De diaken is niet langer 'de doener'
2007-10-26
Er gebeurt van alles met het diaconaat. Kenmerkend voor deze tijd is de gerichtheid naar buiten, maar ook het interne diaconaat is in beweging. Intern en extern diaconaat beïnvloeden elkaar. Ons diaconaat volgt het voorbeeld van Christus en ook het Oude Testament staat al vol met voorbeelden en oproepen om in die geest te handelen. Veel profeten roepen nadrukkelijk op om onrecht uit te bannen en als volk in eenheid te leven en te delen. Zo wil God worden gediend.- Jaargang 51
- nummer 21
Diaconaat begint bij bewustwording van je afhankelijkheid van God. De mens is van nature niet geneigd God te zoeken, maar gaat zijn eigen weg. Dat lijkt een afstandelijk dogma, maar ieder mens kan zich hieraan spiegelen en de eigen zonde onder ogen zien. De Catechismus benoemt dit in het hoofdstuk Ellende. Wanneer die ellende tot je doordringt en tot wanhoop leidt - ‘God, ik kan het niet alleen!’ – dan is redding nabij. Christus is gestorven voor onze zonden, ál onze zonden. Dat is geen eenmalige gebeurtenis, vervat in een kerkelijk dogma, maar een dagelijkse bewustwording.
Het ligt toch voor de hand dat iemand die diep in de put zit en er door een ander wordt uitgehaald dankbaar is? ‘God, wat kan ik voor u doen?’ Diaconaat gaat dus niet over het verdienen van de eeuwigheid, of het in evenwicht houden van de eigen balans. Nee, het is dé uiting van dankbaarheid voor de genade die wij krijgen.
Diaconaat of missionaat
Parallel aan de herwaardering van het externe diaconaat loopt ‘de ontdekking’ van het diaconaat door het missionaat.
Diaconaat geldt daarbij als een ideaal middel om contacten en vertrouwensrelaties te krijgen met de niet-christelijke buitenwereld. Op zich goed gezien. De kerk heeft als roeping het evangelie te verkondigen, dus waarom niet middels diaconaat? Toch heb ik enige reserve bij deze redenering, want als diaconaat vooral dient als lokmiddel voor het missionaat, dan gaat dat voorbij aan de bijbelse oproep om onvoorwaardelijk om te zien naar de naaste. Dit neemt niet weg, dat van diaconaat een getuigenis uitgaat. Door het navolgen van Christus, zichtbaar in het dienen van de naaste, kan verwondering ontstaan en dat biedt de kans uit te leggen wat het evangelie (voor jou) inhoudt. ‘Wie zijn toch die mensen die zich belangeloos (en trouw) inzetten voor elkaar én voor anderen?’ In 1 Petrus 3:15 staat hierover: ‘Wees te allen tijde bereid te getuigen van de hoop die in u is.’ Weet dus welke hoop in u is, durf daaruit te leven en te dienen en leg zo nodig uit wat dit inhoudt.
Afstemming
Een soepel lopend diaconaat vraagt om afstemming en coördinatie. Zo geeft Handelingen al voorschriften voor de verzorging van de Griekse weduwen. Het is heel normaal dat pastoraat en zusterhulp met elkaar afstemmen. Komt daar het dienen in de samenleving bij, dan is die afstemming nog belangrijker.
Heel concreet kan het nodig zijn met andere kerken te overleggen, zodat niet meer kerken in dezelfde wijk een opvanghuis voor thuislozen beginnen, waardoor andere wijken aan hun lot worden overgelaten. Zo’n afstemming kan uitmonden in ‘wijkadoptie’, waarbij elke kerk zich ontfermt over een bepaalde wijk. Voordeel hiervan is, dat de gemeente als eenheid naar buiten kan treden. Dat bewoners weten welke kerk het ‘baken van hoop’ in hun wijk is en het maakt efficiënte samenwerking mogelijk met maatschappelijke organisaties. Ook wanneer de kerk zich beperkt tot kleine sociale taken in de wijk, kan dit al een groot effect hebben.
Ondersteuning
Enkele nieuwe organisaties houden zich nadrukkelijk bezig met diaconaat naar buiten of willen dit ondersteunen.
Zo stelt stichting Present groepen vrijwilligers, veelal kerkleden, in staat bij plaatsgenoten eenmalig een grote klus te doen, waardoor een hulpverleningstraject meer kans van slagen heeft; een vervuild huishouden opknappen, een inboedel verhuizen, een verwilderde tuin aanpakken e.d. Een ander voorbeeld is stichting Hulp In Praktijk, die individuele kerkleden in staat stelt eenvoudige klusjes te doen, waardoor mensen uit de hulpverlening kunnen blijven.
Bijvoorbeeld een gordijntje ophangen bij een stramme bejaarde, een kopje koffie drinken bij een eenzame weduwe, een heg snoeien bij een zieke. Allemaal dankbaar werk, dat aanknopingspunten biedt voor contact in de eigen wijk, want naast zulke concrete hulpvragen is eenzaamheid de grootste nood in onze samenleving.
Ook reguliere vrijwilligerscentrales zijn mogelijke partners van kerken. Hierbij kan de identiteit, de mogelijkheid tot getuigen, wel onder druk komen te staan.
Samenwerking
Diaconale samenwerking stelt kerken direct voor vragen over kerkelijke samenwerking. Kon dit onderwerp in de verzuilde situatie makkelijk op de lange baan worden geschoven, nu vraagt het om een antwoord.
Samenwerking was tot voor kort een gevoelig onderwerp in de kerken. Vaak speelden hierin ook pijn uit het verleden en vooroordelen mee. Onlangs is op de website van Diaconaal Steunpunt een peiling gehouden over de opvattingen over samenwerking tussen kerken. Hieruit bleek heel duidelijk, dat diaconaal weinig belemmeringen worden gezien om met andere kerken (ook al wordt niet formeel samengesproken) samen te werken. Dit is typerend voor deze tijd, waarin meer wordt gezocht naar wat bindt dan naar wat scheidt. Slechts een minderheid houdt vast aan de lijn, dat samenwerking ophoudt bij de grenzen van de formele erkenning van kerken of verbanden.
Het is goed denkbaar dat diaconale samenwerking de band tussen christenen en kerken verstevigt. Dit brengt de verschillen terug tot hun werkelijke proporties. Het diaconaat kan naast een dienst aan de samenleving ook een stuwende kracht achter kerkelijke eenheid zijn.
Diaconaal Platform
Er zijn er al veel voorbeelden van interkerkelijke initiatieven. Denk aan inloophuizen, maaltijdprojecten en bezoek- en ondersteuningsinitiatieven.
Een aantal voorbeelden is beschreven in de brochure Diaconaat Dichtbij. Overigens zijn veel van die projecten begonnen als interchristelijk project, dus zonder directe steun van de eigen kerk, en pas later door de kerk geadopteerd of gesteund. Veel projecten zijn ontstaan in een diaconaal platform, waar diaconieën uit verschillende kerken in een bepaalde plaats aan tafel zitten. Hier ontstaan gezamenlijke initiatieven of wordt informatie gedeeld.
Bijvoorbeeld een voorlichting over schuldhulpverlening in de regio, of plaatselijk beleid rond de WWB (bijstand).
Ook kan van hieruit een gezamenlijk geluid klinken in een WMOraad. In de WMO-raad biedt de gemeente inspraak over zorg- en welzijnsaangelegenheden in de samenleving. Zo kunnen de kerken, ook al zijn ze afzonderlijk misschien klein, hun krachten bundelen en een gezamenlijk geluid van genade laten horen.
Diaconale infrastructuur
Om deze ‘nieuwe’ taken ook op langere termijn inhoud te kunnen geven, moet de structuur van de diaconie dat mogelijk maken. Een diaken zonder wijktaken kan zich volledig concentreren op externe of beleidsmatige kwesties.
Dit is nodig, omdat het diaconaat complexer is geworden. Ook de diaconale bewustwording van de gemeente is een punt van aandacht. De communicatie met de gemeente en de toerusting vragen dus om prioriteit.
Om over al deze aandachtgebieden overzicht te houden, is ‘diaconaal beleid’ noodzakelijk. Je zou kunnen zeggen dat er behoefte is aan een duidelijke structuur, waarlangs het diaconaat intern en extern werkt en kan worden gestimuleerd.
De diaken is al lang niet meer ‘de doener’. Juist coördineren en stimuleren is een kerntaak. In de diaconie zijn dus ook denkers nodig, om te stimuleren dat de gemeente zowel onderling als in de samenleving kan dienen.
Dirk-Albert Prins is werkzaam bij het Diaconaal Steunpunt (GKv). Dit artikel is vanuit de ervaringen binnen de GKv geschreven. Waarschijnlijk wijkt dit weinig af van de NGK. Vanuit deze rol heeft hij ook contact met de Centrale Diaconale Commissie (NGK).