Werken aan een nieuw oecumenisch Liedboek

2010-12-24
  • Jaargang 54
  • nummer 25
Al een aantal jaren projecteren we in Amersfoort-Noord de liederen met behulp van een beamer. Op de derde adventszondag van dit jaar liep dat van ‘Als een kind de kaars aansteekt’ en Psalm 24 tot het meeslepende lied van André Troost ‘Dat eens de Heer zal komen’ en dat in canon! Misschien zitten Nederlands Gereformeerden, als het gaat om het beameren, wel op de tweede plaats - pal na gemeenten van evangelische signatuur.

Ondanks dat doen we als NGK mee aan een interkerkelijk project om te komen tot een nieuw Liedboek, dat in 2012 moet verschijnen. Die betrokkenheid loopt al vanaf 2007, toen de vorige Landelijke Vergadering unaniem besloot tot aansluiting bij de Interkerkelijke Stichting voor het Kerklied (www.kerklied.net). In de jaren negentig hadden we ook al gezegd dat we als kerken bij een opvolger voor het Liedboek voor de kerken (1973) niet aan de zijlijn wilden blijven staan en in dat perspectief had de stap dus iets logisch.
Daarbij kwam dat niet alleen het meewerken aan een nieuw Liedboek een reden was om aansluiting te zoeken.
Want het wekelijks projecteren van liederen roept toch ook de vraag op hoe het zit met de rechten en plichten rond al die liederen. Het is ingewikkeld - zoveel hoofden, zoveel zinnenzeker als het gaat om een cocktail van dichters, musici en handelaren. Maar ook met dat soort licentiezaken houdt de ISK zich bezig.

Boeiend proces
In dit artikel gaat het me vooral om dat nieuwe Liedboek. Daar is intussen wel iets meer over te zeggen (zie ook: www.liedboek.nl). De Redactiecommissie, die verantwoordelijk is voor de samenstelling van dat beoogde Liedboek, is inmiddels zo’n twee jaar bezig met de selectie van liederen. Die worden vanuit een achttal werkgroepen aangeleverd en moeten vervolgens langs kritisch oog en oor van de genoemde Redactie. En dat is dan nog maar het begin, want uit deze stroom van voorlopig geaccepteerde liederen gaat een representatieve selectie naar de zogenaamde klankbordgroepen, die in alle deelnemende kerken zijn gevormd. Deze klankbordgroepen moeten vanuit hun eigen achtergrond reageren op de gekozen liederen, waarmee de Redactie vervolgens weer zijn voordeel hoopt te doen. Helemaal aan het eind zal er nog wel wat geschoffeld en gewied moeten worden, want de voorlopige selectie dijt al aardig uit.
Dat klinkt misschien wat droog en zakelijk, zoals hoort bij een draaiboek, maar het is een boeiend proces, waarin je de ontwikkelingen in de kerkmuziek van de laatste jaren op allerlei manieren terugvindt. Het spannendst is het tussen de vleugels van oecumenisch en evangelisch met contrasten als liturgisch-volks, klassiekpopulair en soms ook vrijzinnig-orthodox. Luister naar de pas uitgekomen cd met liederen van Willem Barnard (Mens in wind en vuur) en leg daar bijvoorbeeld een recente uitgave van de groep SELA naast (Koninkrijk). Een wereld van verschil, waarbij je de uitersten binnen het christelijke lied nog niet eens te pakken hebt.

Vanaf 1973
Om iets van deze recente ontwikkelingen te zien is het niet onaardig om het traject nog eens even te bezien van de kant van het oecumenische kerklied. In dat idioom werden ook na 1973 vele liederen geschreven die, met support van de ISK, werden uitgebracht in de serie ‘Zingend Geloven’. Totaal kom je op zo’n 700 liederen, veelal geschreven in de stijl van het Liedboek, zowel tekstueel als muzikaal.
Ik heb de bundels wel eens doorgenomen en hield er de indruk aan over, dat de meeste liederen qua zeggingskracht achterblijven bij de gezangen uit het Liedboek. Het repertoire uit ‘Zingend geloven’ brengen me grosso modo te weinig in de sfeer van ‘Jezus is Heer’ en komen weinig in het hart van het werk van onze Heer – kruis en opstanding. Dat geldt zeker voor de latere bundels van de serie, met geregeld liederen, die iets abstracts hebben en andere die in het in wolligheid vaag houden. ‘Gelukkig dat de profeten en apostelen klaardere taal hebben gesproken dan deze lieddichter’ denk ik dan bij zulke liederen, maar dat moet je binnen één bundel natuurlijk niet te vaak hebben. Al neemt dat alles natuurlijk niet weg dat er tussen die 700 liederen ook juweeltjes te vinden zijn, die ik graag terug zie in het nieuwe Liedboek.

