Horen naar het Woord (1)
1990-08-31
Het is dit jaar 100 jaar geleden, dat A. Janse en K. Schilder werden geboren.- Jaargang 34
- nummer 18
Terecht is hieraan aandacht besteed. Beiden zijn van grote betekenis geweest voor het gereformeerde kerkelijk leven. Beiden waren mensen met meer dan gewone gaven, die ze elk op eigen wijze hebben gebruikt. Beiden deden goede en kwade dingen. Het is goed, dat bij het gedenken gemaakte fouten niet worden verzwegen. Dat kan soms pijnlijk zijn. In april van dit jaar was er een 'Schilder-dag'. Naast waardering was er kritiek. Dat moet kunnen. Het Nederlands Dagblad van 30 juni schreef over Janse. Hierbij kwam de houding van Janse tijdens de tweede wereldoorlog aan de orde. Ook dat moet kunnen.
Janse en Schilder hadden veel gemeen, maar tijdens de oorlog gingen hun wegen duidelijk uiteen. Beiden kozen voor een bepaalde houding tegenover de bezettende macht. Van Schilder kunnen we nog lezen 'Bezet Bezit', de gebundelde artikelen van zijn artikelen in De Reformatie van 1940. In die artikelen riep Schilder o.a. op de schuilkelder uit te komen en het uniform aan te trekken. En het kon voor ieder duidelijk zijn wat hij hiermee bedoelde. Janse liet in 1941 een brochure verschijnen onder de titel 'Onze houding in deze tijd' en hij liet er geen twijfel over bestaan, dat volgens hem elke vorm van verzet tegen de duitsers onbijbels was.
Tweeërlei keus dus. En beiden beriepen zich op Gods Woord.
De artikelen in het Nederlands Dagblad hadden een 'ingezonden' van Ds. A.J. Moggré tot gevolg. Reeds eerder schreef Moggré in de Gereformeerde Kerkbode (uitgave Buijten & Schipperheijn) enkele artikelen onder de titel 'Recht van opstand?'.
Hij deed dit, zoals hij zelf schreef, naar aanleiding van de gebeurtenissen in Oost-Europa. Moggré beantwoordde de gestelde vraag ontkennend: geén recht van opstand. Janse deed dat tijdens de laatste wereldoorlog ook.
Het is niet m'n bedoeling in te gaan op hetgeen door Moggré werd geschreven.
Op één opmerking uit zijn 'ingezonden' wil ik echter wijzen. Hij wijst er op, dat Janse tijdens de oorlog het 'vertheologiseerde kerkvolk' opriep om de knieën te buigen voor de Here en in dit verband wijst hij op zijn bejaarde Schiedamse collega (Ds. C. Vonk), die kritiek kreeg vanuit de ouderlingenbank, toen hij tijdens een preek "bij het geronk van overvliegende bommenwerpers met zijn vinger omhoog wees en dat geronk aanwees als de wraak van Jahweh over een ongehoorzame Christenheid". Aangenomen dat het verhaal juist is, de houding van Vonk is tijdens de oorlog een andere geweest dan die van Janse. Het boek 'Bezet Bezit' (de gebundelde artikelen van Schilder) werd mede op zijn initiatief uitgegeven.
Zijn naam staat onder het voorwoord, waarin gewezen wordt op de "nationale en kerkelijke trouw van Prof. Dr. K. Schilder".
Een toespraak van Ds. JA Vmk
In mijn bezit is een toespraak van Ds. J.A. Vink (overleden in 1964), die door hem werd gehouden op een predikantenconferentie kort na de oorlog. Vink heeft Janse en Schilder goed gekend. Hij heeft de houding van Janse betreurd, ik heb er meermalen met hem over gesproken.
Vink deed uit overtuiging mee aan het verzet tegen de duitsers. In zijn toespraak stelt hij de houding van beiden,.Janse en Schilder, aan de orde. Ik was al lang van plan deze toespraak eens te publiceren. Het lijkt me goed dit nu te doen. Een letterlijke weergave van de toespraak lijkt me, ruim veertig jaar nadat die werd opgeschreven, niet wenselijk. Ik geef het gesprokene in eigen woorden weer en volg daarbij Vink op de voet. Waar ik Vink letterlijk citeer, zal ik dat duidelijk aangeven.
Janse en Schilder
Velen waren omstreeks 1930 blij met de publicaties van Janse en Schilder.
De reformatorische geest, dier in naar voren kwam, sprak velen aan. Denk aan wat Schilder ons begon te zeggen over de kerk en wat Janse schreef over de realiteit van de verbondsverhouding. Velen voelden hoh werk aan als een bevrijding.
Die bevrijding lag hierin, dat geen andere gebondenheid erkend wilde worden dan die aan het Woord alleen.
Vink: "Ik noem deze dingen omdat we niet vergeten willen, dat we in het opkomen en doorwerken der reformatorische gezindheid in onze kerken Schilder en Janse beiden blij begroet en graag naar hen geluisterd hebben."
Hoewel,Janse en Schilder op verschillende manieren Gods Woord benaderen, kon van echte verschillen nauwelijks gesproken worden.
De geschiedenis is echter verder gegaan. De oorlog kwam. Wat Schilder in De Reformatie schreef was van een geheel andere inhoud dan wat Janse bv. in pro Ecclesia naar voren bracht. Janse schreef over de noodzaak van totale onderwerping aan de vijand, die volgens hem in Jeremia 29 wordt geboden. Schilder opende de bijbel terwille van geloofs-aktivering, die volgens hem moest leiden tot verzet tegen de du itsers. Vi nk: "Voor Janse was het de vraag of de klokken niet moesten verstommen voor de kanonnen. En of in het gericht de kerk zich niet bezinnen moest op de vraag of zij nog wel het recht van spreken en van preken had. Schilder wist zich geïnspireerd door de ruiter op het witte paard. Er kan weer gepreekt worden. We horen eerst klokken, dan kanonnen."
Verschillen dus. En toch wilden beiden horen naar het Woord en in de concrete situatie de boodschap van het concrete Woord verstaan. Vink: "Wie Schilder-uit-de-oorlog leest, die ziet hoe deze de boodschap in het Woord, ook der profeten, horen wil in het geheel der Schriften, die ons de glorie van de niet te weerhouden Christus verkondigen. Die haast heeft in verband met Zijn toekomst.
En die in die haast de wereld rijp maakt voor zijn gericht en nu, voor het eindgericht. Daarin komen én de boosheid én de trouw openbaar ... in hun antithetische verhouding.
Daarom moet de kerk geactiveerd worden tot de strijd. Zo heeft Schilder het Woord gehoord. "
Janse bracht naar voren, "dat de HEERE een twist heeft ook met Zijn kerk, die geofferd heeft aan de goden van de tijd. Terwille van die twist des HEEREN zijn ook de vijanden gekomen ter verwoesting, wie weet ook van de kerk en van het leven der kerk in allerlei verband.
Daarom moet de kerk geleerd worden zich te verootmoedigen en het gericht ... in verootmoediging te ondergaan.
Wee de kerk, die zich wil verzetten, waar de HEERE slaat. Zo heeft Janse naar het Woord gehoord."
Met een beroep op het Woord komen beiden dus tot een heel verschillende conclusie.
(wordt vervolgd)