Zendelingszoon Hans Busstra maakt documentaire over jeugd
2010-11-12
Tot zijn achtste groeide hij op in het dorpje Vryheid in Zuid-Afrika, als zoon van zendeling Piet Busstra. Na zijn terugkeer in Nederland bleef hij heimwee houden naar die acht harmonieuze jaren. In 2009 keerde Hans Busstra daarom terug, om dat knagende gevoel in een documentaire vast te leggen. Ons Sal Altyd Vriende Bly was het resultaat. ‘Ik heb me verzoend met mijn afkomst.’ - Jaargang 54
- nummer 22
Hans Busstra studeerde geschiedenis in Groningen, schakelde na een jaar over op internationale betrekkingen, ontdekte via een bijbaantje en een cursus de wereld van film en documentaire, werd daar zo door geïntrigeerd dat hij de gok waagde en aan de filmacademie begon. Hij studeerde juni af en is inmiddels als freelance filmmaker werkzaam vanuit Rotterdam.
Het klinkt niet echt on-Hollands. En toch. Hans werd bijna tienduizend kilometer van deze leefwereld geboren, als zoon van zendeling Piet Busstra in het dorpje Vryheid, Zuid-Afrika.
Daar bracht hij de eerste acht jaar van zijn leven door. En hoewel het alweer twintig jaar geleden is dat hij terugkeerde naar Nederland, is hij die afkomst nooit vergeten en bleven die jaren zijn leven beïnvloeden. Een gevoel dat wellicht alleen andere kinderen van zendingswerkers echt zullen begrijpen.
In 1998 bezocht Hans met zijn ouders voor het eerst weer zijn geboorteplaats, maar als puber deed het hem niet zoveel. Toen hij tien jaar later echter nog eens terugging, raakte hij zwaar onder de indruk. ‘Het voelde als een enorm thuiskomen’, vertelt hij.
‘En het begon te borrelen. Ik had iets uit te zoeken.’ Hans was op dat moment al enige tijd aan het zoeken naar een onderwerp voor zijn eindexamendocumentaire voor de filmacademie. Hij overwoog eerst iets politieks of maatschappelijks, maar na zijn ervaringen in Vryheid wist hij dat het dáár over moest gaan. En dan in het bijzonder over oom Kobus, een blanke boer waar Hans mee opgroeide.
Warm en harmonieus
Het was een spannende keuze om zo’n – in vaktermen – egodocumentaire te maken, want in de vele gesprekken met coaches en filmmakers van de academie kwam Hans’ ziel aardig bloot te liggen. En bleek wat een diepe sporen zijn jeugd heeft achtergelaten.
‘Ik heb altijd wel een vorm van heimwee gehad’, zegt hij. ‘Ik denk dat iedereen dat wel heeft, dat je je kindertijd idealiseert en er altijd naar terugverlangt. Maar bij mij was het extra sterk, omdat ik op mijn achtste uit die wereld was weggerukt. Ik verliet een plek die warm en harmonieus was en kwam in een, voor mij, koud en kil Nederland. Dat was best een cultuurschok. Dat een leerling een leraar uitschold, was voor mij bijvoorbeeld heel schokkend.’ ‘De wereld waar ik vandaan kwam, was harmonieus. Mijn vader werkte weliswaar onder de Zoeloes, maar ik groeide op in een conservatief, blank dorp, een dorp waar alles klopte’, vervolgt hij. ‘In Nederland kreeg ik opeens te maken met een soort scheidslijn tussen gelovigen en niet-gelovigen.
Dat vond ik heel moeilijk.
Voor het eerst stond er een andere wereld tegenover de christelijke wereld.
Er was geen harmonie en ik ging me schamen voor mijn geloof. Ik belandde eigenlijk tussen twee werelden.
Tussen Zuid-Afrika en Nederland, maar veel meer nog tussen de christelijke en niet-christelijke wereld. En dat was een eenzame plek.’ Hans werd zich dit pas later bewust.
Eigenlijk pas toen hij in 2008 met zijn ouders terugkeerde en daarna met de documentaire aan de slag ging.
Dertig uur
De warme gevoelens die Hans tijdens die bezoeken kreeg, heeft hij in zijn film proberen vast te leggen. ‘Het filmen was heel nostalgisch, ook omdat het land bijna niet veranderd is. Het is echt een gevoelsfilm: niet alles wordt allemaal letterlijk besproken, ik wilde het vooral laten zien. Een filmmaker zei eens dat als je een film in één kantje kan samenvatten, je hem beter niet kunt maken. Je moet iets laten zien wat je niet kan uitdrukken in woorden.’ Uitgangspunt voor zijn documentaire werd een zinnetje dat hij twintig jaar geleden bij zijn vertrek uit Vryheid tegen oom Kobus zei: ‘Ons sal altyd vriende bly’. Hans was het zelf al bijna vergeten. Oom Kobus niet.
Onder die nostalgische titel probeerde Hans de ‘cocktail’ van gevoelens die hij had in beelden te vangen: zijn jeugd, zijn geloof, God, oom Kobus, en ook het land. ‘Er is iets met Zuid-
Afrika wat je raakt. Je ziet er de mystiek van Gods schepping.’ Hans werkte een jaar lang aan zijn plan voor de documentaire. Hij ging met een groep van Masakhane mee om research te doen en kwam in 2009 terug met een filmcrew om een maand lang te filmen. Ze bezochten Vryheid, verschillende plekken in het zendingsveld en de boerderij van Kobus en verzamelden daar meer dan dertig uur aan materiaal. Schitterende shots van de wijdse landschappen, beelden van zijn oude basisschool en het kerkje dat zijn vader bouwde, gesprekken met oom Kobus, Elina, de huishoudster van hun gezin, en andere oude bekenden en veel meer.
Terug in Nederland kostte het Hans drie maanden fulltime werk om uit die vele uren aan beeld 25 minuten te selecteren voor zijn eindexamenproduct.
Een hels karwei, maar hij is tevreden met het resultaat. Hij zocht naar een bepaald gevoel en heeft dat te pakken gekregen.
Apartheid
De documentaire werd deze zomer uitgezonden tijdens het Nederlands Filmfestival. Naast positieve reacties waren er ook diverse mensen bij wie de film in het verkeerde keelgat schoot. ‘Veel mensen zetten de film direct in het licht van de apartheid en de ongelijkheid die er nog steeds is. Ik ga daar niet mee om zoals sommigen dat misschien zouden willen. Ze vinden de film daarom te vrijblijvend’, legt Hans uit. ‘Wij zijn een kritisch land, hebben de illusie dat we objectief zijn en hebben over alles in de wereld al snel ons oordeel klaarliggen.
Dus wordt er in documentaires een kritische houding verwacht. Als je dat niet doet, ben je meteen naïef. Het is bijna politiek correct om daarheen te gaan en kritische vragen te stellen. Ik heb die kritische vragen heus wel gesteld, maar heb ze bewust uit de film gehouden. Het is geen praatfilm, ik heb mijn liefde voor het land willen laten zien.’ Los van deze reacties is de film voor Hans zelf van grote waarde geweest.
‘Het is een geloofsgetuigenis. Niemand zal dat eruit halen, maar voor mij is dat het wel. Het heeft me erg geholpen. Ik heb me verzoend met mijn afkomst. Nu voel ik rust. Dit moest ik doen.’
| Zondag 21 november, 00.30 uur De film Ons sal altyd vriende bly wordt op zondag 21 november om 00.30 uur bij de Boeddhistische Omroep uitgezonden. Het klinkt wellicht wat raar, maar de omroepen ondersteunen de filmacademie door de afstudeerfilms uit te zenden en de Boeddhistische Omroep had wel oren naar het werk van Hans. Onder het mom: ‘als de film je een betere christen maakt, is dat ook boeddhistisch’. |