Over leven en dood (2): Verrijking

2010-10-15
  • Jaargang 54
  • nummer 20
Het tweede dat ik mij kan herinneren is een woord. We logeren bij oma-Putten, het is 's morgens heel vroeg.
Uit een andere slaapkamer roept iemand: 'Cootje, wat kosten de bekertjes?' Vraag me niet welke bekertjes, geen idee.
Maar ik roep terug: 'Een duppie!' Natuurlijk hebben mijn ouders mij andere, lieve woordjes aangeleerd. Maar van dat duppie weet ik nog plaats en tijd.

Het tweede dat Adam zich kan herinneren zijn woorden van de Here God. Menselijke woorden zijn er nog niet. Die moet Adam zelf maken: ondervinding is de beste leermeester, nietwaar?
God vormt de mens uit stof, uit aarde, lees je in de nieuwe vertaling. Dit is meer dan wat je als kind doet: een pop maken van sneeuw, of een beeldje boetseren uit klei. God vormt de mens:
afar uit adama
stof uit grond –
grondstof –
materie –
atomen –
energie –
adam uit adama.

Adam is spraakmaker. God geeft hem een taalpracticum.
Hij brengt de dieren bij de mens om te zien hoe Adam ze noemen zal, hoe hij hen typeert. Zoals hij ze noemt, zo heten ze. 'Je kunt het, je kunt het!' moedigt God hem aan.
Welke namen Adam aan de dieren geeft, krijg je niet te horen. Hij is niet de samensteller van de paradijseditie van Het Groene Boekje. Want dit praten is geen doel op zich.
God schept door te spreken. Adam heerst door te spreken.
En zo ontdekt hij meteen dat hijzelf alleen is. 'In de dierenwereld zijn ze met z'n tweeën, in de mens-wereld ben ik alleen'.

God schept de ruimte, neemt de tijd – hoeveel, hoelang? De 'diepe slaap', het 'eindelijk' (eindelijk na al die beesten en na mijn diepe slaap) èn de 'late geboorte' van Set – geven te denken.
In elk geval: totdat de mens is wie hij moet zijn. Een levend mens, een redelijk-zedelijk wezen, maar vooral een religieus-
sociaal wezen. Een persoon waar God eer mee inlegt: kijk maar eens hoe goed hij/zij is!

Zó gaat de Here God nog eens aan het werk – nu met Adams eigen lichaam, met dezelfde materialen en dezelfde methodieken. Zodat je je verwonderen moet! Dit doet Adam dan ook! Hier hoor je hem voor het eerst iets zeggen!
Een woord van verwondering:
'Eindelijk een gelijk aan mij,
mijn eigen gebeente,
mijn eigen vlees,
een die zal heten: vrouw,
een uit een man gebouwd'.
Dit is het nu eindelijk! Zij is er nu eindelijk! Deze man gaat uit zijn dak. Daar is dat praten nu voor bedoeld: om je verwondering uit te drukken over alles wat jouw schepper doet – met wolken, lucht en winden, en met planten, dieren, vrinden!

...wij zullen leren leven
van de verwondering:
dit leven, deze aarde,
de adem in en uit,
het is van Gods genade
en zijn lankmoedigheid.

Gij doet ons reizen door de tijd,
verbonden in saamhorigheid,
in vreugde en verwondering,
in hoop en liefde onderling.
(W. Barnard)

Man en mannin, man-mens en vrouw-mens (vandaar waarschijnlijk het Friese frommes), vriend en vriendin, dan ben je rijk.
En jij, modern mens, denkt met de kennis van nu: 'Als God de vrouw maakt uit de grondstoffen van Adam, dan maakt hij ook de man uit de grondstoffen van Maria'.
Daar heeft de HEER dan ook millennia lang naar toegewerkt.
Bij Jezus' komst én terugkomst hoef je dus niet te kijken of je water ziet branden.
Man-mensen en vrouw-mensen: door dit mensenkind, deze mensenzoon, zijn we allemáál rijk.

Natuurlijk kende hij die vrucht hij had er dikwijls bij gestaan, maar voor haar felle kracht beducht was hij er maar weer weg gegaan.

Natuurlijk kende hij dat woord bouw en bewaar de hof voor mij, hij had er toch al van gehoord van kwaad en dood en slavernij.

En hij herkende in die blik de liefde niet en niet Gods Geest en hij ontdekte tot zijn schrik iets dat nog nimmer was geweest.

Hij die de dieren namen gaf die alle macht ontvangen had wist wat hij deed, hij groef zijn graf – toch kwam hij en nam hij en at...

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief