afrika, een bemoedigend maar ook appelerend woord. Hoe zullen de kerken in Nederland de hun gegeven Pax Christi zichtbaar en vruchtbaar maken in een samenleving die op ander waarden lijkt te worden gebouwd?
Uitdagingen wereldwijd
De sprekers waren werkelijk afkomstig uit alle windstreken. Dus niet alleen West-Europeanen en Noord-Amerikanen, met namen als Chris Wright, Tim Keller en Os Guinness, maar ook leidinggevende christenen uit de Derde Wereld, zoals Ajith Fernando (Sri Lanka), Patrick Fung (Singapore), Ramez en Rebecca Atallah (Egypte), Antoine Rutayisire (Rwanda) en de eerder genoemde Ruth Padilla DeBorst (Costa Rica).
Zij verzorgden de inleidingen op de hoofdstukken uit Efeze en stelden belangrijke thema´s voor de wereldwijde kerk aan de orde. Het ging over de verkondiging van Jezus als de waarheid te midden van vele waarheden, maar ook over de vervolgde kerk. Een ander stond stil bij de kerk in de diaspora – nu zoveel christenen uit zuidelijke landen in Europa en Noord-Amerika leven. Aandacht was er ook voor de megasteden – circa 50% van de wereldbevolking leeft al in grote urbane gebieden. En natuurlijk stond hoog op de agenda het thema van armoede en onrecht - denk aan HIV-Aids, maar ook aan vrouwen- en kinderhandel. En niet in de laatste plaats kwam de vraag aan de orde naar de volgende generatie van kerkleiders.
Ontroerend
Daarnaast waren er indrukwekkende getuigenissen van persoonlijk discipelschap en van geleefde navolging, zoals die van een Palestijnse christenvrouw samen met een Messias belijdende Jood. Ontroerend was het verhaal van een jonge Noord-Koreaanse vrouw die in China tot geloof was gekomen. En samen luisterden we naar het indringende getuigenis van Libby Little, de echtgenote van Tom Little, die met negen andere christelijke hulpverleners afgelopen zomer in Afghanistan werd vermoord. Op nog weer een ander moment voelde je je eigen woede opkomen bij het relaas van een Indiase vrouw, die vanuit eigen ervaring vertelde over de slavenpraktijk in India.
Na zes weken…
Was het het waard om zoveel mensen naar Kaapstad te laten komen, ook gezien de belasting van het milieu - een terechte vraag in 2010. Nu, zo’n zes weken na het congres, is het voor mij wat gemakkelijker om over deze vraag na te denken. Voor mij waren er drie belangrijke zaken die door het wereldcongres zichtbaar en hoorbaar werden.
Post-Westers
Het eerste is, dat de wereldwijde kerk zich qua aantallen steeds meer aan het verschuiven is van Noord naar Zuid en van West naar Oost. Hebben wij het in het Westen wel over een post-christelijk tijdperk, in andere continenten spreekt men van een post-Westers christendom. Dat betekent onder meer dat voor steeds meer christenen het geloof wordt uitgeleefd in situaties van armoede, onrecht en verdrukking. Veel getuigenissen, waarvan ik er hierboven enkele noemde, spraken van hoop uit situaties van lijden en armoede. Of zoals Patrick Fung het opmerkte: het Woord van God spreekt vaak vanuit de marges en spreekt zo tot centra van macht.
Volle breedte
Het tweede wat in allerlei talen hoorbaar werd, was dat zending (of missie) vooral te maken heeft met een geleefde navolging van onze Heer in het brede leven. Met een streep onder het brede leven. Discipelschap en missionair bezig zijn is iets van alle fundamentele relaties waarin een mens leeft: in relatie tot zijn (Her)schepper, tot zijn medemensen, tot de schepping en tot zich zelf. Ik vond het bemoedigend om in ‘The Cape Town Commitment – a declaration of belief and a call to action’ (dat aan het eind van het congres op tafel lag) te lezen dat zorg voor de schepping getypeerd wordt als een vorm van missionair bezig zijn. Jezus wil alles met zich verzoenen (Kolossenzen 1: 20).
Op het congres werd tijdens een discussiesessie voorgesteld om in dat licht te overwegen of binnen de kerk ook niet een bijzondere functie c.q. ambt nodig is om de gemeente beter toe te rusten in haar relatie met de schepping. Dit naar analogie van de bijzondere ambten van dominee, ouderling en diaken, die gemeentes immers toerusten in haar overige drie fundamentele relaties. Iets om serieus over na te denken lijkt me anno 2010.
Nederig, integer, eenvoudig
En dan het derde. De tijd dat zending een ver reikende, dunne spits was van een dogmatisch juiste verwoording van de evangelische waarheid, heeft zijn langste tijd gehad. De oproep van de Engelse theoloog Chris Wright tot een integrale missionaire levensstijl van nederigheid (tegenover macht en trots), integriteit (tegenover populariteit en succes) en eenvoud (tegenover rijkdom en hebzucht) was weliswaar niet nieuw maar sloeg in. Het sloeg bij mij in vanwege zijn Bijbels onderwijs in rustige, uitnodigende woorden geformuleerd, maar ook vanwege het feit dat ik zijn boodschap beluisterde met mijn medebroers en -zussen, van wie velen de diepe armoede uit eigen ervaring kennen. Zo hoorde ik na de conferentie dat de leden van de Cubaanse delegatie op de vrije donderdag alleen een ontbijt hadden gehad. De lunch en het diner, die op de andere dagen in het congrescentrum werden genuttigd en waarvoor vooraf betaald was, waren op deze vrije dag niet voorhanden.
Samenwerking
Ik eindig met Tim Keller, die sprak over missionair bezig zijn in zijn eigen stad New York. Hij merkte op dat wanneer je liefde voor je stad hebt, je diepste drijfveer niet is je eigen kerk groter te maken, maar de hele stad te bereiken met het goede nieuws van onze Heer. Dan ga je actief voor samenwerking tussen kerken en dan maak je de ander groot in de Heer. Iets daarvan proefde ik tijdens het Derde Lausanne Wereldcongres. En het proeft naar meer, op lokaal niveau en nationaal.
Marnix Niemeijer is directeur van Tear en lid van NGK Amersfoort-Noord.