De barmhartige Samaritaan

1990-08-03
  • Jaargang 34
  • nummer 16
Een van de bekendste gelijkenissen is Jezus' verhaal over een' outcast', die aan een beroofd slachtoffer de naastenliefde bewees, welke kerkelijke figuren hadden verzuimd. In ons Schotse Dalmally-kerkje is maar een gebrandschilderd raam: het is deze gelijkenis, die boven de kansel in felle kleuren elke verdwaalde blik aantrekt en opvangt. Practisch christendom - leert ons dit boek der leken.

Vincent van Gogh was zulk een outcast.
Hij viel volkomen uit de toon van het tse eeuwse fatsoenschristendom - maar deed wel het vuile werk. Zijn vertrouwen in de kerkelijke wereld was verloren - maar de Christus der Schriften hield hij vast.
Zo kon hij blijven zaaien, zij het onder druk en tranen.

Kunstschilder
Het was zijn broer Theo, die hem aanmoedigde door te gaan met tekenen en schilderen. Die had opgemerkt, dat Vincent bizonder scherp waarnam en weergaf; zelfs zijn gewoonste ervaringen werden in beelden en kleurrijk verteld. Vincent, die al op veel punten gefaald had, volgde deze raad op; weliswaar werd hij - die tot nu toe meest tegen kost en inwoning had gewerkt - nu totaal financieel afhankelijk van zijn broer. Bovendien schatte hij de tijd, nodig om dit vak te beheersen, op tien jaar. AI die jaren (dat is tot zijn dood) beschouwde hij zich als leerling van de grote schilders; maakte eindeloos schetsen, herhaalde en verbeterde stukken (de zaaier is wel 40 maal geschilderd) maar kon vrijwel niets verkopen, daar zijn turbulente stijl geheel buiten de eigentijdse zoetsappigheid viel.

Men moet wel geschoold zijn om een oordeel over zijn schilderwerk uit te spreken; en ook dan komen er tegengestelde meningen van andere geleerden naar voren. Niettemin kan ook een niet-deskundige opmerken, dat Vincent's kleuren en streken steeds feller werden, indrukwekkender, grootser. Ook dat hij zich toelegde op de zuivere natuur, op de armen der maatschappij, de Bijbel en de litteratuur. En vooral: dat hij trachtte zijn naaste te dienen met licht, lichte bloesems, kleurige bloemen, lichtende figuren.

Was zijn Drentse periode in 1883 (vlak na de breuk met Sien, die door haar moeder was teruggehaald in 'het leven') somber, bruin van toonlater in Nuenen (1883/5) achtte hij zijn 'Aardappeleters' zijn beste werk: kreunende armoede maar onder gouden lamplicht. In Den Haag (1881/3) had hij veel van zijn neef Anton Mauve opgestoken, die ook autodidact was. In 1885/6 werkte hij in Antwerpen, met nieuwe kunstbroeders.
In 1886 werd dat Parijs, waar hij onder de invloed kwam van zijn vrienden Gauguin en Millet.
Daar moest hij zich in doktershanden geven wegens een opgelopen geslachtsziekte; aan deze kwaal is vermoedelijk mede zijn vroege einde te wijten. Eindelijk in 1888 trok hij naar Arles, om meer zon, meer licht te vinden. In het nabijgelegen St. Rémy werd hij enkele malen op eigen verzoek verpleegd wegens zijn falende geest. "Hoe lelijker, ouder, boosaardiger, zieker en armer ik word", schreef hij, "hoe meer ik mij wil wreken door briljante, goed geordende, schitterende kleuren".
Zo overwon hij het kwade door het goede en vond een tegenwicht tegen zijn depressies.

Vincent's geloof
Had hij gebroken met de teleurstellende christenheid van zijn dagen, zijn geloof in Christus en diens komend Godsrijk was erdoor gelouterd.
Naast de Bijbel las hij veel boeken, met voorkeur voor Bunyan, Thomas a Kempis en andere oude schrijvers; daarnaast ook Dickens, Shakespeare en Beecher Stowe; maar niet minder een aantal Franse boeken, die in christelijke huiskamers niet werden geduld als Emile Zola en 'Guy de Maupassant. Van Victor Hugo (les Misérables) onthield hij 'Religies gaan voorbij - God blijft'. Hij leerde de achtergronden van de zondige sociale tegenstellingen kennen.
"Ik zou mannen en vrouwen willen schilderen met iets van dat eeuwige, waarvan vroeger de nimbus het symbool was - dat wij nu zoeken in de uitstraling van het coloriet". - "Ik zou portretten van heilige mannen en vrouwen willen maken, die iets gemeenschappelijks hebben met de eerste christenen". - "Ik ben geen vriend van het tegenwoordige christendom - al was de Stichter sublièm!"
- "Daar is een God die leeft en Zijn oog is op ons". Ziedaar enkele zinnen uit Vincent's brieven.

Mannen en vrouwen in gebed; een stilleven met opengeslagen Bijbel (Jesaja 53!) spreken de christen direct aan. Maar is het gouden licht van de zon, de tere bloesem, niet evenzeer een troost in menselijke smart? Vincent ontdekte dat de kunst er is om God; dat God ervan gediend wil zijn; dat schepping en herschepping krachten van God zijn, die Evangelie verkondigen, zegt een bloqraat", Hij voelde in de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan het hart van Christus kloppen". In een tijd waarin de kerk afwachtend (zo niet afstotend) tegenover de kunst stond, brandde Vincent's verlangen om het Evangelie te verkondigen door middel van zijn kunst". Waar het christendom vastzat (en nog vastzit) aan het gesproken woord en niet open staat voor het visuele, de zichtbare schepping - kwam Vincent met zijn werk. En "waar zijn werk gezien zal worden zal hij het Evangelie prediken':".

Vincent en de wouw
Een van zijn idealen was het eerherstel van de vrouw. Hij had thuis al opgemerkt, dat ook in een pastorie de verhouding tussen man en vrouw veel te wensen kan overlaten; zijn sympathie was daarbij voor zijn moeder, zijn respect voor zijn vader.
Maar niet alleen van zijn Franse schrijvers, ook uit eigen ervaringen zag hij dat de vrouw in de christenwereld vaak tot de 'verdrukten, de armen' behoort. Hij zag "ontredderde huwelijks- en gezinstoestanden':".
Geen menselijke verlatenheid, eenzaamheid, ellende en ontrechting is zo duidelijk uitgedrukt als zijn vrouwenfiguur Smart (Sorrow).
"Vincent herkende Christus in de lijdende mens':".

Zelf stond hij bewonderend tegenover het verschijnsel vrouw. Hij wenste te beminnen en bemind te worden,' Zijn teleurstellingen verhevigden zijn verlangen naar een 'hulpe, die bij hem paste'. De algemene instelling: dat de vrouw oorzaak van de zondeval is geweest, stond hem tegen; deed onrecht aan de vrouw.
Zijn barmhartigheid bracht hem in contact met Sien, de uitgestotene.
Hij heeft getracht iets goeds van haar te maken - het is hem niet gelukt.
En zelf is hij van tijd tot tijd in de armen van 'slechte' vrouwen gevallen. Hij verontschuldigt niet zichzelf - maar de publieke vrouwen:

"Dat mijn smart juist een behoefte aan meegevoel voor anderen opwekte - is dat verkeerd?" - "Vrouwen als zij (Sien) zijn wel slecht, maar oneindig veel meer beklagenswaardig".
"Ze hebben een zekere warmte, zo menselijk, dat de braven er een lesje aan konden nemen".-
"Wat zei Jezus tegen de fatsoenlijke lui van zijn tijd? De hoeren gaan u voor"! - "Slecht? Wie in onze tijd is goed? Wie voelt zich zo rein, dat hij voor rechter wil spelen? Als onze maatschappij een reine en geregelde was, ja dan waren zij de verleidsters - nu menigmaal meer liefdezusters (Soeu rs de charité)".

