Van ‘grondvesting der wereld’ tot Grunneger Biebel
2010-11-12
Ruim een half jaar geleden werd door leerlingen en vrienden aan de toen bijna 90-jarige dr. Douwe Holwerda een feestbundel aangeboden met de mooie titel ‘Het stralend teken’. Daarvan hebt u een verslag je kunnen lezen in de Opbouw van 5 februari. Maar een meer inhoudelijk artikel over het boek bleef tot nu toe uit. Te lang – met excuus aan de jubilaris en de redactie. - Jaargang 54
- nummer 22
Dr. Holwerda is zeker voor de oudere Opbouwlezers geen onbekende, want decennialang leverde hij in ons blad zijn bijdragen. Karakteristiek was dat zijn aanvliegroute naar een Bijbeltekst – en niet zelden een enkel woordmeestal anders was dan die van de gemiddelde Bijbellezer (of theoloog).
Daarin merkte je dat hij echt als een kenner van het oorspronkelijke Grieks zo’n tekst oppakte en uitwerkte. Ook typerend voor Holwerda was, dat hij zich met zijn uitleg weinig stoorde aan gangbare opinies. De talige argumenten gaven voor hem de doorslag in zijn exegeses en dat is tot op vandaag zo.
Passie
Holwerda heeft zijn leven lang met grote passie gewerkt in de klassieke talen en dan vooral het Grieks. Dat was zo in zijn academische arbeid, maar niet minder in zijn omgang met het Nieuwe Testament. Hij studeerde er met grote aandacht en eerbied inuit liefde voor het Woord en de gemeente.
In de feestbundel schrijft zoon Henk, dat zijn vader behoorlijk uit zijn slof kon schieten als iemand aan een Bijbeltekst een onwaarschijnlijke draai gaf en zo – bewust of onbewust - de betreffende tekst meer gebruikte dan diende. Aan de andere kant genoot Holwerda merkbaar, wanneer hij een Bijbelwoord met zijn uitleg kon verhelderen.
En vertelde hij er iets over, dan was dat niet zelden met een zekere ontroering in zijn stem, zo schrijft Henk.
Twee mannen
Henk Holwerda, één van de redacteuren van de bundel, heeft als wiskundige trouwens ook nog wel wat van het talige meegekregen van zijn ouders, gezien zijn lezenswaardige overwegingen bij Genesis 2 en 3. Ook twee andere zonen schrijven in de bundel, onder wie Klaas, die in de jaren negentig onze kerken als predikant diende en nu binnen de PKN werkzaam is. Klaas doet me in zijn oog voor details en samenhangen in de Schrift het meest aan zijn vader denken. In zijn studie over ‘En zie, twee mannen’ (Lucas-Handelingen) brengt hij je bij de verheerlijking op de berg, waar deze twee mannen – herkend als Mozes en Elia – met Jezus spreken over zijn lijdensweg.
Maar de Amsterdamse predikant legt vervolgens de verbinding met twee andere plaatsen in het evangelie (na Jezus’ opstanding en hemelvaart), waar Lucas deze ongewone wending bezigt.
Of je nu zo’n duiding volgt of niet, het prikkelt wel tot nadenken over zulke teksten. Daarin valt de appel niet ver van de boom, want precies die uitwerking hebben de exegetische studies van zijn vader ook.
Verkiezing
Bij zijn exegetisch werk rekende Douwe Holwerda weinig met de rol die Bijbelteksten speelden in de breedte van de theologie, bijvoorbeeld in de dogmatiek. Zo noemde hij zelf in een interview met het Reformatorisch Dagblad zijn uitleg van Handelingen 13:48 - één van de sleutelteksten uit de leer van de verkiezing - als zijn grootste ontdekking in de grondtaal van het Nieuwe Testament.
Ook al hebben alle vertalingen iets als ‘en allen die voor het eeuwige leven bestemd waren aanvaardden het geloof ’, Holwerda verdedigt met volharding de vertaling ‘allen die zich hadden toegelegd op het eeuwige leven …’.
Toch blijft deze uitleg van Handelingen 13:48 in de feestbundel niet onweersproken, want de vrijgemaakte hoogleraar Erik de Boer voert in zijn lezenswaardige bijdrage een krachtig exegetisch pleidooi voor de gangbare vertaling.
Vóór de schepping
Datzelfde gebeurt met Holwerda’s spraakmakende uitleg van een andere Bijbelse wending, namelijk ‘de grondvesting der wereld’. Ook die staat trouwens niet los van de verkiezingsleer, vanwege Efeziërs 1:4 - ‘In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen om voor hem zuiver en heilig te zijn ….’. Holwerda verdedigde al in de vijftiger jaren van de vorige eeuw de opvatting dat het bij de grondvesting der wereld zou gaan om de bevrijding van Israël uit Egypte.
Dr. Jaap Dekker (kerndocent Bijbelse vakken aan de NGP) heeft in zijn boeiende bijdrage aan de bundel Holwerda’s interpretatie nog weer eens tegen het licht gehouden. Dekker stemt wel toe dat de bevrijding uit Egypte (en Babel) op meer dan één plaats in het Oude Testament wordt beschreven in termen van een nieuwe schepping – vooral in Jesaja – maar
gaat toch niet mee met Holwerda’s opvatting
dat ‘grondvesting der wereld’ zou slaan op Israëls exodus uit Egypte.
Volgens Dekker heeft deze wending in de breedte van het Oude Testament betrekking op de schepping en zo zal dat dus ook in Efeziërs 1 gelezen moeten worden.
Filoloog-theoloog
Ik vroeg me wel af hoe het kan, dat op zulke punten de filoloog Holwerda en de theologen Dekker en De Boer qua uitleg zo uiteengaan. Komt dat omdat er bij de bijbels-theologische exegese toch boventonen meeklinken, die in een zo puur mogelijke filologische uitleg niet hoorbaar worden? Hoe dat ook zij, winst is in ieder geval dat deze toegewijde taalgeleerde theologen en andere Bijbellezers met zijn studies prikkelt om langer te luisteren naar de woorden van de Schrift.
Stevige kost
Lang niet alle scribenten gaan op deze wijze in discussie met de jubilaris. Zo komen de predikanten Henk de Jong, Frans van Deursen en (neef) Klaas Holwerda met goed leesbare, eigen studies. Verder schrijft Kees van der Ziel (mederedacteur en initiatiefnemer) naar aanleiding van Johannes 7 over ‘Jezus als de Bron der bronnen’ en Gerard de Lange over de vraag of het boek Openbaring zo strak betrokken moet worden op de ondergang van Jeruzalem als Holwerda veronderstelt.
Met die twee artikelen kom ik in de categorie van bijdragen, waar ook de geïnteresseerde Opbouwlezer wel even voor zal moeten gaan zitten.
Dat geldt zeker ook voor de studie van Klaas Veenhof naar een aantal Oudtestamentische citaten in het Nieuwe Testament, maar hij raakt daarmee natuurlijk wel de thematiek die Holwerda geregeld aansneed.
Boeiend in Van Houwelingen’s artikel over het ‘Nieuw Jeruzalem’ vond ik om te zien met hoeveel Oudtestamentische achtergrond dat nieuwe geschetst wordt. Hij noemt onder andere het paradijselijke dat verrijkt terugkeert en de toestroom van de volken, die doet denken aan Jesaja 2, maar toch weer anders is.
Dat je vanuit het werk van Holwerda heel wat kanten uitkunt, laten predikant Paul Kurpershoek en jurist Fokko Oldenhuis zien. Zij brengen de ‘zaak Goeree’ en het supergevoelige ‘zijn bloed kome over ons en onze kinderen’ ter sprake. En zo kom je wel op meer buitenplaatsen in deze bundel.
Grunneger
Ontzettend leuk om te lezen – en daarmee sluit ik af – vond ik de korte artikelen over Holwerda’s bijdrage aan de Grunneger Biebel. Van huis uit was hij een Fries die het Gronings op school leerde. ‘Mor t bleek al gaauwachteg oet, dat zien vertoalens altied ien prachteg mooi, geef Grunnegers weergeven wazzen. Olde woorden dij deur tied ien onbruuk roakt wazzen, kwammen ien zien vertoalens weer tot leven’, zo schrijft Marten van Dijken, die met Holwerda in de werkgroep voor het Nieuwe Testament zat.
En karakteristiek voor Douwe Holwerda is natuurlijk ook een ander zinnetje: ‘nait votdoalek ter boven op, mor eerst boudel rusteg van ale kanten bekieken’.
Kortom een mooi initiatief deze feestbundel voor iemand, die zoveel jaren een bijzondere plek heeft gehad in onze kerken en in het exegetische veld van het Nieuwe Testament. Wel vooral natuurlijk voor degenen onder ons, die wat met taal en tekst hebben.
Drs. F. Gerkema is predikant van de NGK van Amersfoort-Noord en redacteur van Opbouw.
| Ons bereikte het droeve bericht dat op 3 november jl. zr. Tiny Holwerda, de vrouw van br. Douwe Holwerda, op 86-jarige leeftijd is overleden. Als redactie wensen we br. Holwerda, zijn kinderen en kleinkinderen Gods nabijheid en steun toe om dit verlies te dragen. |