Breder
Vanuit dit aanloopje kun je rustig zeggen dat het nieuwe Liedboek zeker niet recht in het verlengde komt te liggen van bundels als ‘Zingend Geloven’. Dat bleek ook op de regionale zangavonden, die in de afgelopen maanden zijn gehouden (de aankondiging kwam wat te laat om het in Opbouw te publiceren, maar er komen nog nieuwe mogelijkheden).
Op die avonden kon je aan de hand van een klein bundeltje liederen kennismaken met een eerste greep uit het geselecteerde materiaal van het Nieuwe Liedboek. Dan merk je dat het Nieuwe Liedboek op allerlei punten anders zal worden dan het Liedboek uit 1973 en dus ook breder dan wat in ´Zingend Geloven´ wordt geboden.
Zo doen - vergeleken met het Liedboek - allerlei nieuwe zangvormen hun intree, onder andere op het terrein van de psalmen. U treft op deze pagina Psalm 27 aan, die in de afwisseling van voorganger en gemeente prima te zingen is. Natuurlijk komen er in het nieuwe Liedboek ook Gezangen terug uit het Liedboek voor de kerken. In het bundeltje waren onder andere Gezang 44 en 26 (Daar is uit ’s werelds duist’re wolken) opgenomen - het laatste mooi herdicht door André Troost.
Kort en goed vond ik ook de eenvoudige bede ‘O Heer blijf bij ons’, die in canon kan worden gezongen. En zo is er meer.

Klankbord
Deze breedte werd natuurlijk ook geconstateerd door klankbordgroep van de NGK. Die hebben we voor het organisatorische gemak maar laten samenvallen met de kleine commissie, die gevormd werd nadat de LV tot aansluiting had besloten (CISK). We proberen met een NGK-bril naar de liederen te kijken. Onze belangrijkste wensen kwamen in het voorgaande al uit. We horen graag in de liederen terug dat Jezus Heer is en dat Hij dicht bij hart en leven van zijn mensen komt (eigenlijk de toon die gezet werd op de Nationale Synode van deze maand). Dus liederen met een warme uitstraling, die talig sprankelen, met Bijbelse doorkijkjes als het even kan. Maar zonder dat door de dichterlijkheid de boodschap in de mist verdwijnt.

Opwekking
Misschien zat u in gedachten al een paar keer bij het evangelische lied. Want in de zeventiger jaren kwamen niet alleen die bundels van ‘Zingend Geloven’, maar verschenen ook de eerste Opwekkingsliederen. Lange tijd was dat een strikt tweesporen gebeuren. Maar ook op dat punt gaan de ontwikkelingen snel, niet alleen in onze kerken maar in de breedte van Protestant Nederland. Wie zou er tien jaar geleden binnen de toenmalige ISK gedacht hebben dat er bij het werk aan een Nieuw Liedboek serieus gepraat zou gaan worden over de opname van een aantal evangelische liederen. Maar dat gebeurt en binnen Redactie en werkgroepen wordt serieus gezocht naar bruggetjes tussen het oecumenische en evangelische lied. Natuurlijk merk je dat daar de gevoelens vaak ver uiteen liggen (zoals bij de Nationale Synode natuurlijk ook speelde rond organist Ardesch). Maar toch!
Over twee weken nog iets meer over dat niemandsland tussen het oecumenische en evangelische lied.

Drs. Freddy Gerkema is predikant van NGK Amersfoort, lid van de redactie van Opbouw en bestuurslid van de ISK.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief