Gods huisorde

2010-11-26
  • Jaargang 54
  • nummer 23
Aan de bekende serie De Voorzeide Leer heeft Ds. F. van Deursen uit Barneveld een nieuw deel toegevoegd: De eerste brief van Paulus aan Timoteüs.
Samen met het Bijbelboek Titus typeert Van Deursen ze als ‘Gods huisorde’.

Doorsnee Bijbellezer
In zijn bespreking van 1 Timoteüs heeft Van Deursen de doorsnee kerkganger en Bijbelliefhebber op het oog. Wat die kwalificatie ‘doorsnee’ nu precies inhoudt laten we maar in het midden. Hij zal wel bedoelen dat hij de lezer geen zware wetenschappelijke kost zal serveren. En Van Deursen geeft wat hij belooft. Hij schrijft zoals we van hem gewend zijn, bondig helder en duidelijk. Elk hoofdstuk wordt afgesloten met een aantal noten, meestal in het Nederlands, maar af en toe ook in het Engels en Duits. Prettig vond ik dat behalve de uitleg ook de Bijbeltekst is uitgeschreven. Dat heeft natuurlijk alles te maken met zijn vers voor vers benadering. Maar daardoor is het mede mogelijk om alleen gewapend met dit boek een gemakkelijke stoel op te zoeken, al zal je misschien af en toe even een Bijbel willen raadplegen voor een verwijstekst.

Puntig
Laat ik voordat ik aan een bespreking begin eerst een aantal puntige gezegden weergeven: ‘De wet wettig gebruiken’ (pag. 26). ‘Rechtvaardigen vallen in de zonde tot hun spijt en verdriet. Goddelozen leven in zonde zonder berouw en bekering’ (pag. 27). ‘Slaven houden was in het OT niet absoluut verboden, slaven halen een doodzonde’ (pag. 32). En wat uiteindelijke opheffing ervan betreft: ‘Zo mengde de apostel de gist van het evangelie door het meel van de antieke maatschappij’ (pag. 173). En tenslotte: ‘De christelijke kerk is in eerste instantie een God-vererende gemeenschap geen evangeliserende gemeenschap’ (pag. 46). En voor de drukbezette predikant geeft de auteur af en toe een preekschets in drie punten (pag. 23, 24, 37, 38).

Grondregels
Volgens Van Deursen houdt Paulus in zijn Timoteüsbrief dus de kerk van alle eeuwen Gods huisorde voor.
Dat wil zeggen: Goddelijke grondregels voor een gezond en geordend christelijk gemeenteleven. En wie zal dan niet nieuwsgierig zijn hoe dat gemeentelijk leven er dan uitziet? Het zal u daarom niet verbazen dat je dit boek niet kunt lezen zonder met een half oog te kijken naar het reilen en zeilen van het eigen kerkelijke leven.
Volgens Van Deursen behoort tot Gods huisorde allereerst gezond en goed onderwijs in de Heilige Schrift.
Wat dat onderwijs betreft wordt in paragraaf 5 brede aandacht besteed aan de oude gnostiek en moderne verwoordingen ervan. Bij alle nadruk op goed en degelijk onderwijs vond ik het wel een eyeopener te lezen dat desalniettemin de aanbidding een eeuwige taak is van de kerk en niet de prediking. Vandaar dat die gebeden een ruime plaats moeten innemen in de dienst en in het algemeen eerder tien dan vijf minuten zullen duren. Waarbij we ons niet moeten beperken tot onze eigen kerkelijke kring en de persoonlijke behoeften van onze naaste medegelovigen.
Geen spruitjeslucht in het gebed.

Oudsten
Volgens Van Deursen hebben de kerken vanaf de apostolische tijd geen vrouwelijke ouderlingen en predikanten gekend. Pas onder drang van het feminisme en de vrouwenemancipatie is daarin verandering gekomen.
De glorie van de vrouw ligt niet in het kerkelijk leidinggeven maar in het baren en opvoeden van kinderen.
In de gemeente van Wezep en wellicht ook in andere gemeenten wordt voorafgaande aan de talstelling een gedeelte gelezen uit deze eerste brief aan Timoteüs over de vereisten voor opzieners en diakenen. Van Deursen beschouwt het als een verlies dat je in latere tijd tot oudste gekozen kunt worden, wat eigenlijk een onmogelijk is. Jonge oud(st)en bestaan immers niet! Tot oud(st)e kan men niet gekozen worden, tot opziener wel.
Maar aan welke voorwaarden moet je dan voldoen? Een mooi gedeelte om er even op na te slaan als de talstelling weer in de buurt komt. Wat de diakenen betreft stemt Van Deursen in met prof. J. van Bruggen dat diakenen in feite niet tot de kerkenraad behoren en dat diakenen zowel mannen als vrouwen kunnen zijn.
Zijn er NGK-kerken die deze gedachtegang hebben opgevolgd? vroeg ik me bij het lezen even af.

Beroepscode
In paragraaf 6 krijgen we een ‘beroepscode’ voor predikanten. Uit mijn studententijd herinner ik me dat ds. Van Deursen ons – ik meen op een TSB-vergadering – als kandidaat-
predikanten Salomo’s wijsheid voor predikanten heeft voorgehouden.
In zijn bespreking van 1 Timoteüs hebben we dan de Nieuwtestamentische uitvoering. Waaraan moet een predikant worden afgemeten?
Hoe presenteer je je? Hoe ga je om met verschillende gemeenteleden enz.? Aardig om dit hoofdstuk eens te leggen naast het rapport tussen Gisteren en Morgen. Het is verleidelijk om nog meer te citeren. Ik zou zeggen lees het zelf. Het boek is bij uitstek geschikt om bijvoorbeeld als geschenk te geven aan een beginnende ouderling, diaken of predikant.

Persoonlijke noot
Ik sluit af met een persoonlijke noot.
Mij bekroop bij het lezen van ‘Gods huisorde’ voor de kerk van alle eeuwen en plaatsen wel het gevoel dat er een kloof ligt tussen de kerkelijke zaken zoals Van Deursen ze poneert en de Nederlands Gereformeerde werkelijkheid van anno 2010. Om over na te denken dus.

Deursen, F. van (2010), I Timoteüs.
Zo hoort het in Gods huis.
Buijten & Schipperheijn Motief, Amsterdam.
216p. € 16,50.

Ds. J. Winter is predikant van de NGK Wezep.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief