Kindercommunie en Calvijn

2010-11-26
  • Jaargang 54
  • nummer 23
Allereerst hartelijk dank aan de diverse mensen die persoonlijk gereageerd hebben op mijn artikel over kindercommunie en anderen die mij stukken over het onderwerp hebben opgestuurd. Ook hartelijk dank aan drs. Harry Bruins die aan de hand van Calvijn vroeg naar het belijdeniskarakter van het avondmaal. Een korte reactie van mijn kant.

Calvijn inspireert ook mij in mijn nadenken over kindercommunie. Mooi aan Calvijn is bijvoorbeeld dat hij oog heeft voor de pedagogische kant van het avondmaal, het sterkt zwakken in het geloof. Het lijkt me zelfs de moeite waard om zo’n gedachte uit te werken met het oog op de kinderen.
Wanneer drs. Bruins teken en zegel uitlegt aan de hand van het volwassen beeld van het huwelijk zou je haast vergeten dat die begrippen in de brief aan de Romeinen gebruikt worden voor de besnijdenis (die op de achtste dag moest plaatsvinden) en door ons ook gebruikt worden voor de kinderdoop.
Met Calvijn zeg ik over dat teken: ‘aan kleine kinderen wordt vergeving van zonden geschonken en daarom mag hun het teken daarvan niet onthouden worden’.

Wie niet werkt...
Boeiend vind ik ook, dat Calvijn wijst op de valkuil om Bijbelse regels, die volwassenen gegeven zijn, zomaar voor kinderen te laten gelden. Calvijn wijst op de uitspraak ‘Wie niet wil werken, zal ook niet eten’, een uitspraak die niet op kinderen van toepassing is. Maar zou je iets dergelijks ook niet kunnen zeggen bij de uitleg van 1 Korintiërs 11, als het gaat om een onwaardige viering van het avondmaal? Kun je een tekst die bedoeld was ter bescherming van de zwakken en ter vermaning van de sterken, gebruiken wordt om nu de ‘zwakken’ van het avondmaal af te houden?

Ruimte
God zet in de relatie met ons de eerste stap. Jezus vraagt in reactie van ons ‘heel ons hart, heel onze ziel en heel ons verstand’, niet meer en niet minder.
Met die woorden helpt Jezus ons begrijpen dat van kinderen iets anders verwacht wordt dan van ouderen. Dat geeft ruimte voor avondmaalsviering passend bij de leeftijd en mogelijkheden van de verschillende deelnemers.
Als vanzelf zullen de jongste kinderen dan rondom de tafel vragen gaan stellen, zoals bij het Pascha. En natuurlijk benutten de ouders en hun kerkgemeenschap die gelegenheid om hun kinderen te leren wat het avondmaal betekent. En als ze dan als puber moeilijkere en soms opstandige vragen stellen, dan zijn ze - wat mij aangaat - net als in hun ouderlijk thuis, nog altijd van harte welkom aan tafel.

Mijlpalen, geen startpunt
Gaandeweg wordt dan het geloof beleden.
Niet alleen door de geloofsbelijdenis te zingen, maar ook door aan te gaan aan het avondmaal. En af en toe, als mijlpaal langs onze levensweg, op de grens van belangrijke nieuwe fasen in het leven, in de vorm van een openbare geloofsbelijdenis. Wat mij betreft meer dan eens. Bij het bereiken van de tienerleeftijd als een soort Bar Mitswa, bij het volwassen worden en verlaten van het ouderlijk huis, bij het huwelijk en stichten van een gezin, bij verhuizing en het aansluiten bij een nieuwe kerkgemeenschap.
Maar voor gedoopte verbondskinderen als mijlpaal in het geloofsleven en niet als startpunt van de gang naar het avondmaal.

Drs. Peter Sinia is predikant van de NGK Ede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief