WMO biedt een heleboel werk
2007-10-26
Wat is nu precies die Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO), waarover de laatste maanden zoveel te doen is en waarbij zoveel mensen richting de kerken kijken?- Jaargang 51
- nummer 21
Sinds 1 januari streeft deze nieuwe wet er naar, dat iedere burger zelfstandig en actief moet kunnen meedraaien in de maatschappij. De wet vervangt enkele andere sociale wetten en regels en wat op termijn resteert, is een wettelijk vangnet voor verpleging van ernstig en chronisch zieken, dementerende ouderen, ernstig gehandicapten en chronische psychiatrische patiënten. In de tussentijd moeten burgers allereerst goed voor zichzelf zorgen en vervolgens verantwoordelijkheid voor hun naasten tonen in de vorm van mantelzorg, vrijwilligers- en verenigingswerk.
Waar nodig steunt de gemeente die activiteiten en zorgt zij voor specifieke voorzieningen voor kwetsbare burgers.
Die gemeente is verantwoordelijk voor de WMO en stelt elke vier jaar plannen op voor de diverse aandachtsgebieden van de wet. Zij is verplicht dat te doen in samenspraak met burgers, vooral de burgers die het aangaat en hun (belangen) organisaties. Dat werk is volop gaande (zie ook www.invoeringwmo.nl).
Op negen velden
De negen aandachtsgebieden van de WMO – ‘prestatievelden’ genoemd – draaien om sociale samenhang in wijken en dorpen, hulp rond jeugd met problemen, bundeling van advies, informatie en ondersteuning in één loket, ondersteuning van mantelzorg (familie, buren) en vrijwilligers, bevorderen dat mensen met fysieke en psychische beperkingen meedraaien in de maatschappij en zelfstandig zijn, het verlenen van voorzieningen die dat mogelijk maken, maatschappelijke opvang bieden, zorgen voor openbare geestelijke gezondheidszorg en voor ambulante verslavingszorg.
Dat is nogal wat! Hoeveel diakenen hebben we eigenlijk? Waarschijnlijk niet voldoende. Daarom is het fijn, dat de Gereformeerde kerk vrijgemaakt beschikt over een Diaconaal Steunpunt, dat veel informatie en steun kan geven. Zoals bij het schrijven van dit verhaal, bijvoorbeeld.
Stappenplan
Het steunpunt adviseert de diaconie om zich eerst eens te verdiepen in de WMO door het een en ander te lezen of een deskundige spreker uit te nodigen. Vervolgens moet de knoop worden doorgehakt, of WMO-werk past in de visie van de eigen gemeente richting maatschappij en de rol van de diaconie daarin. Ben je net bezig met een ingrijpend project gemeenteopbouw, dan is het misschien verstandiger de WMO niet te ambitieus aan te vliegen.
Maar is er wel plaats voor de WMO, dan kan een diaconie bekijken in welke aandachtsgebieden van de wet zij een rol kan en wil spelen. Daaruit rolt dan een werkplan. Is gekozen voor een WMO-rol, dan is het goed samenwerking te zoeken. Met andere kerken, bijvoorbeeld. Zoek uit wie de relevante personen zijn en zet die om een tafel of in een werkgroep om te zien of zij al iets meer weten over de WMO en of zij zich ermee willen bezighouden.
Is er een breder kerkelijk draagvlak, dan kun je naar buiten treden. Houd een informatiebijeenkomst voor gemeenteleden en belangenorganisaties en laat de wethouder daar uit de doeken doen waar de gemeente mee bezig is en wat die gemeente hoopt en verwacht van de kerken. Daarna kan de kerkelijke werkgroep een goed onderbouwde keus maken in welke WMO-gebieden er ‘passend werk’ aan de winkel is. En pas op, hardlopers zijn doodlopers.
Vervolgens ontstaan vanzelf contacten met allerlei organisaties, die in het werkgebied bezig zijn. Dat voorkomt op z’n minst dubbel werk.
Voor (veel) meer informatie kunt u terecht op de website van het Diaconaal Steunpunt in Zwolle, www.diaconaalsteunpunt.nl.
Sander Klos is lid van de NGK in Deventer en hoofdredacteur van Opbouw.