Over leven en dood (3): Vervreemding
2010-11-12
Het derde dat ik mij kan herinneren is de evacuatie – uit de Hollandse waterlinie, naar het 'veilige' Noord-Holland, in de nacht 13 op 14 mei 1940. Dertig jaar later kwam ik mezelf tegen in een brief van mijn vader aan zijn moeder: 'De kinderen waren wonderlijk rustig, zelfs Cootje zeurde niet eens' – kun je nagaan! Eenmaal in Egmond: 'Cootje heeft toen twintig uur aan een stuk geslapen!' - Jaargang 54
- nummer 22
Ook Adam en Eva moesten evacueren – uit de vuurlinie van de cherubs en het heen en weer flitsende vlammende zwaard, naar... Ja, waar naartoe? Het staat er zo simpel, zo pijnlijk, zo onmogelijk: om de aarde te gaan bewerken, waaruit hij was genomen. Naar the middle of nowhere.
Onbegonnen werk. Maar zij moeten eraan beginnen! Hoe dom kan een mens, kunnen mensen zijn! Duizenden en duizenden jaren later zal een koningin, het meisje Ester, klagen:
Gij hebt ons naar uw woord gedaan,
Gij heb ons aangenomen.
O Heer, hoe zijn wij voortgegaan!
Waar is het toe gekomen!
(W. Barnard)
Waar is het toe gekomen?
Is het je opgevallen dat er in Genesis 2 tussen man en vrouw niet wordt gepraat? Hij roept iets over haar: 'Eindelijk één gelijk aan mij'. Hij noemt haar: Mannin, Eva. Maar hij praat niet met haar, en zij praat niet met hem.
Is het je opgevallen dat er steeds sprake is van 'de vrouw' (zeven keer) en 'de mens' (zeven keer)? Moderne romanschrijvers doen dit ook wel eens. Dan hebben ze het consequent over: de vader, de moeder. Zo schep je afstand, vervreemding.
En dit doet de slang: hij schept afstand.
Tussen mens en God.
Tussen mens en mens.
En zelfs – beef als je dit schrijft, beef als je dit leest – tussen God en mens!
O Heer, hoe zijn wij voortgegaan! Waar is het toe gekomen!
De HEER liet uit de aarde allerlei bomen opschieten die er aanlokkelijk uitzagen, met heerlijke vruchten. En de boom in het midden van de tuin – zijn vruchten zagen er heerlijk uit, ze waren een lust voor het oog, en de vrouw vond het aanlokkelijk dat de boom haar wijsheid zou schenken.
Zo op het óóg was er dus helemaal niks mis met die boom.
Maar op het gehóór was er van alles en nog wat mis – donder en bliksem, dood en verderf! Ga maar na...
- Een dier praat niet.
- Jij, mens, heerst óver de dieren, en dit is iets anders dan: jij laat je beheersen dóór de dieren.
- Niet door ogen van een beest, maar door de ogen van een mens kijkt Gods Geest je aan. En dit had Eva, dit had Adam kunnen weten.
- In het verhaal van De Ring zegt Gollem: 'My precious, mijn lieveling'. Met hetzelfde woord en dezelfde intonatie...
praat hier de slang, denkt de vrouw en eet de mens: aanlokkelijk, heerlijk, precious!
- Kennen van goed en kwaad is: het verschil proeven tussen zoet en bitter, leven en dood.
- En vergeet niet: deze boom was geen wak in het ijs, maar een tak vóór het wak!
Velen van onze generatie maakten een valse start – in de wereldoorlog van 1940-45 en in de kerkstrijd van 1944 en '67. Zoals Jozef een valse start maakte, er zeventien jaar over nadacht, en toen tot zijn broers zei: 'Maar wees niet bang, en maak jezelf geen verwijten dat jullie mij verkocht hebben, en dat ik hier ben terechtgekomen – want God heeft mij voor jullie uit gestuurd om jullie leven te redden'.
'Sterven zal ik om te leven', laat Mahler aan het eind zijn tweede symfonie zingen.
We zijn gewond, en juist daardoor genezen.
Anders gezegd:
aan onze generatie is de genade bewezen
om in een genadeloze tijd
de genadigheid
van de genade te verkondigen.
‘...”emanciperen” naar het rijk Gods, waarin alle vervreemding en vreemde overheersing verdwenen is, is niet iets wat je maakt, maar iets wat je krijgt, net zoals echte liefde alleen maar een geschenk kan zijn. Dit is de ‘hoop’ van het rijk Gods. In een laboratorium (zoals Ernst Bloch de wereld noemt) valt er niets te hopen. Hoop is alleen daar waar liefde is. Omdat in de gekruisigde Christus liefde over de dood heen mogelijk is geworden: daarom mag de mens hoop hebben'. (Joseph Ratzinger)
Ik sprak niet ‘goede Dood’, ik sprak niet ‘booze’, En 'k had het leven nooit zoo lief gehad.
(Jacqueline van der Waals)
| - Na de velde die bollen van maïs en hellen naar de rivier - na een stadje als Castle Combe in Wiltshire maar dan Hollands en heel klein - zet de veerman mij over de heen-en-weerwolf zoals Annie zegt ik betaal aan Charon het gelag over de Styx - dan liggen daar de weilanden De Wijde Landen voor vele generaties voor mij de toekomst… |