Het verstoorde evenwicht

1990-08-17
  • Jaargang 34
  • nummer 17
"Het is niet goed, dat er alleen maar een man-mens is", zo zouden we de woorden van God uit Gen. 2:18 ook kunnen vertalen.
Immers, in de schepping van Mannin schiep God niet alleen maar een echtgenote voor Adam, maar volvoerde Hij Zijn plan om mensen, meervoud, te maken naar Zijn beeld.
De man-mens en de vrouw-mens representeerden Zijn beeld. In hun eenheid, hun gemeenschappelijke taak, in hun overeenkomsten en verschillen, in hun aanvulling en wisselwerking, in hun samenwerking, lieten ze op menselijke wijze de eenheid van de drie Personen in de Godheid zien.
In de schepping van Mannin hebben we dus niet in de eerste plaats met de instelling van het huwelijk te maken, maar met de samenstelling van de regering over de aarde.
Dat deze regering, bestaande uit twee bewindslieden, ook door liefde jegens elkaar werd gekenmerkt, maakt duidelijk dat ook dát een afspiegeling is van Gods regering over deze aarde. Vader, Zoon en Geest regeren in onderlinge liefde over Hun schepping - zo beleven de menselijke bewindslieden hun relatie in liefde, maar dan op menselijke wijze.
Van hun regeringsopdracht was ook liefde de basis: wat God met zoveel zorg, aandacht, verstand en liefde geschapen had, dat moesten zij eveneens met zorg, aandacht, verstand en liefde beheren als rentmeesters.
Die beheer-opdracht over al het levende, over schapen en lammetjes, over barenden en zogenden, kreeg een extra onderbouwing doordat de rentmeesters zélf ook ouders konden worden. Niet alleen de dieren waren vruchtbaar, zijzelf ook.
Niet alleen de dieren richtten hun nest in, zorgden voor het broedsel, sleepten voedsel aan, leerden hun jongen vliegen, ook de rentmeesters stonden voor die taak om leven in stand te houden en uit te breiden.
Hun menselijke regering zou dus gekenmerkt moeten zijn door de zorg over al het levende dat hun was toevertrouwd, en die taak zouden ze met des te meer liefde en begrip kunnen uitvoeren als zij ook over ménselijk leven de verantwoordelijkheid hadden.
Hun mens-zijn bestond dus uit: persoon zijn; een man-mens en een vrouw-mens zijn; vader en moeder zijn voor al het levende, ook voor elkaar en hun nageslacht; en In dit alles het beeld laten zien van God, hun Vader (vgl. Luk. 3:38), de Schepper en Onderhouder van alle dingen.
Het vaderlijke en het moederlijke behoorden dus evenzeer tot het mens-zijn als het mannelijke en het vrouwelijke.
Voor het rentmeesterschap over de aarde was dus nodig: het mannelijke, het vrouwelijke, het vaderlijke en het moederlijke - en als basis van dit alles: het kinderlijke, nl. in de verhouding met God, hun Vader. Dat was de harmonie, de eenheid, de heelheid. Niet alleen met het oog op de voortbrenging van eigen nageslacht, maar veel breder, met het oog op de bewaring en verzorging van heel de schepping.
In alle levens-aspecten waren man en vrouw in hun rentmeesterschap over de schepping complementair, elkaar aanvullend.
Samen mens, d.w.z. man en vrouw, samen rentmeester, d.w.z. vader en moeder. Dat is het geschapen evenwicht, ten behoeve van de heelheid van heel de schepping.
Direct na de zondeval zien we de man-vrouw verhouding scheeftrekken door schaamte, wantrouwen, ergernis, schuldgevoel. Maar ook het sámen vaderlijk en moederlijk zijn wordt scheefgetrokken. Adam verandert de naam van de vrouw.
Eerst metgezel in alle dingen: mannin - nu noemt hij haar Eva, moeder.
Dat kan als een erenaam worden opgevat en dat gebeurt ook meestal.
Maar men kan het ook anders zien, nl. dat de taak die eerst gezamenlijk was, nu als een typisch vrouwelijke aangelegenheid wordt gezien. De vrouw als metgezel, als mederentmeester, gaat op in de moeder.
En het zorgende wordt gezien als de taak van de éne, de vrouw. Daarmee wordt het rentmeesterschap áán de man getrokken, maar, wat meer zegt, van het zorgende ontdaan. Het heersende blijft over. Hier kan men reeds de vervulling in zien van wat God na de zondeval de vrouw voorzegt: en hij zal over u heersen. En voor de vrouw zou men het zo kunnen zien: haar begeerte zal niet meer zozeer het rentmeesterschap zijn, als wel het door de man geaccepteerd worden. In een notedop de scheefgroei van eeuwen.
Toch kan men uit de straf die God aan beiden geeft, deze scheefgroei niet concluderen, laat staan deze opvatten als een gebod. Want wat is de kern van de straf? Juist omdat zij beiden in hun zorg voor het levende op aarde zo fundamenteel tekortgeschoten waren (- hadden zij in en door hun zonde de schepping niet aan de dood overgegeven? Niet alleen zichzelf, maar de hele schepping - vgl. Rom. 5:12; Rom. 8:19-24) - worden zij nu juist in hun zorg voor het leven zwaar gestraft. Voor de uitbreiding en instandhouding van het menselijk leven, maar in feite voor alle leven, waarvoor zij verantwoordelijk waren, moeten zij nu voortaan met pijn, moeite en dood betalen.
Hoeveel moeders zijn sindsdien niet in het kraambed gestorven? Hoeveel vaders hebben in hun zorg voor het gezin niet in hun beroep het leven gelaten? Hoeveel hongersnoden, overstromingen, aardbevingen hebben niet aan alle leven een voortijdig einde gemaakt?
Maar willen we als christenen leven vanuit de scheppingsopdracht, en onze normen niet laten bepalen vanuit door de zonde scheef getrokken verhoudingen - dan moeten we ons realiseren hoe weinig er van die gezamenlijke regering over de aarde terechtgekomen is.
En daar mogen we dan best de zgn. cultuuropdracht bij betrekken. Hoe is die in onze westerse samenleving opgevat? Als zorgen en bewaren door man en vrouw samen, vaderlijk en moederlijk bezig - of als een zaak van de mán, waarbij het er op aan kwam 'eruit te halen wat er in zit'.
En kunnen we dan nog om de huidige milieucrisis heen? Die laat toch een fundamenteel gebrek aan zorg, aandacht en liefde voor het geschapene zien? En hoe is het verband met de hedendaagse cultuur? Vinden we daarin ook niet terug een enorm gebrek aan zorg, aandacht en liefde? De roep om een 'zorgzame samenleving' en om 'sociale vernieuwing' - om ons hier maar toe te beperken - spreekt boekdelen.
Mijn conclusie is: voor een verantwoord bijbels rentmeesterschap over de aarde en al het levende heeft God niet voor niets een gezamenlijk rentmeesterschap ingesteld.
Daarin vullen het vrouwelijke en het mannelijke, het vaderlijke en het moederlijke elkaar aan. Door het moederlijke en het vaderlijke tot het gezins - het privé - leven te beperken, wordt de samenleving scheefgetrokken.
Dit valt des te meer op naarmate het gezin een kleinere plaats inneemt, zoals in onze huidige maatschappij (sinds de Industriële Revolutie steeds meer) het geval is. Met een vergelijking: Net zoals verstoring van het ecologisch evenwicht leidt tot uitbuiting, verschraling en zelfs tot uitsterving in de natuur - zo leidt verstoring van het gezamenlijk rentmeesterschap van man en vrouw tot uitbuiting, verschraling en uitsterven in de menselijke samenleving. (Voor voorbeelden hiervan zie 'Opbouw', 2-3-
'90, p. 87).
In de maatschappij leven mensen dan nog slechts als man-vrouw individuen wat weer allerlei uitwassen op seksueel gebied teweeg brengt. In het technisch-rationeelpragmatisch bezig zijn met dingen in onze cultuur weerspiegelt zich de eenzijdigheid, de scheefgroei van de man. Wat hij en de hele cultuur nodig heeft is de opheffing van die eenzijdigheid door het vaderlijke, het bezig zijn met mensen, en het zorgen voor het leven.
Mijn stelling is, dat de man dat niet op z'n eentje kan. Vaderschap heeft moederschap nodig. Het moederlijke beperken tot het privé-leven en uit de cultuur wegdoen, heeft het verdwijnen van het vaderlijke tot gevolg.
We leven nog steeds in de tijd waarin de man de zorg voor het leven afschuift op de vrouwen tot de privé-sfeer beperkt, zoals we zouden kunnen zeggen dat Adam deed.
Eén van tweeën: of we zijn allemaal man-vrouw-individuen - maar dan kan het moederschap ook niet gedijen (en zien we dat vandaag niet aan al die abortussen?), of we zijn allemaal vaderlijke man-mensen en moederlijke vrouw-mensen, samen belast met de zorg en de bescherming van alles wat God geschapen heeft.
Die taak bindt samen, sticht gemeenschap, doet samen-werken. En dat is niet alleen de bedoeling van het huwelijk, maar van alle menselijk samenleven op aarde.
Want nog steeds zijn mannen en vrouwen bedoeld om als beeld van God, de Drie-Enige, rentmeester te zijn over Zijn schepping.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief