Vrijzinnig
2010-11-12
De lijnen in kerkelijk Nederland gaan in onze tijd meer en meer convergeren.- Jaargang 54
- nummer 22
Dat dat geldt voor ‘de kleine oecumene’ (GKV, CGK, NGK) is niet zo verwonderlijk; opmerkelijker is dat een soortgelijke beweging ook in de PKN te vinden lijkt. Natuurlijk, ook de atheïstische dominee Klaas Hendrikse hoort bij de PKN, maar hij is niet bepalend voor waar de PKN in onze tijd voor staat. De ontwikkeling lijkt in een andere richting te gaan.
In het Christelijk Weekblad van 24 september schrijft de Kamper Nieuw-testamenticus, dr. Riemer Roukema:
In de praktijk heeft de geestelijke vrijheid die vrijzinnigen zich veroorloven vaak als effect dat het christelijk geloof op losse schroeven komt te staan. God vervaagt, Christus wordt een inspirerend mens, de heilige Geest wordt algemeen religieus opgevat. Het gevolg is dat vrijzinnigen vaak tot de conclusie komen dat ze het christelijk leven niet zo nauw hoeven te nemen. Een volgende stap is dat vrijzinnigheid vrijblijvendheid wordt.
De grote vraag is echter wat je dan nog hebt over te dragen aan een volgende generatie. Hoe zullen jongeren bij zo’n geloofsbeleving, die wat vaag geworden is, nog tot geloof in Christus komen, langs die weg God leren kennen en hun doop leren beamen? Hoe zullen jongeren dan nog leren bidden en Bijbellezen en hun vertrouwen op God stellen?
Het antwoord op deze vragen is: in vrijzinnige kringen gebeurt dat nauwelijks meer. Vandaar dat vrijzinnige gemeenten (ook gemeenten die formeel niet zo heten) de jongere generatie vaak niet kunnen vasthouden en alleen maar kleiner worden.
Weliswaar zijn er soms mensen die zich van elders bij vrijzinnige gemeenten aansluiten, maar meestal zijn zij afkomstig uit ‘orthodoxere’ gemeenten of kerkgenootschappen. Steeds opnieuw zijn er - begrijpelijk genoeg!christenen die in de loop van hun leven vrijzinniger worden en die geloofszaken wat ruimer gaan opvatten. Velen van hen blijven bij hun kerk en zetten zich onverminderd daarvoor in. Maar anderen zijn als gevolg daarvan minder voor de kerk beschikbaar, of worden randkerkelijk. Sommigen gaan over naar een andere gemeente of naar een ander, vrijzinniger kerkgenootschap waar zij zich vrijer voelen. Maar ondanks die bescheiden aanwas van buiten worden vrijzinnige gemeenten doorgaans toch kleiner of worden zij opgeheven. Dit betekent dat in de levens van veel mensen de vrijzinnigheid een station is op een spoor dat bij een orthodoxer beginpunt is gestart. Het volgende station op dit spoor is onkerkelijkheid.
Vaak genoeg komen vrijzinnigen daarbij uit, of anders de volgende generatie wel.
Ondanks mijn oprechte begrip voor allerlei vrijzinnige standpunten concludeer ik toch dat het vitale deel van het christendom daar is te vinden waar op een traditionele, orthodoxe wijze wordt geloofd en geleefd. Daar wordt God gebeden om vergeving voor de zonden en om leiding, wijsheid en kracht in het dagelijks leven. Daar is Jezus de Middelaar die door zijn dood en opstanding de weg naar God heeft gewezen, en die het voorbeeld is om na te volgen, ook op maatschappelijk gebied.
Daar wordt gebeden dat de Geest ons steeds weer mag openen voor het evangelie. Daar leren kinderen van het gesproken gebed aan tafel en het gebed voor het slapen gaan wat bidden is.
Daar leren zij de Bijbelverhalen kennen omdat de Bijbel wordt gelezen en bestudeerd. Daar leren zij hun leven aan God toe te vertrouwen en te bidden om de komst van Gods koninkrijk.
Daar wordt de basis voor hun christelijk engagement gelegd. () Wie het belangrijk vindt dat het christelijk geloof aan de volgende generatie wordt overgedragen doet er dus goed aan zich op het traditionele, orthodoxe christendom te oriënteren. Vandaar mijn sympathie voor de kleinere orthodoxe kerkgenootschappen, zoals de vrijgemaakt-gereformeerden, de Nederlands-gereformeerden, de christelijke gereformeerden, de baptisten, de evangelischen - mits ze niet te dweperig zijn. () Daar is men niet benauwd de jongeren inhoudelijk een stevige basis mee te geven. Ook schaamt men zich daar niet door middel van alphacursussen het evangelie uit te dragen aan volwassenen die er niet mee bekend zijn of ervan vervreemd zijn geraakt.
Ik weet best dat het in die kleinere protestantse kerkgenootschappen en vrije gemeenten lang niet altijd ideaal toegaat. Ook daar bestaat kerkverlating, of er zijn spanningen over de te varen koers. Veel van de vragen waar men daar mee bezig is, zijn voor mij achterhaald. Bijvoorbeeld of vrouwen ambten mogen vervullen, of een christen die ontdekt dat hij of zij homoseksueel is een relatie aan mag gaan. Wel is in dat opzicht in traditionele, orthodoxe gemeenten van alles in beweging.
Hoe dit ook zij, je hoeft het niet in alles met orthodoxe gemeenschappen eens te zijn om toch in te zien dat het aloude christelijk geloof daar levenskrachtig en overtuigend wordt overgedragen.
Dat is mij veel waard, want volgens mij komt dat ons land ten goede - wat ongelovigen daar ook van zeggen.
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.