Zijn laatste hoofdstuk
Toen de schilder zich te Arles vestigde wist hij dat zijn tijd kort was, "steeds bedroefd, maar altijd blij".
"In enkele jaren moet ik een zeker werk afmaken; ik hoef me niet te overhaasten, want daar is geen heil in. Maar in alle kalmte en sereniteit moet ik doorwerken, zo geregeld en geconcentreerd mogelijk. Zo kort en bondig mogelijk. De wereld gaat mij slechts in zoverre aan, dat ik een zekere schuld en plicht heb, omdat ik 30 jaar op die wereld heb rondgemarcheerd.
Uit dankbaarheid wil ik haar een souvenir nalaten in de vorm van teken- en schilderwerk, waarin ik een oprecht menselijk gevoel uit". "Het leven is maar kort, en voor de jaren dat men zich sterk genoeg voelt om alles te trotseren".

Dat korte leven concentreerde zich meer en meer op het licht, de zon, voor wie hij naar het Zuiden was gegaan. Hij werd geen zonaanbidder, maar begreep steeds beter dat Christus de Zon der Gerechtigheid is. In de natuur ging hij de Schepper eren. Bij zijn schildering van Lazarus' opstanding (vrij naar een ets van Rembrandt) werd de centrale plaats niet door de figuur van Christus ingenomen - maar door de zon, die het hele tafereel stralend verlichtte!

Hij vermeed bijna elke poging om Christus uit te beelden, wetend hoe gebrekkig ons penseel is. Toen hij de Kruisafname uitbeeldde, kreeg Maria het gelaat van de Moederoverste, onder wier zorg hij verpleegd was geworden; de gestorvene had echter de trekken van ... Vincent zelf, ondergegaan aan mensenliefde en lijden.

In de plaats van de vroegere zaaier kwam nu de Maaier (die de dood voorstelt, zei Vincent). De maaier bracht echter geen droefheid mee; wel veel zonlicht, gejuich. Vincent wist zichzelf een schoof, die rijp verzameld ging worden, psalm 126.

En dan de barmhartige Samaritaan.
"In die gelijkenis klopt het hart van Christus". Christus leerde hem ermee, dat zijn menswording "niet de vergoddelijking van de menselijke natuur is - maar de liefde van God, die zich vernedert tot de gestalte van een knecht':".

"De beste manier om God te kennen is: Hem lief te hebben". - "Het is om de daad te doen". - "Een levende God, die met onweerstaanbare macht ons dringt naar: aimer encore!"
- De troost, die hijzelf zo bitter behoefde, wilde hij anderen brengen", Hij wilde "iets troostrijks zeggen als muziek". - En Gods Woord was hem daarbij een lamp voor zijn voet, een licht op zijn pad.
Wie het Licht der wereld volgt zal in het duister niet dwalen.

Hij was "een bloem en bloeide voor de ogen van het geweldig Zonnelicht".
Deze bloem viel af - na een slecht gericht schot, en na twee dagen van extra zwaar lijden. En berouw. Maar de gunst des Heeren blijft dezelfde, Psalm 103.

Dr. Miedema besluit zijn sympathieke biografie aldus: "Langzamerhand zijn mijn ogen en mijn hart opengegaan voor de meeslepende kracht, de heroïsche bezieling en de golf van geluk, die ons uit zijn leven tegemoetkomen".

1 dr. R. Miedema, 'Van Gogh en het Evangelie', pag. 40
2 idem p, 59
3 id. p. 27 en 45
4 id. p. 85 en 91
6 idem p. 54
5 dr. Anton Wessels, 'Vincent van Gogh als evangelist', pag. 79
7 id. p. 101
8 id. p. 116

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief